XXVII. Het Sintoïsme.60
Reading edition
En flonkt er Bergkristal, Banier en Zwaard,
Waar witte priesterstoet in tempelzalen
Di er op handgeklap van ’t Volk neerdalen
En door gebed de heldenkracht weergaart
Der Vaderen, wier geschim er om blijft dwalen
En door hun macht zijn ziel van licht doorklaart,
Zo ’t veel verwierp van wat de ouden dachten,
’t Wil de’ ogen toch in effen spanning richten
Op de simbolen, di den voorzaat lichtten
Om schoner, reiner dan de voorgeslachten
Van wat als zonde, duister drukte ontdaan,
Een niwe wereld-orde in te gaan.