← Table of contents
Japanse Verzen

IX. In Vogelvlucht.

Reading edition

De heil’ge, witte Reiger spicht

Van hogen tak en klemt nog even

Aan ’t nest, wijl hij de wiken licht

En flappert, stuwt dan heen, gedreven—

Weer roerloos—door het wind-gewicht,

Nog onder d’oksels hem gebleven,

Waarmee hij wateren overschicht.

Zo wil ’k op ritmen ’t Rijk bezweven,

Waar in den dans de moesmé’s wuiven

Waar daken, torens d’aarde ontstuiven,

Gewiekt door wolken bloesems slaan

Om—wen de Zon rijst in de lucht,—

Di als te volgen in zijn vlucht.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings