← Table of contents
Japanse Verzen

XXIII. In den Tempel van Kamé-Ido.116

Reading edition

Zo ik bekoord door rose bloesemweelde

Noojt blank velijn met verzen-val, hoogrood,

Met lentegloed van poëzi bedeelde,

Dan hing als liefde-vlag aan kersenloot,

Als daimiyo nooit ten dicht-wedstrijd genoot

Op blanke’ afhoengi minnezang penseelde

En deze als bestroojd met bloemen bood

Aan haar, wier spelden-zon di zielsbloej teelde,

Toch offer ik, zo ik mij niet mag meten

Met velen, di hun dicht-penseel U wijdden

Wil ook mij, vreemde duivel, niet vergeten

En ’k zal met ritmen wuivend wajer-zwiren

Nog steeds, o dichtgod, Nippons glori viren.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings