← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

25. DE TWEEDE BURGEROORLOG (CAESAR).

Reading edition

Sulla's geluk spoorde andere eerzuchtige mannen tot navolging aan. Daar was vooreerst Pompejus, de gunsteling der grooten en een vriend van Sulla, die zich door vele gelukkige veldtochten den naam van "den roemruchtigen" had verworven. Hij had in Spanje de aanhangers van Marius onder Sertorius overwonnen, (72) gedeeltelijk den gevaarlijken slavenopstand onder Spartacus gedempt, (71) de Middellandsche zee van zeeroovers gezuiverd, (67) den ouden vijand van Rome, Mithridates, voor goed onschadelijk gemaakt, (64) Rome's heerschappij in Klein-Azië, Syrië en Palaestina bevestigd en onmetelijke schatten naar Rome gebracht. Een ander legerhoofd van Sulla, Crassus, oefende door zijn fabelachtigen rijkdom eenen grooten invloed uit, daar duizenden burgers hem als hunnen schuldeischer moesten ontzien. Grooter dan beiden was Julius Caesar. Rijk door de natuur begaafd, vereenigde hij in zich de schitterende hoedanigheden van eenen Alcibiades met de bezadigdheid en het kalme overleg van eenen Pericles. Hoezeer eer- en heerschzucht zijn hart vervulden, blijkt daaruit, dat hij betuigde "liever de eerste in een vergeten dorp dan de tweede in Rome te willen zijn." Toen hij het standbeeld, ter eere van Alexander den Grooten opgericht, beschouwde, riep hij uit: "Toen gij zoo oud waart als ik, hadt gij reeds de wereld veroverd en ik, ik heb nog niets gedaan!" Pompejus en Caesar zagen weldra in, dat zij zonder elkanders hulp niets vermochten en daarom verbonden zij zich met Crassus tot het eerste driemanschap (Triumviraat) (60).

Verstand en dapperheid, (Caesar) geluk en roem (Pompejus) en rijkdom (Crassus) hadden elkander de hand gereikt om de wereldheerschappij te deelen. Caesar werd tot proconsul benoemd van Gallië, dat hij nog eerst moest veroveren, maar waardoor hij ook gelegenheid had, roem en eer te behalen en een aan hem verknocht leger te vormen. Pompejus kreeg Spanje en Crassus Syrië als de beste plaats om zijn nooit verzadigden gouddorst te voldoen.

Behalve deze mannen stonden in Rome hoog in achting de strenge Cato, een man, republikein in zijn hart en eerlijk als goud en Cicero, de Romeinsche Demosthenes. Behalve door zijne welsprekendheid en geleerdheid had deze laatste zich verdienstelijk gemaakt door de ontdekking der schandelijke samenzwering van Catalina (63). De driemannen wisten echter deze beide bekwame mannen behendig op zijde te schuiven. Terwijl Pompejus te Rome in behaaglijke rust leefde en zijne provinciën door legaten liet besturen, terwijl Crassus in 't Oosten schatten op schatten stapelde en weldra in een' strijd tegen de Parthen sneuvelde, (50) veroverde Caesar in 8 veldtochten (58-50) Gallië en bedwong de Belgen en verschillende andere Germaansche volken.

Voor twee zulke eerzuchtige mannen als Pompejus en Caesar was 't groote Romeinsche rijk nog te klein. 't Duurde niet lang, of 't verbond werd verbroken en Rome weder het tooneel van den burgerkrijg.

Toen Caesar na de verovering van Gallië zijn leger niet ontslaan wilde, werd hij door den senaat tot vijand des vaderlands verklaard en Pompejus met het opperbevel tegen hem belast. (49) Maar Caesar voorkwam hem. Voordat Pompejus, die vroeger gesnoefd had, dat hij slechts op den grond zou behoeven te stampen om legioenen te zien verrijzen, nog met zijne toerustingen gereed was, was Caesar in Italië gevallen en had Rome zonder slag of stoot ingenomen. Pompejus en zijne aanhangers waren haastig gevlucht. Vervolgens stak de overwinnaar naar Spanje over, versloeg daar het leger van Pompejus en ging toen zijnen tegenstander zelven in Griekenland achtervolgen. Bij Pharsalus, eene stad in het landschap Thessalië, viel een geduchte slag voor, die geheel ten nadeele van Pompejus afliep. (47) Hij vluchtte naar Aegypte, maar werd aldaar bij zijne landing op last des Konings verraderlijk vermoord. Caesar had zijn doel bereikt; hij was nu de eerste man in Rome.

De senaat haastte zich hem voor zijn leven te benoemen tot dictator en imperator. Met de republiek was 't gedaan. (Cato's dood 46). Toch was Caesar's regering in zekeren zin voor Rome zeer heilzaam, want nadat zijne eerzucht bevredigd was, gaf hij vele goede wetten en versierde Rome met prachtige gebouwen. Ook ging hij zich niet op zijne tegenstanders wreken, zooals Marius en Sulla gedaan hadden. Caesar zocht de liefde van 't volk te winnen en misschien zou hem dit gelukt zijn, had niet zijne heerschzucht de woede gaande gemaakt van vele republikeinsche senatoren. Dezen smeedden weldra eene samenzwering, aan welker hoofd Brutus en Cassius stonden.

Op den 15 Maart van 't jaar 44 vielen in den senaat verscheidene samengezworenen met dolken op hem aan. Daar het hem niet aan moed ontbrak, trok ook hij zijnen degen; maar toen hij onder zijne moordenaars zijn aangenomen zoon Brutus zag, omhulde hij zijn gelaat met zijnen mantel onder den smartelijken uitroep: "Ook gij, mijn zoon Brutus!" en zonk doodelijk getroffen neer aan den voet van 't standbeeld van Pompejus, met wonden overdekt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings