← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

23. TWEE VRIENDEN DES VOLKS (DE GRACCHEN).

Reading edition

Hoe glansrijk de toestand van Rome uiterlijk ook scheen, inwendig liet hij veel te wenschen over. 't Verschil tusschen patriciërs en plebejers was veel vereffend, maar dat tusschen rijken en armen was langzamerhand geweldig groot geworden. De groote schatten, die naar Rome uit de overwonnen gewesten vloeiden, waren slechts voor de voornamen; het volk moest leven van 't geen de rijken het verkozen toe te werpen. 't Volk was slechts een werktuig in de hand der aanzienlijken; de staatsambten werden niet meer bezet door de waardigsten, maar door diegenen, welke er het meest voor betaalden. Aan dien toestand zocht een edel broederpaar een einde te maken, n.l. Tiberius en Cajus Gracchus. Zij waren zonen van Sempronius Tiberius Gracchus en Cornelia, eene dochter van Scipio, den overwinnaar van Hannibal, eene der edelste vrouwen, die Rome weet aan te wijzen. Na den dood haars mans wijdde zij zich geheel aan de opvoeding harer twaalf kinderen, waarvan zij echter slechts drie mocht behouden t. w. het bovengemelde broederpaar en Sempronia, die de gade werd van Scipio den jongeren.

Deze kinderen voedde zij met de grootste zorgvuldigheid op en ontzag geene moeite of kosten, om ze tot zulke edele en brave menschen te vormen als eens hun grootvader Scipio geweest was. Eene voorname vrouw toonde haar eens hare kostbaarheden. Cornelia wees op hare beide zonen en zeide vol moedertrots: "Dit zijn mijne eenigste en grootste schatten." De kinderen stelden de verwachting hunner edele moeder niet te leur. De woorden, die Cornelia zich eens in 't bijzijn van hare zonen ontvallen liet: "Zullen de Romeinen mij steeds de schoonmoeder van Scipio en niet ook de moeder der Gracchen noemen?" maakten op hen zulk een diepen indruk, dat zij al hunne krachten inspanden, om eene waardige plaats onder Rome's beroemde mannen in te nemen. Tiberius, de oudste, koos, toen hij tot de waardigheid van volkstribuun geroepen werd, de zijde des volks tegen den adel.

Hij stelde daarom de vernieuwde invoering eener oude akkerwet voor, waarbij niemand meer dan 500 morgen staatslanderijen mocht bezitten. 't Spreekt van zelve, dat de aanzienlijken woedend waren op den stouten tribuun. Toen daarom de tijd van zijn tribunaat was afgeloopen, zochten zij met geweld zijne herkiezing tegen te gaan. In een straatgevecht vond Tiberius Gracchus met 300 zijner aanhangers den dood (133 J. v. C.) De patriciërs zorgden er nu voor, dat de wet van de akkerverdeeling niet tot uitvoering kwam.

Elf jaren later vatte Cajus de taak op, die zijn broeder niet had kunnen volbrengen. Hartstochtelijk en onstuimig kwam hij op voor de rechten van 't verdrukte volk; maar zijne pogingen stuitten af op den onwil van den senaat en de zelfzucht der aanzienlijken. In een geducht oproer viel ook hij met 3000 zijner medeburgers (121 J. v. C.) als een offer van zijnen ijver voor 't welzijn des volks. Ofschoon aan 't stoffelijk overschot der beide broeders geene eerlijke begrafenis werd gegund, maar hunne lijken in den Tiber werden geworpen, erkende het volk toch eenige jaren later, wat het in Cornelia's wakkere zonen verloren had. Standbeelden verrezen tot hunne nagedachtenis, en de plaatsen, waar zij gevallen waren, werden als heilig verklaard. Cornelia's wensch werd vervuld, want toen zij in hoogen ouderdom stierf, werd voor haar een koperen gedenkteeken opgericht met het eenvoudige, maar veel beteekenende opschrift: "Cornelia, de moeder der Gracchen."

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings