← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

34. TWEE ENGELSCHE KONINGEN.

Reading edition

In dezelfde eeuw, waarin Karel de Groote stierf, zag Alfred de Groote het levenslicht. Evenals aan Karel heeft men hem en wel met volle recht den bijnaam van den grooten gegeven. Wat Karel deed voor de Franken, heeft Alfred in niet mindere mate gedaan voor de Engelschen.

Vroeger hebben we vermeld, dat de Angelen en Saksen zich meester maakten van Engeland en er 7 kleine koninkrijken stichtten, die omstreeks 827 door koning Egbert van Wessex tot één rijk werden vereenigd. Die vereeniging was een geluk voor Engeland. Omstreeks dien tijd toch begonnen de Noormannen of Denen, zooals ze in Engeland genoemd werden, hunne verwoestende invallen in het rijk. Evenals in andere landen werd ook hier de weg, dien de Noormannen gevolgd hadden, aangewezen door verbrande dorpen en steden, verwoeste velden en uitgeplunderde inwoners. Nu is het licht te begrijpen, dat één machtig koning beter de Noormannen kon weerstaan, dan 7 onbeduidende vorsten. Toch hadden sommige koningen het zwaar te verantwoorden, ja zelfs was Engeland wel eens geheel in de macht der Denen.

Alfred werd geboren in het jaar 849. Op vijfjarigen leeftijd nam zijn vader Ethelwulf hem mede naar Rome en liet hem daar, zeer tegen den zin zijner oudere zonen, door den Paus tot koning zalven. Na den dood zijner 4 broeders, onder wier bestuur Engeland verschrikkelijk van de Denen had te lijden, beklom Alfred den troon (871-901). Met blijdschap werd hij door zijne onderdanen als koning gehuldigd, want men had groote verwachtingen van hem, niet alleen omdat hij dapper en onverschrokken, maar ook edel en wijs was. In de eerste jaren van zijn bestuur brachten de Denen hem vele nederlagen toe. Wel behaalde hij eene enkele maal de overwinning, maar dan kwamen er telkens weer groote scharen van vijanden over de zee, die hem al meer in het nauw brachten. Ten laatste bleef er slechts eene enkele provincie in zijne macht. Nu was zijn toestand hopeloos. Vele zijner getrouwste vrienden verlieten hem en onderwierpen zich aan de Denen. Alfred verloor den moed niet; als herder verkleed verborg hij zich voor zijne vijanden in een afgelegen deel des lands. Volgens de overlevering zat hij eens in de hut van een' koeherder bij het vuur en hield zich onledig met het vervaardigen van boog en pijlen. De huismoeder, die niet wist, wie haar gast was, gaf hem bevel op het brood te passen, dat ze in den oven gedaan had. Doch Alfred peinsde onophoudelijk op de middelen om zijn land van de Denen te verlossen, en daardoor dacht hij niet aan het brood, dat begon te verbranden. Toen de huisvrouw die ondertusschen weer binnen gekomen was, dit merkte, riep ze toornig uit: "Luie kerel, die ge zijt! Het brood eten, kunt ge, maar om het te bakken, daartoe zijt ge te dom."

Nadat zijne vijanden hunne nasporingen moe waren geworden, verliet Alfred deze schuilplaats en begaf zich met eenige getrouwen naar een burcht, die in een door moerassen en wouden ontoegankelijk oord lag. Weldra kwamen er vele dappere en vaderlandslievende mannen tot hem, zoodat hij met een klein legertje den vijand kon aanvallen en buit bemachtigen. Om met de plannen en strijdkrachten der Denen bekend te worden, verkleedde hij zich, volgens het volksverhaal, als harpspeler, ging onverschrokken naar het vijandelijk leger en verrukte de soldaten door zijn heerlijk gezang en snarenspel. Meteen had hij nu eene schoone gelegenheid om de legerplaats der vijanden op te nemen. Nadat hij zijne maatregelen goed genomen had, riep hij bij hoorngeschal de edelen en vrijen van zijn volk op ten strijde. Jubelend schaarden dezen zich onder de vanen van den geliefden vorst, dien ze reeds gestorven waanden.

Heftig was de aanval op het Deensche leger; langen tijd stond de kans twijfelachtig, tot eindelijk Alfred en de zijnen de overwinning behaalden. De Denen, die in leven waren gebleven, moesten het Christendom aannemen en kregen verlof zich in Oost-Angelen en Northumberland te vestigen.

Alfred nam nu gepaste maatregelen om de invallen der Denen niet alleen af te weren maar ook te voorkomen. Langs de kusten, vooral daar, waar de vijanden gewoonlijk eene landing beproefden, werden burchten aangelegd. Hij liet eene vloot bouwen, uit groote vaartuigen bestaande en bemand met dappere, geharde Saksen en Friezen. Deze vloot moest ten allen tijde gereed zijn om zee te kiezen en de vloot der Denen van de kusten te houden.

Niettegenstaande deze maatregelen deden de Denen in 893 weer opnieuw met groote overmacht een' inval, doch na een hardnekkigen oorlog, die 3 jaren duurde, werden ze verjaagd en waagden zich tijdens het leven van Alfred niet weder in Engeland.

Zoo was Alfred de redder en verlosser van zijn volk. Maar hij liet het daarbij niet blijven. Zooveel in zijn vermogen was, trachtte hij zijn volk op te heffen en te veredelen. Oude, goede wetten werden opnieuw door hem ingevoerd; veiligheid en orde overal hersteld, zoodat men, zooals de geschiedschrijvers verhalen, eene beurs op den weg kon laten liggen, zonder vrees te voelen, dat zij weggenomen zou worden. De geestelijkheid werd door hem bevoordeeld, mits zij haren plicht deed. Scholen en kerken verrezen overal onder zijn bestuur; landbouw en nijverheid werden krachtig door hem aangemoedigd. Om den handel te bevorderen zond hij schepen uit ter ontdekking van onbekende landen; wetenschap en kunst, die hij zelf ook gelukkig beoefende, vonden in hem een milden beschermer. Door eene juiste verdeeling van den tijd was het hem mogelijk buitengewoon veel te verrichten. Zijne oprechte vroomheid, rechtvaardigheid en voorkomendheid openden hem aller harten, en 't was dus niet te verwonderen, dat hij diep betreurd werd door zijn volk, toen hij den 28 October 901 ten grave daalde.

Niet zooveel goeds kunnen we meedeelen van Willem den Veroveraar, een vorst, die ruim anderhalve eeuw later leefde dan Alfred.

De opvolgers van Alfred konden over 't geheel niet in zijne schaduw staan; daardoor ging het met zijn werk als met dat van Karel den Grooten: veel goeds ging er verloren. De Denen, merkende, dat zijn sterke arm het zwaard niet meer hanteerde, werden van jaar tot jaar stoutmoediger. Toen er in 1002 een vreeselijk bloedbad onder hen werd aangericht, gaf dit hun' koning Swen aanleiding om de Engelschen wreeder dan ooit te tuchtigen. Zijn zoon Kanut of Knoet, die van 1016-1035 regeerde; maakte zich zelfs meester van het rijk en regeerde wel gestreng, maar toch ook rechtvaardig. Later (1041) kwam de regeering onder koning Eduard weder aan de Angelsaksische koningsfamilie, doch niet lang. Na zijn' dood toch maakte Willem de veroveraar, hertog van Normandië, aanspraak op den troon van Engeland. Het Engelsche volk begeerde den Normandiër niet, maar verkoos Harald, een aanzienlijk edelman, tot koning. Willem liet zich dit niet welgevallen; hij trok aan het hoofd van een machtig, weluitgerust leger in 1066 naar Engeland. In het zuiden van dit land, nabij de stad Hastings, kwam het tot een treffen. Meer dan eens stond de kans voor Willem zeer hachelijk. Na een dapperen aanval van de Engelschen weken de Noormannen, en het gerucht verbreidde zich, dat Willem gedood was. Dadelijk sprong hij voor den dag, hield de vluchtelingen tegen, rukte zijn' helm af en riep: "Ik leef en zal overwinnen!" Tegen den avond was hij werkelijk meester van het slagveld. Harald, zijne beide broeders en de bloem van den Engelschen adel dekten met hunne lijken het slagveld. Den 26 December van het jaar 1066 liet Willem zich tot koning van Engeland te Londen kronen. Weldra bleek het, dat hij een streng heer was; zijne Normandische krijgers gaf hij rijke ambten en bezittingen en verbitterde daardoor de Angel-Saksen. Ook voerde hij in Engeland het leenstelsel in, doch zorgde dat zijne leenmannen hem niet boven 't hoofd konden groeien. Op zijn uitdrukkelijk bevel moesten Fransche taal en zeden in Engeland ingevoerd worden; daardoor kwam er eene vermenging van de Fransche taal der overheerschers met de Germaansche taal der overwonnelingen tot stand, en deze gaf den oorsprong aan de nieuwere Engelsche taal.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings