← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

9. MILTIADES.

Reading edition

De opvolgers van Cyrus, den grondvester van het Perzische rijk, zett'en diens veroveringen voort. Tot de landen, die zij veroverd hadden, behoorde ook Klein-Azië. Aan de oostkust hadden de Grieken vele koloniën gesticht, die tot hoogen bloei geraakten. De Aziatische Grieken schenen echter weldra het Perzische juk moede te wezen, althans zij stonden tegen hunne onderdrukkers op. Daartoe hadden vooral de Atheners hen aangezet, en daarom moesten dezen ook de gevolgen daarvan ondervinden.

Darius Hystaspes, de toenmalige beheerscher van 't Perzische Rijk, wist met weinig moeite de opgestane Grieken tot onderwerping te brengen en hield een vreeselijk strafgericht over de opstandelingen. Ook op de Europeesche Grieken, en voornamelijk op de Atheners, wilden de Perzen zich wreken.

Te dien einde zeilde in 493 v. C., een geduchte vloot naar Griekenland, die echter bij 't voorgebergte Athos door een' storm geheel vernield werd. Toen zond Darius boden naar Griekenland, om van alle staten aarde en water te vragen ten teeken van onderwerping. Als eenig antwoord, wierpen de Atheners de boden in een' kuil, terwijl de Spartanen ze in een put gooiden; daar moesten zij zich zelven maar aarde en water halen. Woedend over deze bejegening zijnen gezanten aangedaan, rustte Darius opnieuw een geducht leger ter onderwerping van Griekenland uit. Zoo zeker meenden de Perzen van de overwinning te zijn, dat zij ketenen medebrachten voor de Grieken, die zij gevangen zouden nemen, en marmer, ter vereeuwiging der Perzische dapperheid.

De Perzen landden eerst op 't eiland Euboea, thans Negropont genaamd, richtten aldaar groote verwoestingen aan, koelden hunne woede door de verdelging van de stad Eretria en staken daarna naar het vaste land over. In de groote vlakte bij Marathon, ten noorden van Athene, stelde het Perzische leger zich in slagorde.

De Atheners hadden zich dadelijk tot de Spartanen om hulp gewend. Dezen echter schreef een heilig gebruik voor, niet ten strijde te trekken, eer de volle maan aan den hemel stond. Slechts uit de Grieksche stad Plataea kwamen 1000 strijders de Atheners te hulp, die zelven nauwelijks 9000 man onder de wapens konden brengen, waaronder nog vele slaven waren. Het Perzische leger echter telde 100,000 man voetvolk en 10000 ruiters. Zulk een leger was wel in staat, zelfs den moedigste vrees in te boezemen. Het kleine Grieksche leger zoude ook zeker de vlucht genomen hebben, had niet de bezielde taal van een der 10 aanvoerders, Miltiades, het met nieuwen moed bezield en bij ieder der strijders de begeerte doen ontstaan, om voor vrijheid en vaderland bloed en leven op te offeren.

Onweerstaanbaar is dan ook de aanval der Grieken op de Perzische scharen. Ontzetting en verbazing over zulk een heldenmoed en opoffering bevangt de Perzen, en, als door een panischen schrik aangegrepen, vluchten zij op hunne schepen. Duizenden vluchtelingen worden achterhaald en gedood; zelfs vallen vele schepen in de handen der Grieken. Den volgenden dag kwamen de Spartanen op 't slagveld. Na het in oogenschouw genomen te hebben, prezen zij hoogelijk de dapperheid der overwinnaars en keerden vervolgens weder huiswaarts.

Miltiades deelde het lot van vele beroemde mannen. Eerst putte men zich uit in lof- en eerbewijzen; maar, toen hij later in de verovering van het eiland Paros niet slaagde, beschuldigden zijne benijders hem van verraad, waarop hij voor eene rechtbank werd gedaagd.

Wel werd hij van de doodstraf vrijgesproken, maar toch veroordeeld tot het betalen van de kosten der onderneming, die op 50 talenten, ongeveer 125,000 gl. werden geschat. Daar hij zulk eene ontzaggelijke som onmogelijk kon betalen, werd hij in de gevangenis gebracht, waarin hij weldra stierf als een slachtoffer van de ondankbaarheid zijner medeburgers.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings