← Table of contents
Japanse Verzen

XX. De Atlantise Oceaan.

Reading edition

En als een vloot, di in een mist verschimt,

Waast groen, door roerloos kristallijn omglampt,

Atlantis’ Hoofdstad. Op haar pleinen glimt

’t Zeesterren-firmament en flauw-blauw lampt

Er boog aan boog van kwallen. Spichtig klimt

De kreeft er trappen op; veelarmig klampt

Zich d’inktvis om een zuil en dreigend grimt

De muil van haje’ uit hoeken, waar bekamd

Met stelen, bruin, olijfgroen, knol aan knol

Op algenstengels zwelt. Door ’t golfgegrol,

In noodweer rekt soms uit een wigelkuil

Van baren als van spooksels angstgehuil,

Maar zont het zeeveld, dan wit wikend spreid

En zaajt de meew er slechts: Vergetelheid.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings