← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

16. ALEXANDER DE GROOTE.

Reading edition

Alexander was een prins van den voortreffelijksten aanleg. Zijn vader Philippus trachtte dezen aanleg door allerlei lichaamsoefeningen en een goed onderwijs op de beste wijze te ontwikkelen.

Te dien einde riep hij den beroemden Aristoteles aan zijn hof, om de opvoeding van zijn hoopvollen zoon op zich te nemen. "Ik verheug mij," schreef hij aan Aristoteles, "dat het kind geboren is, terwijl gij leeft, om het te kunnen onderrichten en tot een goed koning op te leiden."

Alexander was in alle opzichten zulk eenen leermeester waardig; want hij leerde met den grootsten ijver en was met zijne gansche ziel aan zijnen leermeester verknocht. Reeds vroeg haakte Alexander naar verhevene, roemwaardige daden.

Koning te zijn over de geheele wereld was zijn vurigste wensch. Zoo dikwijls boden de tijding brachten van de overwinningen zijns vaders, werd hij bedroefd en zeide eens weenend: "Ach, mijn vader zal nog de geheele wereld veroveren en mij niets overlaten." Het liefst hoorde hij zijne leermeesters vertellen van de groote daden der oude helden, van oorlogen en veldslagen. Homerus was daarom zijn lievelingsdichter. Hij wenschte een held te worden als Achilles en hoopte even schoon bezongen te worden.

Op zijne veldtochten had hij Homerus' gedichten in een gouden kistje dan ook altijd bij zich. Op den ouderdom van achttien jaren toonde hij reeds zijne dapperheid in den slag bij Chaeronea, waarin de Grieken hunne vrijheid verloren.

Toen hij twee jaren later, na de vermoording zijns vaders, zelf koning werd, dachten de Grieken van zijne jonkheid en onervarenheid gebruik te kunnen maken om hunne vroegere onafhankelijkheid weder te herwinnen. De stad Thebe moest echter ondervinden, dat met den twintigjarigen Macedonischen koning niet te spotten viel. De stad werd stormenderhand ingenomen en tot den grond geslecht.

Alleen het huis van Pindarus, den dichter, die in schoone liederen de overwinnaars in de Grieksche kampspelen bezongen had, liet Alexander sparen.

Nu weigerde geen der Grieksche staten den moedigen en ondernemenden jongeling meer gehoorzaamheid. Te Corinthe liet hij zich benoemen tot opperbevelhebber der Grieken tegen de Perzen. Aan het hoofd van een leger van 35000 man trok Alexander dan ook in 334 op om het reeds kwijnende Perzische rijk aan te vallen.

Hij stak den Hellespont over, en toen hij den voet op Aziatischen bodem zette, riep hij zegevierend uit: "Azië is mijn!"

Nadat Alexander het slagveld van Troje en vooral het graf van Achilles bezocht had, kwam het bij een klein riviertje de Granicus tot een hardnekkig gevecht tusschen het Grieksch Macedonisch leger en het Perzische, waarbij Alexander zoude gedood zijn, had niet zijn vriend Clitus hem gered.

Door deze overwinning werd hij meester van Klein-Azië. De eene overwinning volgde nu op de andere. Steden, die zich niet vrijwillig overgaven, werden stormenderhand ingenomen. Toch besloot de Perzische koning Darius Codomannus alle pogingen aan te wenden om den zegevierenden Macedoniër in zijne overwinningen te stuiten.

Met een leger van 600,000 man viel Darius het veel zwakkere leger van Alexander aan bij Issus, maar de Grieksche dapperheid en krijgskunst behaalden ook hier weder de zege op de overmacht. (333).

Honderdduizend Perzen sneuvelden; Darius vluchtte. Zijne moeder, zijne vrouw, twee dochters en een zoon benevens een onmetelijke buit vielen den overwinnaar in handen. Geheel tegen het toenmalige krijgsgebruik behandelde hij zijne aanzienlijke gevangenen met de grootste achting en eerbied. Toen Darius dit vernam, werd hij daardoor zoo getroffen, dat hij uitriep: "Goden! laat mij mijn rijk behouden, maar hebt gij den ondergang er van besloten, geef het dan aan Alexander van Macedonië."

De jonge held trok nu, zonder zich verder om Darius te bekommeren, langs de zeekust naar het zuiden, veroverde en verwoestte de rijke en machtige handelsstad Tyrus, maakte zich vervolgens meester van Palaestina en rukte eindelijk over de landengte van Suez naar Aegypte.

Aegypte was vroeger door Cambyses, koning van Perzië, veroverd en steeds hard behandeld; daarom beschouwden de Aegyptenaren de Perzen als hunne doodvijanden.

Geen wonder dus, dat men in Aegypte Alexander als redder begroette. Zijn tocht door het land geleek een zegetocht. Aan een der monden van den Nijl stichtte hij een nieuwe handelsstad, naar hem Alexandria genoemd, die weldra in plaats van het verwoeste Tyrus de zetel van den wereldhandel werd. In de groote Lybische zandwoestijn lag eene oase en daarin een tempel, aan Jupiter gewijd. Van de priesters van dezen god werd, evenals van die te Delphi, gezegd, dat ze de toekomst konden voorspellen. Alexander wenschte dien tempel te zien, die priesters te hooren en ondernam daarom een gevaarvollen tocht door de woestijn, dien hij echter gelukkig volbracht.

Door de priesters van Jupiter werd hij tot zijn groote vreugde voor een' zoon van Jupiter verklaard. Na dezen grooten uitstap keerde hij naar Azië terug, om Darius op te zoeken. Hij vond hem bij Arbela in Assyrië met een leger, in aantal wederom verre het zijne overtreffende. Alexanders krijgskunde en de dapperheid zijner troepen behaalden echter ook hier de overwinning. (331).

Nu was het Perzische rijk geheel in de macht van den stoutmoedigen Macedoniër. De voornaamste Perzische steden Babylon, Susa, Persépolis en Ecbatana vielen den overwinnaar in handen. Darius zocht zijn heil in de vlucht, maar werd door zijnen landvoogd Bessus gevangengenomen en verraderlijk vermoord. Deze laaghartige kreeg echter weldra de straf voor zijne snoodheid. Alexander liet hem vervolgen: hij werd gevat en ter dood gebracht. Darius' lijk liet hij echter naar Persépolis, de begraafplaats der Perzische koningen, brengen en daar op koninklijke wijze ter aarde bestellen. 't Scheen Alexander ondertusschen in Azië goed te bevallen, althans hij toonde volstrekt geen lust om naar Macedonië terug te keeren.

Hij huwde eene Perzische vrouw, liet zich op Oostersche wijze bedienen, eischte, dat men zich op Oostersche wijze voór hem zou nederwerpen en kleedde zich als een Pers. Hij hoorde gaarne, dat men hem bovenmate vleide; wie dit niet verkoos te doen, maakte zijn' toorn gaande, zooals bleek, toen hij zijn' vriend Clitus, die niet instemmen wilde met de laffe vleierijen der anderen, eigenhandig doorstak.

Het bezit van het Perzische rijk was echter op verre na niet voldoende om de eer- en heerschzucht van Alexander te bevredigen. Indië, het fabelachtige, rijke Indië te onderwerpen was nu het doel van zijn streven. Toen hij de grensrivier, den Indus, overtrok, kwamen hem verscheidene vorsten met rijke geschenken te gemoet. Eén koning echter, de dappere Porus, poogde hem het verder doordringen te beletten. Maar hoewel hij en zijn leger wonderen van dapperheid ten toon spreidden, moest ook hij het onderspit delven. Met wonden bedekt werd hij gevangengenomen, maar door Alexander allergrootmoedigst behandeld; hij kreeg niet alleen zijn geheel koninkrijk terug, maar ontving daarenboven nog verschillende nieuwe provinciën.

Na de onderwerping van Porus zou het Alexander niet moeielijk zijn gevallen geheel Indië te veroveren, wanneer zijne Macedoniërs niet oproerig geworden waren en geweigerd hadden hem verder te volgen.

Alexander moest dus tot den terugtocht besluiten, die dan ook onder de grootste bezwaren ondernomen werd. Te Babylon aangekomen, ontwierp hij weder nieuwe veroveringsplannen, maar te midden zijner groote toerustingen rukte de dood hem weg in den nog jeugdigen ouderdom van 33 jaren. (323).

Treurig en mismoedig stonden zijne veldheeren en vrienden bij zijn sterfbed.

Hij reikte hen de hand, en na hen veelbeteekend aangezien te hebben, zeide hij: "Ik heb een voorgevoel, dat er na mijnen dood bloedige twisten zullen ontstaan." Men vroeg hem nog, wien hij tot opvolger bestemde.

Hij antwoordde: "den waardigste." Alexanders voorzegging kwam uit. Zijn dood was het sein tot een langen en bloedigen strijd. Toch hebben zijne veroveringen zeer veel goeds tot stand gebracht; want daardoor kwamen de Grieken met de Oostersche volken in aanraking, werden beschaafder en leerden elkander meer achten als menschen van gelijke beweging en afkomst.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings