← Table of contents
De Ellendigen (Deel 4 van 5)

Inhoud.

Reading edition

Boek I.

Eenige bladzijden geschiedenis.

Bladz.

I. Goed gesneden 7

II. Slecht genaaid 12

III. Lodewijk Filips 15

IV. Scheuren in de fundamenten 22

V. Feiten, waaruit de geschiedenis voortkomt, maar welke de geschiedenis niet kent 29

VI. Enjolras en zijn luitenants 38

Boek II.

Eponine.

I. Het veld van de Leeuwerik 45

II. Het ontstaan van de kiemen der misdaden in de gevangenissen 50

III. Vader Mabeuf heeft een verschijning 54

IV. Marius heeft een verschijning 58

Boek III.

Het huis in de straat Plumet.

I. Het verborgen huis 65

II. Jean Valjean nationale garde 69

III. Bladeren en bloesems 71

IV. Verandering van het hek 74

V. De roos bespeurt dat zij een wapen is 79

VI. De veldslag begint 83

VII. Tegen treurigheid nog grooter treurigheid 86

VIII. De galeiketen 90

Boek IV.

Hulp van beneden kan soms hulp van boven zijn.

I. Uitwendige verwonding, inwendige genezing 101

II. ’t Is voor moeder Plutarchus niet moeielijk een verschijnsel te verklaren 103

Boek V.

Welks einde het begin niet gelijkt.

I. De eenzaamheid en de kazerne 113

II. Vrees van Cosette 115

III. Opmerkingen van vrouw Toussaint 118

IV. Een hart onder een steen 120

V. Cosette na den brief 125

VI. De ouden zijn bestemd om ten geschikten tijde uit te gaan 127

Boek VI.

De kleine Gavroche.

I. Ondeugende streek van den wind 133

II. Hoe de kleine Gavroche zich Napoleon den Groote ten nutte maakt 136

III. De ontvluchting 155

Boek VII.

De dieventaal.

III. De weenende en de lachende dieventaal 170

IV. De twee plichten: waken en hopen 173

Boek VIII.

Verrukking en droefheid.

I. Helderheid 181

II. De bedwelming van het volmaakte geluk 186

III. Begin der schaduw 188

IV. De hond 191

V. Des nachts 198

VI. Marius keert in zooverre tot de werkelijkheid terug, dat hij aan Cosette zijn adres geeft 198

VII. Het jonge en het oude hart tegenover elkander 204

Boek IX.

Waarheen gaan zij?

I. Jean Valjean 219

II. Marius 220

III. De heer Mabeuf 223

Boek X.

De vijfde Juni 1832.

I. Het oppervlakkige der quaestie 229

II. De grond der quaestie 232

III. Een begrafenis: kans tot wedergeboorte 236

IV. De gistingen van eertijds 241

V. Eigenaardigheid van Parijs 245

Boek XI.

Het stofdeeltje verbroedert zich met den orkaan.

I. Eenige ophelderingen nopens den oorsprong van Gavroches poëzie.—Invloed van een lid der academie op deze poëzie 251

II. Gavroche op marsch 253

III. Billijke verontwaardiging van een kapper en een barbier 256

IV. De knaap verwondert zich over den grijsaard 258

V. De grijsaard 259

VI. Recruten 261

Boek XII.

Corinthe.

I. Geschiedenis van Corinthe sinds zijn stichting 265

II. Voorloopige vroolijkheid 269

III. De nacht daalt op Grantaire 277

IV. Pogingen van troost op de weduwe Hucheloup 280

V. De toebereidselen 283

VI. In afwachting 285

VII. De man, dien men in de Billettes-straat had ontmoet 288

VIII. Verscheidene vraagteekens betreffende een zekeren le Cabuc, die misschien niet le Cabuc heette 292

Boek XIII.

Marius treedt in de schaduw.

I. Van de straat Plumet naar de wijk St. Denis 299

II. Parijs uit de uilenvlucht gezien 301

III. De uiterste rand 304

Boek XIV.

De grootheid der wanhoop.

I. De vlag: eerste bedrijf 313

II. De vlag: tweede bedrijf 316

III. Gavroche had beter gedaan de karabijn van Enjolras te nemen 318

IV. Het vaatje buskruit 319

V. Einde van Jean Prouvaires gedicht 322

VI. Het zieltogen des doods na het zieltogen des levens 323

VII. Gavroche, een diepzinnig berekenaar der afstanden 328

Boek XV.

De Rue de l’Homme Armé.

I. Drinker, babbelaar 335

II. De straatjongen een vijand van lichten 343

III. Terwijl Cosette en vrouw Toussaint slapen 346

IV. Overdreven ijver van Gavroche 348

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings