← Table of contents
Japanse Verzen

XXXI. De Val van Mekka.

Reading edition

Noch, als niet meer heetrood uit een der kommen

Van Balkansneew—als yatagan gewet:—

De Halve Maan opdreigt, noodklokken bommen

Door ’t Donauland, de bergwacht, uitgezet,

Den Sultan staand in ’t zadel voor zijn drommen

Koráán en zwaard ziet heffen, hun trompet

De heem’l en aarde’ alom door brandkolommen

Eén hal—den Oorlogs-God van Mohammed

Wijdt tot moskee;—noch, wen dra één: de Slaven,

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings