← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

12. ATHENE'S GROOTSTE BLOEI (PERICLES).

Reading edition

Hoe groot ook de macht der Perzen ware, zij bleek niet bestand te zijn tegen de vaderlandsliefde en dapperheid der Grieken. Nadat in 't jaar 469 v. Chr. de dappere Cimon, zoon van den diep verongelijkten Miltiades, den vijanden aan de Eurymedon, een riviertje in Klein-Azië, eene geduchte nederlaag had toegebracht, werden de vijandelijkheden gestaakt, zonder dat er eigenlijk vrede werd gesloten.

Athene, dat verreweg het grootste aandeel in den oorlog genomen en de meeste opofferingen zich getroost had, plukte natuurlijk ook de meeste vruchten van de overwinning. Het werd de machtigste staat in Griekenland en verkreeg derhalve de hegemonie, (een overwegende invloed over de andere staten) die Sparta tot hiertoe bezeten had. De bloeitijd van Athene was tevens de gouden eeuw van kunsten en wetenschappen, en met beide is de naam van Pericles ten nauwste verbonden.

Pericles was een aanzienlijk Athener, die gedurende geruimen tijd den grootsten invloed op de regeering zijner vaderstad uitoefende, niet door gewelddadige middelen, maar door zijne persoonlijkheid en vooral door de macht van het woord. Als redenaar was hij onwederstaanbaar. "'t Schijnt, dat Pericles den donder op zijne tong draagt, en de godin der overreding op zijne lippen zetelt," zeiden de Atheners. 't Was Pericles vooral te doen, door het volk te heerschen, daarom zocht hij het ook te vriend te houden. Ten einde de macht des adels te fnuiken, verminderde hij den invloed van den Areopagus, eene rechtbank, die het toezicht had op de zeden der burgers en de schatkist van den staat. De talrijke feesten, die hij het levenslustige en vroolijke Atheensche volk gaf, deden hem spoedig een volksman worden. Vooral was dit het geval, toen hij, door aan 't rechterambt eene bezoldiging te verbinden, ook den minderen man in staat stelde, dit ambt te bekleeden, iets, waartoe deze vroeger wegens de vele onkosten niet in staat was.

Athene was ten tijde van Pericles eene schoone, rijke stad, en dat had het vooral aan dezen merkwaardigen man te danken. Hoog boven Athene verhief zich de burcht van Athene (Acropolis). Een marmeren poort met heerlijke zuilen voerde naar den tempel van Minerva, de beschermgodin van de stad. Deze tempel, het Parthenon genoemd, bevatte het standbeeld van de godin, wonderschoon uit ivoor vervaardigd, omkleed met een' mantel van 't zuiverste goud. 't Was een meesterstuk van den beroemden beeldhouwer Phidias.

Op eene andere plaats werd het oog getroffen door het Odeon, een gebouw, ingericht voor muziekuitvoeringen of tooneelvoorstellingen en vervaardigd naar 't model van de reusachtige tent van Xerxes.

Prachtige tempels, heerlijke paleizen, schoone standbeelden en gedenkteekenen verrezen op verschillende plaatsen. 't Geld voor deze kostbare en grootsche werken vond Pericles in de bondskas.

Ten tijde van den oorlog hadden de bondgenooten gelden gestort tot aanschaffing van oorlogsbehoeften. Daar er voor dat doel geen geld meer noodig was, dacht Pericles deze gelden niet beter te kunnen besteden dan door Athene er mede te verfraaien. Toen de bondgenooten zich over deze eigenmachtige handeling alles behalve tevreden toonden, liet Pericles hen door de scherpte des zwaards gevoelen, dat macht boven recht gaat.

't Kon niet anders, of de Atheners moesten wel een beschaafd en kunstlievend volk worden. Hunne geheele opvoeding was er op ingericht, om hen alzijdig te ontwikkelen. Vandaar ook, dat iemand tegelijkertijd wijsgeer, wetgever, staatsman, veldheer en redenaar kon zijn. Zoowel voor de ontwikkeling van het lichaam, als voor de veredeling van den geest werd in Athene zorg gedragen. Daarvoor dienden de gymnasiën. Zulk een gymnasium lag in een ruimen tuin; in 't midden stond het groote gebouw, omgeven door een' zuilengang. Een gymnasium werd niet alleen bezocht door leerlingen en onderwijzers, maar ieder beschaafd man, die lust had zijnen geest met kundigheden te verrijken of anderen van den rijkdom zijner kennis te doen genieten, had er vrijen toegang.

In de gymnasiën werden de leerlingen, behalve in 't worstelen, rennen, zwemmen en 't hanteeren der wapenen, onderwezen in de wetenschappen, waaronder vooral de redekunst (de kunst om zich gemakkelijk, juist en sierlijk uit te drukken) eene eerste plaats innam.

Waren dus de gymnasiën oefenplaatsen voor jong en oud, de markt was het niet minder. De Athener toch hield niet van een huiselijk, maar van een openbaar leven. Op de markt spraken de rechters het recht uit, voerden de beroemdste redenaars het woord, hield het volk zijne vergaderingen, vertoonden beeldhouwers en schilders de vruchten van hunnen arbeid.

De markt was dus de verzamelplaats van al, wat Athene als schrander, edel, groot en schitterend had aan te wijzen.

Athene's hegemonie was weldra in eene drukkende tirannie ontaard, en de door hun voorspoed opgeblazen Atheners meenden, dat alles voor hen zwichten moest. Deze overmoed verdroot den anderen Griekschen staten, en zoo kon de oorlog niet lang uitblijven. Eene aanleiding gaf daartoe het eiland Corcyra (Corfu).

Corcyra, eene volkplanting van het rijke en aanzienlijke Corinthe, was in oorlog geraakt met de moederstad, en zich zelf niet krachtig genoeg gevoelende, had het Athene om hulp verzocht. Athene wilde niets liever dan dit; het was nu in de gelegenheid het aanzienlijke Corinthe te vernederen. Hierin vonden de meeste andere staten, met Sparta aan het hoofd, aanleiding om Athene den oorlog te verklaren, ten einde zich zoo van de gehate tirannie te bevrijden. Pericles, die zelf den oorlog aangeraden had, beleefde het einde er van niet.

Eene verschrikkelijke pest deed hem in 't jaar 429 v. Chr. ten grave dalen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings