XV. Kamerscherm. I. Haroe.93
Reading edition
Nu ’k eindelijk vrij na zwaren strijd mag pozen
Een vlinder,—waar in zalig liefdeleven
Van wolken in het voorjaar aardwaarts dreven,
Waar bamboe-palmen uit hun ringen streven
Al hoger, daarom tot zinbeeld gekozen
Van hogen leeftijd, waar kapellen deinen
Op bloemdons in den wind, zaad-appels puren
Uit vlammenklokken, diepten, fulp van muren
En moesmé’s over brugjes, enge paden
Door bloemenmist van ’t dwerghout wankend waden
Dat zij godinne’ omzwermd van sterren-schijnen.