8. TWEE WETGEVERS (LYCURGUS EN SOLON).
Reading edition
Onder de vele steden, die men vroeger in Griekenland had, waren Athene en Sparta de voornaamste. Hoewel Atheners en Spartanen tot één volk behoorden, bestond er toch tusschen hen een groot verschil in aard en levenswijze.
De Spartaan achtte sterkte, gehardheid tegen alle vermoeienissen des levens en dapperheid in den oorlog als het hoogste goed; de Athener versmaadde dit alles wel niet, maar ruimde toch ook aan kunsten en wetenschappen eene belangrijke plaats in.
Dit was een gevolg, behalve van hunnen oorspronkelijken aanleg, van hunne verschillende wetgeving en opvoeding.
Ieder der genoemde steden mocht zich beroemen een' wetgever te bezitten, die het wel meende met zijn volk. Dat Sparta machtig werd en dikwijls de hegemonie (overwegende invloed van een enkelen staat) kon uitoefenen, had het te danken aan zijn' wetgever Lycurgus, die in de laatste helft der negende eeuw v. C. leefde. Deze was een koningszoon, die reeds de treffendste blijken had gegeven, dat eigenbelang en eerzucht hem vreemd waren; en het heil zijns vaderlands hem bovenal ter harte ging. Om aan de voortdurende twisten tusschen de twee koningen, die over Sparta regeerden, en het volk een einde te maken, stelde hij een' senaat aan, bestaande uit 28 aanzienlijke mannen boven de 60 jaren, die als 't ware de bemiddelaars waren tusschen de koningen en het volk.
De ongelijkheid van vermogen was toen in Sparta verbazend. Ten einde daaraan een eind te maken, wist hij het stoute plan door te drijven, den grondeigendom zóó te verdeelen, dat ieder Spartaansch burger een gelijk grondbezit kreeg. Maar zou de ongelijkheid van bezit geheel verdwijnen, dan moesten ook de roerende goederen verdeeld worden. Daar Lycurgus wel begreep, dat de rijken niet gemakkelijk te bewegen zouden zijn, om hunne schatten in goud en zilver ter algemeene verdeeling op te brengen, schafte hij de gouden en zilveren munten af en voerde ijzeren geld in, 't welk zóó zwaar was, dat men, om eene waarde van 500 gulden te vervoeren, een tweespans-wagen moest gebruiken. Door dezen maatregel, en doordat hij strenge maatregelen tegen de weelde nam, maakte Lycurgus natuurlijk wel vele in zijn oog nuttelooze menschen als goudsmeden, bouwmeesters, zalvenbereiders enz. overbodig, maar hij verbande tevens ook allen handel en verkeer uit de stad, daar het Spartaansch geld nergens dan in Sparta geldig was.
Dit was juist het doel van Lycurgus, want volgens zijne meening kweekten handel en omgang met vreemde volken allerlei ondeugden aan.
Ten einde weelde en onmatigheid met kracht te kunnen tegengaan, voerde hij gemeenschappelijke maaltijden in. Niemand mocht in zijn eigen huis eten, maar men kwam op bepaalde uren op eene bepaalde plaats te zamen, waar eenvoudige maar krachtige spijzen werden voorgediend. De hoofdschotel was eene zwarte soep.
Deze wel wat willekeurige wetten verwekten bij de aanzienlijken eene hevige verbittering tegen Lycurgus.
Eens zelfs sloeg een hartstochtelijk jongeling, Alkandros, hem met een wapen het oog uit. Toen hij zijnen vijanden echter bedaard zijn bebloed en geschonden gelaat toonde, ontwaakte het berouw in hunne harten, omdat zij den waarlijk edelen man zoo slecht hadden behandeld, en werd hij met gejuich naar zijne woning teruggevoerd. Lycurgus liet zijne medeburgers zweren, dat zij zijne wetten tenminste zoolang zouden houden, tot hij van eene reis, die hij voornemens was te doen, zou zijn teruggekeerd. Hij keerde niet terug, maar bracht zich in den vreemde zelf om 't leven, opdat zijne medeburgers aan hunnen eed gebonden zouden blijven.
De geheele opvoeding der Spartanen had alleen ten doel krachtige mannen, ferme soldaten te vormen. Alle pasgeborene kinderen werden onderzocht; waren zij zwak of ziekelijk, dan werden zij aan den hongerdood prijsgegeven. Waarom hen ook in 't leven te laten; zij konden immers nooit goede soldaten worden, zoo was de meening der hardvochtige Spartanen. Tot het zevende jaar bleven de kinderen in het ouderlijke huis; dan echter belastte de staat zich met hunne verdere vorming, echter volstrekt niet om hen te verwennen. Zij sliepen op riet, dat zij zichzelven moesten halen. Hunne kleeding was heel eenvoudig en winter en zomer gelijk, hunne maaltijden waren uiterst sober. Teneinde hen te leeren pijn en smart te kunnen verdragen, werden ze dikwijls openlijk gegeeseld; hij, die een smartkreet uitte, werd met minachting aangezien.
Voorts oefenden zij zich in het dansen, loopen, worstelen en het hanteeren der wapenen. Stelen was hun geoorloofd, mits zij 't op listige wijze aanlegden; werden zij betrapt, dan kregen zij dubbel straf. Overigens werd hun bescheidenheid en eerbied voor bejaarde menschen ingeprent. Teneinde van hen geen praatjesmakers te maken, moesten zij zich oefenen, om zich zoo kort en bondig mogelijk uit te drukken (Lakoniek). Van de beoefening van kunsten en wetenschappen was geen sprake.
Kon het wel anders, of de Spartanen moesten bij zulk eene opvoeding dappere soldaten worden?
De Atheners hadden in Solon een' wetgever, die even edel en onbaatzuchtig, maar tevens veel beschaafder en menschlievender was. Hij leefde in de laatste helft der zesde eeuw voor Chr. Op zijne reizen had hij veel wijsheid opgedaan en werd daarom door zijne medeburgers hoog vereerd. Zelfs droegen zij hem de waarlijk niet gemakkelijke taak op, eene nieuwe staatsregeling voor Athene te ontwerpen.
Deze onderscheidde zich al aanstonds van die van Lycurgus, doordat zij democratisch, terwijl gene aristocratisch was, m. a. w. bij de eerste berustte de macht bij 't volk, bij de tweede bij de aanzienlijken. Solons eerste streven was, de armen van hun' schuldenlast te bevrijden.
Hij deed dit echter op eene veel billijkerwijze dan Lycurgus, zoodat hij alle standen bevredigde. Om het recht, de veiligheid en de goede zeden beter te kunnen handhaven, vernieuwde hij weder het aanzien van den Areopagus, een gerechtshof, dat des nachts zijne zittingen had en een streng toezicht hield over de zeden en handelingen der burgers.
Mocht Lycurgus de beoefening van kunsten en wetenschappen belemmeren, Solon bevorderde haar met alle macht. Op zoogenoemde gymnasiën werden de knapen niet alleen bezig gehouden met lichaamsoefeningen, maar ook met lezen, schrijven, zingen, muziek, teekenen, rekenkunde en vooral met de kunst, om zich schoon en bevallig uit te drukken.
Met zijn 18de jaar kreeg de jongeling schild en speer en moest aan 't altaar der goden zweren, zijne wapens nooit oneer aan te doen, maar desnoods met vreugde voor zijn vaderland te sterven.
Met zijn 20ste jaar trad hij in alle rechten van Atheensch burger en mocht mede de volksvergadering bezoeken.
Wie zich bijzonder verdienstelijk maakte voor zijn volk, werd op staatskosten onderhouden, of, wat nog grooter eer was, met een krans van olijftakken versierd.
Kon het anders, of het Atheensche volk moest beschaafd en ontwikkeld worden bij zulk eene opvoeding?
Solon genoot tot zijnen dood de achting zijner medeburgers en stierf in hoogen ouderdom.
Hij werd onder de zeven wijzen van Griekenland opgenomen.