INLEIDING.
Reading edition
Door Algemeene Geschiedenis verstaat men een aaneengeschakeld verhaal van de belangrijkste gebeurtenissen, die er op aarde sedert de vroegste tijden hebben plaats gehad.
Eene gebeurtenis noemt men belangrijk, wanneer zij een grooten invloed uitoefent op de ontwikkeling en beschaving der menschen.
Wijl het veld der Algemeene Geschiedenis verbazend uitgebreid is, heeft men het in drie (soms ook vier) hoofddeelen en deze ieder afzonderlijk weder in tijdvakken verdeeld. Die hoofddeelen zijn:
1. de Oude Geschiedenis. Zij begint met de geschiedenis van de vroegste tijden en loopt tot den ondergang van het West-Romeinsche rijk (476 n. C.). In deze geschiedenis is sprake van de zoogenoemde Oostersche volken, (Perzen, Phoeniciërs, Israëlieten, Aegyptenaren enz.) van de Grieken en de Romeinen.
2. de Middeleeuwen. Deze loopen van den ondergang van 't W. Romeinsche rijk tot de ontdekking van Amerika of tot de Hervorming. (476 tot 1492 of 1517). De Germaansche volken spelen in de Middeleeuwen de hoofdrol, evenals in
3. de Nieuwe Geschiedenis. Zij bevat het verhaal van de gebeurtenissen, die sedert de ontdekking van Amerika tot op onzen tijd hebben plaats gehad. (1492 tot heden).
De Oude Geschiedenis wordt door sommigen weer verdeeld in de volgende 4 tijdvakken:
a. van de vroegste tijden tot Cyrus of tot ± 550 v. C.
b. van Cyrus tot Alexander den Grooten (550 v. C. tot ± 330 v. C.).
c. van Alexander tot Augustus (330 v. C. tot ± 30 v. C.).
d. van Augustus tot den ondergang van 't Romeinsche rijk in 't Westen (30 v. C. tot 476 n. C.).
De Middeleeuwen verdeelt men ook in 4 tijdvakken:
a. van den ondergang van 't West-Romeinsche rijk tot het verdrag van Verdun (476 n. C. tot 843).
b. van 't verdrag van Verdun tot het begin der kruistochten (843 tot 1096).
c. van 't begin tot 't einde der kruistochten (1096 tot 1291).
d. van 't einde der kruistochten tot de ontdekking van Amerika (1291 tot 1492).
De Nieuwe Geschiedenis wordt in de 3 volgende tijdvakken verdeeld:
a. van de ontdekking van Amerika tot den Westphaalschen vrede (1492 tot 1648).
b. van den Westphaalschen vrede tot de Fransche revolutie (1648 tot 1789).
c. van de Fransche revolutie tot heden (1789 tot 1875).
Tot recht verstand van de gebeurtenissen dient men niet alleen te weten, dat en hoe ze hebben plaats gehad, maar ook wanneer en waar ze zijn voorgevallen. Vandaar heeft de geschiedenis twee hulpwetenschappen in de aardrijkskunde (geografie) en de tijdrekenkunde (chronologie).
De beschaafde volken van onzen tijd tellen hunne jaren vóór en na Christus, den stichter der Christelijke Kerk.
De oudste geschiedenis der volken is zeer onzeker en fabelachtig; men kende toen de schrijfkunst nog niet, en in plaats van zekere berichten had men slechts de overlevering of het verhaal van mond tot mond. Vandaar komt het ook, dat wij van de eerste menschen weinig of geene berichten bezitten.