← Table of contents
Japanse Verzen

XXV. De Kogo.

Reading edition

Zoals na d’eerste donder plots de lucht

Stof, mensen, bladeren van de wegen vaagt—

Nu plutteren druppels tot, versneld, gerucht,

Razen van regen aanvaart—zo, gejaagd,

Nam ’t volk voor naderend hoefgeglop de vlucht,

Als van den mantelzwier der wacht omvlaagd

Want sterven moest de onderdaan, di ’t waagd’

Eén blik te heffen naar den palankijn

Van goud, waar achter violet gordijn

Ze’ in ’t wit—met zwarte draken overkringd,—

Als door den gloed der keizersvlag omlicht.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings