← Table of contents
Japanse Verzen

VI. De Rijzende Zon.

Reading edition

En opgesrikt uit ewen-ouden waan

Door ’t vuur, dat altijd nader, wisser vlaagt,

Zien de Chinezen ladders heffen, slaan

Met haken in de muren, ider draagt

Gebukte krijgers, di zich wild ruim baan

Met kolven, sabels zwajen; waar men ’t waagt

Hen nog met houwen, steken te weerstaan,

Tot over ’t fort hun Zon steeds hoger daagt.

En wi hen smekend geen erbarmen vind,

Word neergebeukt of met een knal geveld

En ’t lood haalt in wi nog te vluchten tracht,

Tot over de gevall’nen ’t Monster wind,

Alsof het di nog in zijn klauwen knelt

Tot prooj voor ’t overwonnen Rijk der Nacht.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings