7. EEN FEEST TE OLYMPIA.
Reading edition
Griekenland bestond weleer uit eene menigte onafhankelijke staatjes, die altijd naijverig op elkander waren en niet zelden bloedige oorlogen voerden.
Toch zijn de Grieken het beschaafdste volk der oudheid en de leermeesters der geheele beschaafde wereld geworden. Hoe ze dit geworden zijn? We zullen het u zeggen. Vooreerst leefden de Grieken in een heerlijk land, dat een gunstigen invloed moest uitoefenen op zijne bewoners. In de tweede plaats hadden ze een voortreffelijken aanleg. Verder waren er banden, die hen, hoe ook soms verdeeld en in gewoonten en zeden van elkaar verschillend, vereenigden en deden gevoelen, dat ze ééne natie waren. Tot die banden behoorden hun dichterlijke godsdienst, de verbonden, die zij sloten ter bescherming van een gemeenschappelijk heiligdom (amphictioniën) en niet het minst de volksfeesten.
De belangrijkste volksfeesten werden gevierd te Olympia, eene stad in het landschap Elis, in het westen van de Peloponnesus (Morea) gelegen. Bijna alle Grieksche staten namen hieraan deel. In plechtigen optocht trok het volk naar den tempel. Voorop gingen de versierde offerdieren, dan volgden de dienstdoende priesters, vervolgens de staatsbeambten, daarop de adel in schitterende kleeding, met groene olijftakken in de hand en eindelijk het volk.
Nadat de plechtige offers aan de goden gebracht waren, begonnen de eigenlijke spelen.
De Grieken meenden den goden geen grooter genoegen te kunnen geven, dan wanneer zij hunne kracht in den wedloop, in het worstelen, in het springen of in het vuistgevecht ten toon spreidden. Lichaamsoefeningen ter voorbereiding voor de wedspelen maakten dan ook een voornaam gedeelte van de opvoeding der jeugd uit. In de gymnasiën werd behalve van het lezen der werken van groote dichters, voornamelijk van Homerus, het meest werk gemaakt van loopen, worstelen, springen, slingeren enz.
De overwinning te behalen bij de Olympische spelen was de hoogste eer, die iemand kon te beurt vallen en toch was de prijs, dien de overwinnaar behaalde, slechts een olijfkrans.
Gedurende het feest werden alle vijandelijkheden gestaakt, opdat ieder in rust en vrede kon feestvieren. Niemand mocht er daarom gewapend verschijnen. Ten bewijze, hoe hoog de Grieken deze bijeenkomsten te Olympia in eere hielden, strekke, dat zelfs de jaartelling er naar geregeld werd. Men zeide b. v. dit of dat is gebeurd in het tweede of derde jaar van de zooveelste Olympiade. Eene Olympiade werd om de vier jaren gehouden, en men rekende dan van het jaar 776 v. C. af, omdat toen het eerst de namen der overwinnaars werden opgeschreven.
Het feest begon gewoonlijk met den wedloop. Zij, die naar den prijs dongen, waren in afdeelingen van vier man gesplitst. Zulk een wedloop was op verre na niet gemakkelijk, want de baan was geen effene, vaste weg, maar een ruimte, waar de voet telkens wegzonk in dik, mul zand.
't Kwam dus wel op kracht en volharding aan. Daarna werd er geworsteld. De worstelaars hadden vooraf hunne huid met olie ingewreven, opdat de hand hunner tegenpartij van het gladde lichaam zou afglijden.
Met voorovergebogen bovenlijf stonden zij tegenover elkander, gereed om elkander aan te grijpen; want het doel van den worstelaar was, zijne tegenpartij omhoog te heffen en hem dan op den grond te werpen.
Een gevaarlijke strijd was het vuistgevecht. De onderarmen waren omwonden met lederen riemen, van metalen knoppen voorzien; daardoor kwamen de slagen veel krachtiger aan.
Dat zulk een strijd dikwijls bloedig werd, ja, dat niet zelden een der kampvechters dood van het strijdperk werd weggedragen, laat zich gemakkelijk begrijpen. Vervolgens werden wedrennen gehouden op wagens met vier paarden bespannen. Dat was natuurlijk slechts een vermaak voor de rijken bestemd, daar de geringere burger niet in staat was, zulk een rijke equipage zich aan te schaffen. Ook deze wedstrijd was hoogst gevaarlijk, want dikwijls botsten de wagens in dolle vaart met geweld tegen elkander; de wagenmenners stortten dan uit het verbrijzelde vaartuig en werden door de hollende rossen langs de renbaan gesleurd. 't Ontbrak gewoonlijk niet aan middelen om de eerzucht bij de kampvechters op te wekken, want duizenden toeschouwers gaven voortdurend luide hunne goed- of afkeuring te kennen. Hoe groot de hitte ook mocht zijn: toch bleef de menigte op de kampplaats verzameld, en niet gemakkelijk zou iemand haar verlaten, voordat de spelen waren geëindigd.
Na den afloop van de kampspelen traden de overwinnaars voor de kamprechters; deze zett'en hun de olijfkrans op het hoofd en onder het gejuich van de menigte, trokken zij naar het altaar van Zeus, om den god dankoffers te brengen.
Met de schitterendste eerbewijzen werd de overwinnaar overal ontvangen; in zijne vaderstad aangekomen, haalde het volk hem feestelijk in, en dichters verwelkomden hem in liederen; bij openbare feesten mocht hij op de eereplaats zitten. In Sparta ontving hij het voorrecht om bij een' veldslag naast den koning te mogen strijden. In het kort, het voorrecht van Olympisch overwinnaar te zijn, werd een goddelijk geluk genoemd en de roem van zijn' naam weerklonk door geheel Griekenland.
De Olympische spelen waren ook in een ander opzicht van veel belang.
De uitstekendste kunstenaars trof men hier aan, om hunne kunstwerken onder het oog en ter beoordeeling van het Grieksche volk te brengen; dichters droegen hier hunne gedichten voor; kooplieden maakten van deze gelegenheid gebruik, om voordeelige zaken te doen.
Olympia was dus alle vier jaren de vereenigingsplaats van al, wat Griekenland als schoon, edel en geleerd kon aanwijzen, en daarom hebben deze spelen veel bijgedragen om de Grieken tot een welontwikkeld en kunstlievend, in één woord, tot een beschaafd volk te maken.