← Table of contents
De Ellendigen (Deel 4 van 5)

Van de straat Plumet naar de wijk St. Denis.

Reading edition

De stem, die in de schemering Marius naar de barricade der straat Chanvrerie had geroepen, had op hem den indruk der stem van het noodlot gemaakt. Hij wilde sterven, de gelegenheid bood er zich toe aan; hij klopte aan de deur van het graf, een hand reikte hem in de schaduw den sleutel. Die sombere openingen, welke zich in de duisternis aan de wanhoop vertoonen, zijn verleidelijk. Marius nam de staaf uit het hek, welke hem zoo dikwerf doorgang had verleend, ging uit den tuin en zeide: „Welaan!”

Zinneloos van smart, niets bepaalds en zekers meer in zijn hersenen voelende, niet in staat voortaan iets meer van het lot te verwachten, na deze twee, in de dronkenschap der jeugd en der liefde doorgebrachte maanden, tegelijk door al de droomen der wanhoop overweldigd, had hij nog slechts één wensch: er spoedig een einde aan te maken.

Haastig ging hij voort; toevallig was hij gewapend, daar hij de pistolen van Javert bij zich had.

De jongeling, dien hij meende gezien te hebben, was op de straat uit zijn oogen verdwenen.

Marius, die de straat Plumet langs den boulevard had verlaten, ging over de Esplanade, de brug der Invaliden, de Champs-Elysées, het plein Lodewijk XV, tot hij de straat Rivoli bereikte. De magazijnen waren er open; het gas brandde onder de bogen: de vrouwen deden inkoopen in de winkels, men at ijs in het café Laiter, en pasteitjes bij den Engelschen pasteibakker. Echter reden eenige postrijtuigen in galop van het hôtel des Princes en het hôtel Meurice.

Marius ging door de passage Delorme naar de straat St. Honoré. De winkels waren daar gesloten, de bewoners spraken voor hun op een kier staande deuren, de voorbijgangers gingen heen en weder, de lantaarns brandden, en van de eerste verdieping af waren al de ramen als gewoonlijk verlicht. Op het plein van het Palais-Royal stond cavalerie.

Marius ging door de straat St. Honoré. Naar gelang hij zich van het Palais-Royal verwijderde, waren er minder verlichte vensters: de winkels waren geheel gesloten, niemand stond aan de deur te praten, de straat werd somberder, maar tegelijkertijd nam de menigte toe. De voorbijgangers waren nu dichte drommen geworden. Men zag niemand in die menigte spreken, en evenwel ging er een dof, zwaar gegons uit op.

Naar den kant der fontein de l’Arbre-Sec waren „samenscholingen,” beweginglooze, sombere groepen, die tusschen de heen en weergaanden als steenen in een stroomend water stonden.

Aan den ingang der straat des Prouvaires ging de menigte niet meer voort. Zij vormde hier een tegenstand biedende, aaneen geslotene, saamgedrongene, schier ondoordringbare massa van lieden, die zacht met elkander spraken. Er waren schier geen zwarte kleeren noch ronde hoeden bij. ’t Waren kielen, buizen, petten, bloote hoofden met verwilderd haar. Deze massa golfde verward in den nachtelijken nevel. Haar gefluister had een heeschen, trillenden klank. Hoewel niemand ging, hoorde men voetgetrappel in het slijk. Aan gene zijde dezer dichte menigte, in de straat du Roule, in de straat des Prouvaires, en in de verlenging der straat St. Honoré, was geen enkel venster verlicht. Men zag in het verschiet dezer straten de rijen afzonderlijke, steeds kleiner wordende lantaarns. De lantaarns van dien tijd geleken groote roode, aan touwen hangende sterren, die op de straat een schaduw als van een groote spin wierpen. Deze straten waren niet eenzaam. Men onderscheidde er bundels tegen elkander gezette geweren, bajonetten, die zich bewogen, en bivouakeerende troepen. Geen nieuwsgierige overschreed deze grens. Daar hield het verkeer op. Daar eindigde de menigte en begon het leger.

Marius had den wil van iemand, die geen hoop meer heeft. Men had hem geroepen; hij moest gaan. Het gelukte hem door de menigte te dringen, en door de bivouakeerende troepen te sluipen; hij ontging de patrouilles en vermeed de schildwachten. Langs een omweg bereikte hij de straat Béthisy en ging naar den kant der Halles. Aan den hoek der straat des Bourdonnais waren geen lantaarns meer.

Na de streek der volks en die der troepen te zijn voorbijgekomen, bevond hij zich in iets vreeselijks. Geen voorbijganger, geen soldaat, geen licht meer; niemand! De eenzaamheid, de stilte, de nacht; een onbeschrijfelijke huivering overviel hem. Wanneer hij een straat inging, was ’t hem, alsof hij in een kelder kwam.

Hij ging steeds verder.

Hij deed eenige schreden. Iemand ijlde hem voorbij. Was ’t een man? een vrouw? waren het meer personen? Hij zou het niet kunnen zeggen. ’t Was voorbijgegaan en verdwenen.

Langs allerlei omwegen kwam hij in een steeg, welke hij voor de straat de la Poterie hield; omstreeks het midden dier steeg stiet hij tegen een hindernis. Hij stak de handen uit. ’t Was een omvergeworpen kar; zijn voet voelde waterplassen, diepten, losse en opgehoopte straatsteenen. ’t Was een begonnen, maar verlaten barricade. Hij klom over de steenen en kwam aan de andere zijde der versperring. Hij ging dicht langs de straatpalen en nam de huizen tot richting. Op eenigen afstand voorbij de barricade meende hij iets wits voor zich te zien. Hij naderde en ’t nam een vorm aan. ’t Waren twee witte paarden, de paarden van den omnibus, welke Bossuet des morgens had uitgespannen en die den geheelen dag van de eene in de andere straat hadden rondgezworven, en eindelijk hier waren blijven staan met het uitgeput geduld der dieren, die evenmin de handelingen van den mensch begrijpen als de mensch de handelingen der Voorzienigheid begrijpt.

Marius ging de paarden voorbij. Toen hij aan een straat kwam, welke hem de straat du Contrat Social scheen te zijn, floot een geweerkogel, in de duisternis in ’t wild geschoten, dicht langs hem heen, en doorboorde boven zijn hoofd een scheerbekken, dat aan de deur van een barbierswinkel hing. In 1846 kon men nog in de straat du Contrat Social aan den hoek des Halles dat doorgeschoten scheerbekken zien.

Dat geweerschot was nog leven. Van dien oogenblik ontmoette hij niets meer.

Deze geheele streek scheen een afdaling langs donkere trappen.

Marius ging niettemin steeds voort.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings