← Table of contents
Japanse Verzen

XXXVII. Nirwana.

Reading edition

Eens—naar de mythen van dit Rijk gewagen—

Ontlook een Lotus in de hemelkringen,

Waarvan de reuzenbladen, uitgeslagen,

De Aarde—daarin sluimerend nog—omvingen

Zo’n Bloem weer vaamt vaneen, welks kartelingen

Een jonger Globe—in haar schoot voldragen—

Langs hare kim met rozengloed omringen

En dra Zij zelf in de Voleinding troont,

’t Nirwana spoedig ook mijn strijd bekroont,

Waarin ik haar herschepping medeleefde.

Dan wil ’k in Rust, waar ’k star nu heen blijf stijgen,

Hoog Gea’s Uni-Adelaar kampwaars tijgen.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings