← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

26. AUGUSTUS.

Reading edition

Caesars dood was weer 't sein tot nieuwe burgeroorlogen. Eerst scheen het, dat Marcus Antonius het grootste voordeel van den val des machtigen mans zoude trekken, maar deze kreeg in eenen achterneef van Caesar, Octavianus genoemd, spoedig een geduchten mededinger. Marcus Antonius was een zedeloos brasser, volstrekt niet bemind bij 't volk, maar wel bij de soldaten der lijfwacht, wier aanvoerder hij was. Eerst meende men, dat de sluwe Octavianus vijandelijk tegen Antonius zou optreden, maar weldra kwam zijn eigenlijk plan aan 't licht. Hij verbond zich met zijn' tegenstander en met een zekeren Lepidus, een weinig beteekenend mensch, tot een tweede driemanschap, dat nu opnieuw de wereldheerschappij deelde (43). Weder was Rome het tooneel van de gruwelijkste vervolgingen.

Onder de vele slachtoffers van 't geweld behoorde ook de redenaar Cicero, die door zijne redevoeringen de woede van Antonius had gaande gemaakt. Ondertusschen zwelgde deze laatste in Oostersche weelde aan 't hof der Aegyptische koningin Cleopatra. Daardoor verbeurde hij de achting van ieder' weldenkende en laadde den haat op zich van Octavianus, wiens zuster Octavia hij gehuwd, maar schandelijk verwaarloosd had. Hij werd daarom tot vijand van den staat verklaard. Octavianus werd afgezonden om hem te bevechten, en deze versloeg hem geheel in den slag bij het voorgebergte Actium, aan de Jonische zee. (31 v. Chr.) Een zelfmoord maakte een einde aan zijn roemloos leven. Ook Cleopatra, die tevergeefs getracht had, den overwinnaar gunstig voor zich te stemmen, doodde zich zelve. Nu was er niemand meer, die Octavianus de heerschappij kon betwisten, want Lepidus was reeds lang op zijde geschoven. Octavianus ontving den titel van imperator (opperbevelhebber van vloot en leger). 't Volk noemde hem echter Augustus, d. w. z. de geheiligde, en onder dien naam is hij 't meest bekend.

Zoo was Augustus beheerscher van een rijk, dat zich over 3 werelddeelen uitstrekte, van den Atlantischen Oceaan tot den Euphraat, van den Rijn en den Donau tot de woestijnen van Arabië en Afrika. In dit groote rijk leefden ongeveer 120 millioenen menschen en vond men 6000 aanzienlijke steden, waarvan Alexandrië, Antiochië en Rome de grootste waren. Vooral Rome was de stad der steden. Zij telde eene bevolking van meer dan 1-1/2 millioen inwoners. Prachtige gebouwen, waaronder 400 tempels, groote schouwburgen en sierlijke paleizen, verhieven zich overal. Op ruime markten, goed ingerichte badplaatsen, trotsche triomfbogen, eerzuilen en waterleidingen kon Rome met recht zich verheffen.

De republiek, hoewel in schijn door Augustus in stand gehouden, had inderdaad opgehouden te bestaan en plaats gemaakt voor de monarchie. Hoewel er op de wijze, waarop Augustus tot de hoogste waardigheden in den staat was gekomen, veel te laken viel, was zijne regeering toch zeer gelukkig voor Rome. 't Land had behoefte aan rust, aan veiligheid, aan eene krachtige hand, aan een' man, wiens wil wet was. Voor zelfregeering was het volk reeds lang niet meer geschikt; daarvoor was het te zeer bedorven en ontzenuwd. 't Was slechts het werktuig in de hand van den een of anderen eerzuchtige. Diepe vrede heerschte dan ook in 't geheele rijk en de gevolgen daarvan, welvaart en voorspoed, lieten zich spoedig zien. Augustus was er op bedacht betere middelen van verkeer als: wegen, kanalen, waterleidingen enz. aan te leggen, de rechtspleging te verbeteren en de veiligheid der burgers te verzekeren. Het tijdperk van Augustus wordt met recht het gouden tijdperk van kunsten en wetenschappen genoemd. Zij vonden in hem een milden beschermer en vereerder. Vooral stond hem hierin zijn vriend Maecenas getrouw terzijde, zoodat men tegenwoordig nog zegt van iemand, die kunsten en wetenschappen liefheeft en bevordert: "'t Is een maecenas."

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings