← Table of contents
Japanse Verzen

II. Levenslust.

Reading edition

Gelijk een moesmé, rood en goud gesmukt,

Een hoorbuis, zwart als lak, in ’t handekijn,

Kortving’rig, mollig-dik, de kintuil drukt

Naar ’t telefoon-mondstuk, wen als van klein,

En luistert, wijl heur voetjes plots weg zijn

In ’t kleed, bij ’t wachten voor haar strik gebukt,

Di reuzenvlinder schijnt, bij ’t spreken fijn

Dan schatert, dat het ver Japan doorklaart

En haar omkaatst op blanken kamerwand

En daalt in ’s hoorders hart als witte brand,

Als bloesemsneew, die uit het lover vaart,

Zo moge ’n lach uit deze Verzen dringen

Als deed zo’n mondje dien om d’Aard-Bol kringen.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings