V. (continued 2)
Reading edition
Volero, familienaam in de gens Publilia.
Vologeses of Volagaeses, naam van een vijftal parthische koningen uit den tijd van Parthië’s verval.—1) Arsaces XXIII (XXIV) Vol. I, 51–78 na C., veroverde Armenia voor zijn broeder Tiridātes (z. a.), doch deze moest de kroon uit de hand van keizer Nero aannemen en daarvoor naar Rome komen. Onder de regeering van Vol. I had Parthië veel te lijden van invallen der Alanen, zoodat hij zich zelfs tot Vespasiānus om hulp wendde, die echter niet verleend werd. Commagēne werd tijdens zijn bestuur door de Rom. ingelijfd (72 n. C.).—2) Ars. XXVI (XXVII) Vol. II, 130–148, van wien geene oorlogen bekend zijn.—3) Ars. XXVII (XXVIII) Vol. III, 148–190, viel in 161 in Armenia en versloeg eerst de uit Cappadocia te hulp gesnelde Rom., doch werd ten slotte in 163 door L. Verus in de engte gedreven; Seleucīa en Ctesiphon werden ingenomen en Mesopotamia was veroverd, toen op eens een vreeselijke pest uitbrak, die een eind aan den oorlog maakte (166). Zie Verus.—4) Ars. XXVIII (XXIX) Vol. IV, 190–209, leed zware verliezen tegen Septimius Sevērus, die Ctesiphon innam en plunderde, de mannelijke bevolking afmaakte en vrouwen en kinderen wegvoerde (198). Wederom kwam ziekte den Parthen te hulp.—5) Ars. XXIX (XXX) Vol. V, regeerde met zijn broeder Artabānus IV van 209 tot 226, hoewel Vol. waarschijnlijk niets te zeggen had. Zij waren de laatste Arsaciden in Parthië.
Volscens, veldheer in het leger van Turnus, die door dapperheid uitmuntte, maar door Nisus gedood werd.
Volsci, oud volk in Latium, aan beide oevers van den Liris, verbitterde vijanden der Rom., tusschen de zee en de grenzen van Samnium. Na ruim anderhalve eeuw van telkens hernieuwden strijd moesten zij eindelijk in 329 zich onderwerpen aan de Rom., waarna de naam der Volscen verdwijnt. Suessa Pometia was hunne hoofdstad. Zie ook Latium.
Volsinii, welvarende bondsstad van Etruria, op een steilen berg gelegen. In 265 werd de stad door de Rom. verwoest, waarna de inwoners eene nieuwe stad moesten bouwen aan den Lacus Volsiniensis (Lago di Bolsena). Ook deze nieuwe stad werd rijk en bloeiend. In de middeleeuwen is de oude plaats weer opgebouwd, tgw. Orvieto.
Voltacilius Pitholaus (L.), leermeester van Pompeius, onderwijzer in de rhetorica, de eerste vrijgelatene, die als geschiedschrijver opgetreden is. Zijn biographieën van Pompeius en diens vader zijn verloren gegaan. Z. ook Pitholeon.
Voltumna, godin van den etrurischen statenbond, bij wier tempel de bondsvergaderingen gehouden werden, waarmede offers, feesten en jaarmarkten verbonden waren. De tempel lag tusschen Ameria, Volsinii en Falerii. Deze godin is verwant met Vertumnus (z.a.).
Voltur (mons), aan de grenzen van Samnium en Apulia en nabij die van Lucania.
Volturcius (T.), deelgenoot aan de samenzwering van Catilīna, die gevangen werd genomen en onder belofte van vergiffenis alles bekende.
Volturnalia, zie Volturnus.
Volturnum, 1) oude naam van Capua.—2) stad aan den mond van den Volturnus, in 194 door de Rom. aangelegd op het gebied van Capua.
Volturnus, thans Volturno, hoofdriv. van Campania, ontspringt diep in Samnium en stroomt langs Casilīnum naar de Tyrrheensche zee. De vlakte ten N. heet ager Falernus, die ten Z. ager Campānus, het grondgebied van Capua.—Volturnus is oorspronkelijk de naam van een riviergod, die een afzonderlijken flamen had, en wiens feest, de Volturnalia, op 27 Augustus gevierd werd. Het woord is afgeleid van volvere, het wentelen der golven. Men verwarre dezen god niet met Vertumnus.—Volturnus is ook de naam voor den Zuid-Oosten wind (Eurus, tgw. Sirocco, zie Windstreken), die in Mei en Juni in Apulië zeer heftig optreedt, en den Romeinen volgens Livius in den slag bij Cannae veel stof in het gezicht woei. De Volturnus brengt soms regen.
Volumnii. 1) Volumnia, echtgenoote van Coriolanus; zie Marcii no. 3.—2) P. Volumnius Amintīnus Gallus, consul in 461.—3) L. Volumnius Flamma Violens, consul in 307 en 296, beide malen met App. Claudius Caecus, streed (296) zeer voorspoedig tegen de Samnieten.—4) P. Volumnius Eutrapelus, aanhanger van Antonius, van wiens bemiddeling Cicero poogde gebruik te maken.—5) P. Volumnius, geschiedschrijver en boezemvriend van M. Brutus.
Volusiānus (C. Vibius Afinius Gallus Veldumniānus), rom. medekeizer 251–253 na C.; zie Gallus.
Volusii. 1) Q. Volusius, een van Cicero’s beambten in Cilicia.—2) L. Volusius Saturnīnus, een man van groote rijkdommen en groot aanzien, was consul in 12 en oefende later de censoria potestas uit. Zijn zoon en naamgenoot hield het erfgoed zijns vaders goed bijeen en stierf in 56 na C. als praefectus urbi.—3) Volusius Proculus kreeg van Nero de opdracht, diens moeder Agrippīna uit den weg te ruimen. Tot belooning werd hij admiraal van de vloot der Tyrrheensche zee.—4) L. Volusius Maeciānus, goed jurist onder Antonīnus Pius, leermeester van M. Aurelius.—5) Door Catullus wordt een dichter Volusius uit Noord-Italië bespot wegens zijn boersche Annales. Door sommigen wordt deze Volusius geïdentificeerd met Tanusius Geminus (z. a.), waarschijnlijk ten onrechte.
Vonōnes, parthische koningsnaam. 1) Arsaces XVIII Von. I, 6–16 na C., was als gijzelaar te Rome opgevoed. Na den dood van Orōdes II werd V. tot den troon geroepen, doch door zijne rom. zeden verbeurde hij de achting van zijn volk en moest naar Armenië en later naar Syrië vluchten, terwijl Artabānus III koning der Parthen werd.—2) Vonōnes, die met zijn zoon Meherdates te Rome leefde als gijzelaar, totdat Meh. in 50 na C. onder den naam Arsaces XXII vruchteloos de kroon van Parthië trachtte meester te worden.—3) Ars. XXII (XXIII) Von. II, 51 n. C., regeerde slechts weinige maanden.
Vopiscus (Flavius) van Syracūsae, een van de schrijvers der Historia Augusta, omstreeks 300 na C. Hij beschreef de levens van een aantal keizers, van Aureliānus tot Carīnus.
Vortumnus = Vertumnus.
Vosegus, beter dan Vogesus, gebergte in Gallia, de tegenw. Vogezen (les Vosges).
Votivi (ludi), zie Ludi.
Vulcaniae insulae = Aeoliae insulae.
Vulcānal (Volcānal), zie Vulcanus.
Vulcani insula = Hiera no. 1.
Vulcānus, Volc., rom. god van het vuur. Daar hij een god is, die brand veroorzaakt, maar ook afweert (Mulciber = de verzachter), trachtte men, door zekere formulieren op de muren der huizen te schrijven, zich tegen zijn verderfelijken invloed te vrijwaren en zich van zijn hulp te verzekeren. Om dezelfde reden bouwde men zijne tempels liefst buiten de stad, doch in Rome zelf was hem het Volcanal gewijd, eene verhevenheid bij het Comitium, die evenals de tempel van Vesta als het zinnebeeld der eendracht van den staat beschouwd werd. Vandaar sprak, volgens de traditie, de koning de volksvergadering op het comitium toe. Overigens werd hij geheel en al met Hephaestus vereenzelvigd. Op zijn feestdag, Vulcanalia (23 Augustus), werden in den keizertijd spelen in den Circus Flaminius gehouden. Zie ook Maia no. 2 en Stata mater.
Vulcatii = Volcatii.
Vulci = Volci.
Vulgivaga, Volg., bijnaam van Venus, = Πάνδημος.
Vulsinii = Volsinii.
Vultur = Voltur.
Vulturcius = Volturcius.
Vulturnum = Volturnum.
Vulturnus = Volturnus.