← Table of contents
Japanse Verzen

XXII. Watervogels.

Reading edition

Aan meerbocht als in riten zaal

Van stengelbogen rusten scharen

Van reigers, die in schouderhaal

Den snavel trug den vloed bestaren.

Maar waar het licht flonkt, trekt gedwaal

Van kranen en van ojevaren

Als keizers, wien ’t in godenpraal

Slechts blieft door een paleis te waren.

En soms dan klept na luid gesnater

Hun vlucht fier heersend over ’t water.

Als willen zij de vissers tonen,

Wier sampan-kiel het meer doorruist,

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings