← Table of contents
Japanse Verzen

XXXVIII. Het Oude Lied.

Reading edition

’k Word in droom door harmonika-orgeling gestoord,

Waar »Wilhelma« in spreekt »van Nassouwe.«

Zo klein-vroom—en toch groot—psalmt het zeevolk van boord

Tot den Heer als: »schilt ende betrouwen.«

Weer wenkt westwaarts de Drikleur, ’t Oranje mij voort,

Waar langs Amsterdam d’IJ-wateren stouwen,

Waar door wolkwit en grijs toch het zonnetje gloort

Over Hollands wijd groenende gouwen.

Neen, in ’t Rijk van de Rijzende Zon, de Chrysanth

Zal mij langer geen geisha meer pajen,

O, ik wou nu wel schouwen van ver uit het want

Naar het land, waar de tulpvlammen lajen,

In de velden bij ’t blond starend duin, aan het strand …

Naar het land, waar de molentjes drajen!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings