I. PROLOOG VOOR ANNO 2558 (1898) DER Japanse Tijdrekening, Jaar 302 VAN MOETSOE-HITO’S3 MEI-DZJI.4
Reading edition
Van heilig bloemvuur naar de Zon vervlied,
Waar men in parasol en in chrysanth
’t Beeld van het Licht alom vervuldigd ziet,
Kleurt alle maanden bloemtooj, daar dit land
Haar trouw steeds niwe stuifmeel-wirook bied
En de kalender word in kunstenaars hand
Door kleur en dicht daar tot één bloemenlied.
Met bloej van kunst, di naar den tijd er tiert,
Moog z’allen zo’n omfleurde verzen-rij
’t Geplooj van wajers, twaalf in tal, ontstrijken,
Die ’t Niwe Jaar met Niwe Kunst doorsiert.