← Table of contents
De Ellendigen (Deel 4 van 5)

Gavroche had beter gedaan de karabijn van Enjolras te nemen.

Reading edition

Men wierp op den heer Mabeuf een langen zwarten omslagdoek van de weduwe Hucheloup. Zes mannen maakten van hun geweren een draagbaar, waarop het lijk werd gelegd, en men droeg het met ontbloote hoofden, plechtig, langzaam naar de groote tafel in het benedenvertrek.

Deze mannen, geheel vervuld met de ernstige en heilige zaak, welke zij verrichtten, dachten niet meer aan den gevaarlijken toestand, waarin zij zich bevonden.

Toen het lijk dicht voorbij den onbewegelijken Javert ging, zeide Enjolras tot den spion:

„Gij, zoo aanstonds!”

Ondertusschen meende de kleine Gavroche, de eenige die zijn post niet had verlaten en op verkenning gebleven was, mannen zachtkens de barricade te zien naderen. Eensklaps riep hij:

„Weest op uw hoede!”

Courfeyrac, Enjolras, Jean Prouvaire, Combeferre, Joly, Bahorel, Bossuet—allen verlieten haastig de herberg. Er was schier geen tijd meer. Men zag een glinsterenden, dichten hoop bajonnetten boven de barricade golven. Municipale garden van hooge gestalte drongen voorwaarts, eenigen klommen over den omnibus, anderen gingen door de opening, den straatjongen voor zich uitdrijvende, die achteruit ging, maar niet vluchtte.

Het was een kritiek oogenblik. ’t Was die eerste vreeselijke minuut der overstrooming, wanneer de rivier tot aan den top des oevers stijgt en door de scheuren van den dijk begint te kwellen. Nog een seconde en de barricade was genomen geweest.

Bahorel wierp zich op den eersten municipalen garde, die binnentrad, en doodde hem met een karabijnschot; een tweede garde doorstak Bahorel met zijn bajonnet. Een andere had Courfeyrac reeds op den grond geworpen, die hulp riep. De grootste van allen, een soort van reus, liep met gevelde bajonnet op Gavroche toe. De straatjongen nam het groote geweer van Javert in zijne kleine armen, legde moedig op den reus aan en drukte af. Geen schot! Javert had zijn geweer niet geladen. De municipale garde lachte luidkeels en stak met zijn bajonnet naar den knaap.

Doch vóór de bajonnet Gavroche kon raken, ontviel het geweer aan de handen van den soldaat; een kogel had den municipalen garde midden tegen ’t voorhoofd getroffen en hij zonk achterover. Een tweede kogel trof den anderen garde, die Courfeyrac had aangevallen, in de borst en wierp hem neer.

’t Was Marius, die zooeven in de barricade was gekomen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings