22. HET ROMEINSCHE RIJK IN GEVAAR. (HANNIBAL).
Reading edition
Karthago zocht zich in Spanje schadeloos te stellen voor 't verlies van Sicilië. Hamilcar Barcas en Hasdrubal, veldheeren der Karthagers, veroverden er aanzienlijke streken lands. De verovering der stad Saguntum, die zich onder Rome's bescherming gesteld had, gaf aanleiding tot den tweeden Punischen oorlog (218-201), een' oorlog, waarin Rome op den rand van zijnen ondergang werd gebracht. De man, die dat bewerkte, was Hannibal. Opgevoed in haat tegen Rome, gloeiende van vaderlandsliefde, bedeeld met buitengewone geestesgaven, was hij de rechte man voor 't groote doel, dat hij beoogde. Dat doel was niet minder, dan uit Spanje een leger over de Pyrenaeën en de Alpen te voeren en zoo in Italië te vallen ten einde den Romeinen in hun eigen land de wet voor te schrijven. Stout plan voorwaar!
Toen hij na de ongehoordste ontberingen en gevaren eindelijk in Opper-Italië's vlakten verscheen, was zijn leger tot op de helft geslonken; al zijne olifanten waren omgekomen. Toch is hij sterk genoeg om den Romeinschen legers bij de Ticinus, bij de Trebia (twee bijvloeden van de Po) en bij het meer Trasimene (in het tegenwoordige Toscane) eene volkomen nederlaag toe te brengen (218 en 217). Zonder de krijgskunst van den dictator Fabius (cunctator=draler), toen op verre na niet genoeg door de Romeinen gewaardeerd, ware Rome hoogstwaarschijnlijk verloren geweest. Toen later Aemilius Paulus en Terentius Varro de wijze taktiek van Fabius lieten varen, en Hannibal bij Cannae slag leverden, was eene geduchte nederlaag het gevolg van hunne onbesuisdheid. 50000 Romeinsche lijken bedekten het slagveld (216). Cannae was echter de keerkring van Hannibals geluk. In 't weelderige Capua, waar hij met zijn leger den winter doorbracht, werden zijne krachtige krijgers ontzenuwd; kleingeestige naijver in zijne vaderstad liet het hem aan de noodige hulp ontbreken, terwijl Rome eene kracht en vastberadenheid ontwikkelde, geëvenredigd aan het gevaar, waarin het verkeerde. Verschillende Italiaansche volken verbraken het bondgenootschap met Hannibal, totdat ten laatste slechts enkele versterkte plaatsen in Beneden-Italië in zijne macht waren.
Daar steekt de koene Scipio, die reeds in Spanje blijken van grooten moed en zeldzame bekwaamheid had gegeven, met een leger naar Afrika over en bedreigt Karthago. Hannibal snelt zijne vaderstad te hulp. Tevergeefs: de slag bij Zama (202) was ten nadeele van de Karthagers, en onder de schandelijkste voorwaarden moesten zij den vrede afbidden. Overal vervolgd door de Romeinen, die hem haatten en tegelijk vreesden, bracht Hannibal zich door vergif om 't leven (183).
Eene stad, die door handel en nijverheid zijn bestaan vindt, herstelt zich langzamerhand van de verliezen, die het geleden heeft. Zoo ook Karthago. Dit konden de Romeinen niet dulden. "Karthago moet verwoest worden", zoo besloot Cato zijne meeste redevoeringen in den Senaat. Eene aanleiding daartoe was spoedig gevonden. Een naburig koning (Masinissa van Numidië) maakte voortdurend strooptochten op Karthaagsch grondgebied. De Karthagers, geen oorlog mogende voeren zonder verlof der Romeinen, verzochten dezen om hulp, doch tevergeefs. Ten einde raad, grepen zij eindelijk zelven de wapens op en verjoegen de indringers. Schoone gelegenheid voor de Romeinen om een leger naar Karthago te zenden, ten einde de stad voor 't verbreken van de vredesvoorwaarden te straffen! De Romeinen eischen gijzelaars; men geeft ze hun; vervolgens hunne wapens; ook deze worden overgeleverd. Toen zij echter van de bedrukte inwoners vorderen hunne stad te verlaten, en minstens vijf mijlen van de zee zich eene nieuwe stad te bouwen, zegevierde de onderdrukte vaderlandsliefde over de honende vorderingen en bedreigingen der Romeinen. Nu geeft Karthago ons een tooneel te aanschouwen, waarbij het gevoelige hart van smart moet ineenkrimpen. Meer dan twee jaren werd er gestreden, aan den eenen kant met den moed der vertwijfeling, aan den anderen met grenzenlooze verbittering. Ieder huis moest veroverd worden; voet voor voet verdedigden de Karthagers den dierbaren grond, tot eindelijk met de sterke burcht hun laatste toevluchtsoord was gevallen. De koningin der Middellandsche zee ging in vlammen op. De aanvoerder der Romeinen, Scipio Afrikanus de jongere, kon bij 't zien van 't afgrijselijk tooneel zijne tranen niet bedwingen. 't Getuigt meer voor hem dan menige zege, op 't slagveld behaald. Van de 700,000 inwoners bleven slechts 50000 over, om den triomftocht van Scipio meer luister bij te zetten. Zoo eindigde de derde of laatste Punische oorlog. (149-146).—In 't zelfde jaar, waarin Karthago viel, werd ook Corinthe door den consul Mummius ingenomen, en daarmede was geheel Griekenland in Rome's macht. Omstreeks het jaar 130 konden de Romeinen zich beroemen, dat hunne heerschappij zich reeds uitstrekte over drie werelddeelen.