← Table of contents
Oudheid en Middeleeuwen. Verhalen en schetsen

42. VEROVERING VAN CONSTANTINOPEL.

Reading edition

(1453).

Vroeger hebben we reeds gezien, dat in 476 n. C. het West-Romeinsche rijk werd vernietigd. Het Oost-Romeinsche of Grieksche rijk kon zich in een langer bestaan verheugen. Over 'tgeheel had het met groote moeielijkheden te kampen, niet alleen veroorzaakt door hevige aanvallen van Perzen, Arabieren en Turken, maar ook door binnenlandsche oneenigheden en twisten, die ontstonden ten gevolge van de troonsopvolging en van het verschil in denkwijze over vraagstukken van godsdienstigen aard. Wanneer men zien wil, hoe een volk zich zelf in het ongeluk kan storten, dan leze men de treurige geschiedenis van dit rijk.

Onder keizer Justinianus, die van 527 tot 565 regeerde, genoot het Grieksche rijk een kortstondig tijdperk van uitwendigen bloei. Zijne beroemde veldheeren Belisarius en Narses behaalden groote overwinningen. De eerste veroverde het rijk der Vandalen in Noord-Afrika en gaf een gevoeligen stoot aan de macht der Oost-Gothen in Italië, die door Narses geheel werden overwonnen. Italië werd toen voor korten tijd eene provincie van het Grieksche rijk onder den naam van Exarchaat. Onder zijne opvolgers ging die bloei spoedig voorbij. De Arabieren, door Mohammed tot zijn' godsdienst bekeerd, veroverden het grootste deel van de bezittingen des rijks in Azië en Afrika en belegerden zelfs van 669 tot 676 de hoofdstad Constantinopel, die evenwel door hare sterke ligging en het Grieksche vuur behouden bleef.

Tijdens de kruistochten was er over 't geheel eene zeer slechte verhouding tusschen de kruisvaarders en de Grieken. In het jaar 1204 veroverden de eersten zelfs, geholpen door de vloot der Venetianen, de stad Constantinopel en maakten zich meester van het rijk. Graaf Boudewijn van Vlaanderen was de eerste keizer van het zoogenoemde Latijnsche keizerrijk, dat zich slechts tot het jaar 1261 kon staande houden. In dat jaar herstelde een griek Michaël Palaeologus het Grieksche keizerrijk. Het herstelde rijk kwam evenwel niet tot rust, vooral omdat het gekweld werd door hevige aanvallen der Osmannische Turken, die er zich sedert het jaar 1303 al meer en meer in nestelden en het eindelijk geheel in hunne macht kregen, behalve de hoofdstad en hare omstreken. Constantinopel was op den duur niet bestand tegen de Turken; in 1453 werd het door sultan Mohammed II stormenderhand veroverd. De laatste keizer, Constantijn Palaeologus geheeten, sneuvelde als een dapper held. Van het merkwaardige beleg willen we enkele bijzonderheden meedeelen.

Sultan Mohammed wilde niet rusten, voor Constantinopel in zijne macht was. In den winter van 1452 op 1453 maakte hij geduchte toebereidselen tot de belegering. Reeds had hij vroeger eene sterke vesting in de nabijheid van Constantinopel aan den Bosporus laten bouwen. De gezanten van den Keizer, die hem van den verderen bouw trachtten af te brengen, werden smadelijk afgewezen. Toen Constantijn zag, dat het den Sultan ernst was, bracht hij zijne hoofdstad in geduchten staat van tegen weer. 't Was jammer, dat de dappere man bijna alleen het gevaar inzag en bijna de eenigste was, die moed en vaderlandsliefde genoeg had om zich zelven voor het behoud der stad op te offeren.

In de reusachtige stad waren slechts 7000 weerbare mannen te vinden, die hem wilden bijstaan in de verdediging. De overigen lieten dit liever aan vreemdelingen over en hielden zich bij het dreigende gevaar nog bezig met het twisten over godsdienstige vraagstukken. In de lente van 1453 had de Sultan alles voor den aanval gereed. Met een leger van minstens 258,000 man sloot hij de stad van de landzijde in; van de zeezijde werd zij bedreigd door eene talrijke, hoewel weinig geoefende vloot. De haven der stad, door eene zware keten afgesloten, was moeilijk voor den vijand te genaken. Met uitstekend beleid en zeldzame dapperheid verdedigde Constantijn zich tegen zijne talrijke aanvallers, en de Sultan merkte spoedig, dat hij weinig zou vorderen, wanneer niet de haven in zijne macht was. Maar—hoe haar te vermeesteren! De keten stuk te zeilen? dat was niet mogelijk. Hij bedacht een schrander middel. Van zijne vesting tot de haven liet hij eene reusachtige houten brug leggen, twee uren lang, en de planken met vet besmeren. 's Nachts werden door zijne soldaten 70 à 80 schepen langs deze baan gesleept en zoo over de keten in de haven gebracht. De belegerden vernamen daarvan niets; ten minste ze waren 's morgens erg verschrikt, toen ze zoovele Turksche schepen in hunne haven zagen. Wel poogden zij ze in brand te steken, doch de toeleg mislukte. Den 29 Mei besloot Mohammed eene algemeene bestorming te wagen. De Keizer en zijn klein leger verdedigden zich 2 uren met den moed der wanhoop. Vele aanvallers vonden den dood, doch telkens werden er nieuwe scharen naar den muur gedreven.

De zwakke bezetting was eindelijk uitgeput en toen nu een der dapperste aanvoerders wanhopig op de vlucht ging, werden de Turken weldra meester van de stad. Door eene bres trokken de Muzelmannen de stad binnen; de poort was gevuld met lijken. De dappere Keizer wilde de verovering der stad niet overleven; met weinige getrouwen wierp hij zich te midden der binnendringende vijanden en vond eindelijk, wat hij wenschte: den dood voor het vaderland.

Europa had nu nieuwe bewoners gekregen, en de Turken zorgden eenige eeuwen achtereen door hunne plundertochten, dat ze niet werden vergeten. Vele beroemde Grieksche geleerden, bevreesd voor het wapengekletter, verlieten hun vaderland en ontstaken met hunne wetenschap een helder licht aan vele pas opgerichte hoogescholen in Westelijk Europa. De ondergang van het Grieksche rijk werd alzoo ten zegen voor de Christenen in het Westen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings