28. DRIE ROMEINSCHE KEIZERS.
Reading edition
De keizers uit het geslacht van Augustus: Tiberius, Caligula, Claudius en Nero waren óf wreede en ontaarde óf onbeduidende menschen. Het Romeinsche volk vertrapte in hunne dagen, tengevolge ook al van hun slecht voorbeeld, alle wetten van zedelijkheid en deugd met voeten. De vroeger zoo trotsche senaat werd slechts een lijdelijk werktuig in de handen der keizers; de eigenlijke macht berustte bij de soldaten en wel vooral bij de lijfwacht des keizers: de praetorianen. Zij waren de meesters van Rome en beschikten naar welgevallen over den troon. Hij, die 't meest bij hen in gunst stond, of liever nog, hij, die hun 't meeste geld bood, werd met het purper bekleed. Zelfs vreemdelingen, wanneer ze over veel geld te beschikken hadden, werden ten troon verheven.
De laatste keizer (Caesar) uit het geslacht van Augustus was de wreede Nero (54-68 n. C). Zijn naam wordt nog gebruikt, om een wreedaard aan te duiden. Nog geen 17 jaren oud volgde hij zijnen stiefvader Claudius in de regeering op. Hij was een jongeling van een voortreffelijken aanleg, maar ontving, helaas! eene slechte opvoeding. Toen de beroemde Seneca zijn leermeester werd, was het kwaad reeds te diep in hem geworteld; vandaar, dat wel de smaak voor wetenschap en kunst bij hem ontwikkeld, maar de neiging tot zedelooze vermaken niet in hem werd uitgeroeid. In den beginne, toen hij zich door Seneca liet leiden, toonde Nero zich zachtmoedig en weldadig en scheen zijne regeering eene weldaad voor het volk. Spoedig evenwel werd hij door lage, vleiende hovelingen geheel bedorven; en de man, die vroeger had gewenscht niet te kunnen schrijven om daardoor bevrijd te zijn van het onderteekenen der doodvonnissen, liet nu het bloed van duizenden zijner onderdanen stroomen. In waanzinnige woede liet hij zelfs zijne eigene moeder, zijne gemalin, zijn' stiefbroeder en zijn' leermeester Seneca om het leven brengen. In het jaar 64 n. C. brak in Rome een vreeselijke brand uit, die een groot gedeelte der hoofdstad in de asch legde. Nero liet de stad schooner dan ooit herbouwen, doch het volk was op hem verbitterd en beschuldigde hem, dat hij den brand had veroorzaakt. Om deze verdenking van zich af te schuiven, wierp hij de schuld op de gehate Christenen, die hij van nu aan vreeselijk liet vervolgen en martelen. Het volk werd eindelijk den dwingeland moede. De stadhouder van Spanje, Galba, werd door de soldaten tot keizer uitgeroepen en Nero doodde zich zelven, eerst 32 jaren oud. De levensgeschiedenis van Nero toont ons, hoe een oorspronkelijk goed mensch door eene slechte opvoeding en een verkeerd gezelschap kan worden bedorven!
Op Galba volgde reeds in 't volgende jaar Otho, die maar 3 maanden keizer bleef en opgevolgd werd door Vitellius, een man, slecht van hart en onbekwaam als regent. Nu riepen de troepen in het Oosten hun' veldheer Vespasianus tot keizer uit. Deze lag juist met zijn leger voor de stad Jeruzalem. De Joden, het geterg der Romeinsche stadhouders moede, waren onder Nero in opstand gekomen. Na een driejarigen strijd waren zij door Vespasianus beperkt tot hunne hoofdstad en deze verdedigden zij met wanhopige woede. Vespasianus begaf zich nu naar Italië en stelde zijn zoon Titus aan tot opperbevelhebber. In de lente van het jaar 70 n. C. besloot deze Jeruzalem door storm te veroveren. De verdeeldheid, die er onder de belegerden heerschte, de honger en het gebrek, die tot eene onbeschrijflijke hoogte waren geklommen, kwamen de Romeinen te hulp. Titus bood eerst nog vergiffenis aan, wanneer de Joden hunne stad wilden overgeven, maar ze wezen die verachtelijk van de hand. De ééne muur en de ééne toren na den anderen werden nu veroverd. Toen nu ook de burcht Sion en de tempel in des vijands macht waren gevallen, kon er van geen verzet meer sprake zijn. De stad Jeruzalem werd geslecht, de bewoners òf gedood òf tot slaven gemaakt. De prachtige tempel, dien Titus wilde sparen, werd door de roekeloosheid van een Romeinsch soldaat eene prooi der vlammen. (70 n. C.) In hetzelfde jaar werd een ander klein volk, de Batavieren, die onder Claudius Civilis zich tegen Rome hadden verzet, weer onderworpen.
Vespasianus (69-79) was, vergeleken met zijne slechte voorgangers, een uitmuntend keizer. Hij herstelde de orde in het rijk, was spaarzaam en moedigde kunsten en wetenschappen aan. Zijn zoon Titus, (79-81) die, voor hij keizer werd, een losbandig leven had geleid, regeerde zoo voortreffelijk, dat zijne tijdgenooten hem noemden: de liefde en wellust van het menschelijk geslacht. En hij verdiende dien titel. Hij noemde elken dag verloren, waarop hij geene gelegenheid had gehad, op keizerlijke wijze milddadig te zijn. Toen men hem eens onder 't oog bracht, dat hij te goedhartig was en daardoor ook onwaardigen beweldadigde, zeide hij: "Van een' vorst mag niemand met een treurig gezicht weggaan." Jammer, dat zijne regeering zoo kort duurde en nog gekenmerkt werd door groote rampen. Behalve dat hongersnood en pest verschillende deelen van het rijk teisterden, werden in het jaar 79 door de uitbarsting van den Vesuvius drie steden: Herculaneum, Pompeji en Stabiae onder asch en lava bedolven. Sedert menschenheugenis had de vulkaan niet gebraakt, en daardoor was men zorgeloos geworden. Oofttuinen, wijngaarden en villa's overdekten de vruchtbare hellingen des bergs, en aan den voet blonken de drie steden uit door weelde, rijkdom en welvaart. Daar verheft zich op den 24 Aug. eene wolk van ongewone grootte uit den Vesuvius, en weldra valt eene ontzaglijke massa asch en steenen neder. Aardbeving op aardbeving doet de hechtste en stevigste gebouwen instorten. Steeds heviger wordt de aschregen; voeten hoog bedekt de asch den omtrek, en weldra neemt een stroom van gloeiende lava zijn' weg over de prachtige velden. Toen de zon den volgenden dag het tooneel der verwoesting bescheen, waren de drie bloeiende steden van de aarde verdwenen. Een beroemd natuurkundige, Plinius de oude, die zich te dicht bij het tooneel der verwoesting waagde, werd het slachtoffer van zijne zucht naar kennis. In latere eeuwen is het gelukt Herculaneum en Pompeji weder op te delven; de eerste stad sinds 1713, de tweede sedert 1748. De huizen en meubels zijn goed bewaard gebleven, dank zij de dikke laag asch, die de verbranding door de gloeiende lava tegenhield. Men kan in deze steden dus aanschouwelijk zien, hoe de Romeinen te dien tijde leefden, hoe hunne woningen eruitzagen, welke gereedschappen zij gebruikten, welke spijzen zij nuttigden enz. Daardoor is men tot de kennis van veel wetenswaardigs gekomen.
Titus stierf in het jaar 81, naar men zegt tengevolge van vergif, hem toegediend door zijn wreeden broeder Domitianus.