← Table of contents
Japanse Verzen

XXVI. Naar de post.

Reading edition

Een moesmé tript, één arm uit paarse mouw

Als stengel rijzend van een lotusblad,

Waarop de hand, die ’t zonnescherm omvat,

Uitvlagt als bloem, naar ’t postkantoor en nauw

Perst zij het mondje saam in spanning: wat

Wel ’t antwoord is, nu z’als verliefde vrouw

Een brief penseelde en met vouw op vouw

Dan droomt ze, hoe fluks een vuurspuwend beest,

Dat trouw steeds trugkeert, ’t Zonneland doorgiert,

’t Epistel naar haar blanken minnaar draagt.

En als hij later ’t in ver land herleest,

Schijnt de chrysanth, die den post-zegel siert

Herinnerings-bloem in storm vandaar vervlaagd.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings