← Table of contents
Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid

C. (continued 5)

Reading edition

Cyrus, Κῦρος, rivier, die op den mons Moschicus op de N. grenzen van Armenia ontspringt, door de caucasische landschappen Iberia en Albania stroomt en, door een zijarm met den Araxes vereenigd, zich in de Caspische zee ontlast.

Cyssus, Κυσσοῦς, haven van Erythrae op de ionisch-aziatische kust.

Cytaeïs, Κυταϊκή, Medēa, naar de stad Cytaea in Colchis.

Cytaea, Κύταια, stad in Colchis aan den Phasis.

Cythēra, Cytherēa, Cytherēis, Cytheria, Κυθήρη, Κυθέρεια, Κυθερηίς, Κυθηρία, Aphrodīte, zoo genoemd naar het eiland Cythēra, waar zij hoog vereerd werd.

Cythēra, τὰ Κύθηρα, thans Cerigo, eiland ten Z. van Laconica met de gelijknamige stad en de haven Scandēa, en met een beroemden tempel van Aphrodīte of Venus, die dan ook dikwijls Cytherēa genoemd wordt. Het eiland was eerst in het bezit van Phoeniciërs, vervolgens kwam het achtereenvolgens in handen der Argiven, Spartanen en Atheners. Door zijne ligging was het tegenover Sparta een strategisch punt van groot gewicht.

Cynthus, Κύθνος, eiland van de Cycladengroep, met warme bronnen, ten Z. van Ceos gelegen. Het was bewoond door Dryopes.

Cytinium, Κυτίνιον, een van de vier steden der dorische tetrapolis (Cytinium, Boeum, Erīneus, Acypha of Pindus).

Cytissorus, Κυτίσσωρος, zoon van Phrixus en Chalciope. Toen Athamas na de vlucht van Phrixus geofferd zou worden, waarschijnlijk ter verzoening van de bloedschuld, die hij door den dood van dezen op zich meende geladen te hebben, kwam Cyt. met het bericht dat Phrixus nog leefde en belette daardoor dat het offer plaats had. Daardoor rustte op hem de toorn van Zeus Laphystius, en werd bepaald dat de oudste van zijn geslacht altijd aan dien god geofferd zoude worden, welke straf later alleen toegepast werd op hen, die betrapt werden op de poging om het prytanēum te betreden. Deden zij geene poging hiertoe of gelukte het hun onbemerkt binnen te komen, dan waren zij behouden.

Cytōrus, Κύτωρος, oude stad aan de kust van Paphlagonia, stapelplaats van Sinōpe. Het lag op of aan een berg van denzelfden naam, die rijk aan buks- of palmboomen was.

Cyzicus, Κύζικος, bloeiende milesische kolonie op de zuidkust der Propontis (zee van Marmara), op den hals van het schiereiland Arctonnēsus (= bereneiland), gesticht 756. Aan weerszijden der landengte had de stad uitstekende havens, door eene doorgraving met elkander verbonden. Tot het gebied der stad behoorde ook het versterkte eiland Proconnēsus (= reeëneiland), dat een gezocht, zwart en wit gevlamd, marmer opleverde, waarnaar het in de middeleeuwen Marmara werd genoemd. Hier versloeg Alcibiades in 410 de Spartanen te land en ter zee, waarbij Mindarus sneuvelde. De groote bloei van Cyzicus dagteekent van het verval van Milētus en Athene. Toen de vrede van Antalcidas (387) de aziatische Grieken aan Perzië had prijsgegeven, gelukte het den Cyziceners in 365, de perzische bezetting te verdrijven. Later kwam de stad onder Macedonia, vervolgens bij Pergamus en ten slotte onder Rome. Uit trouw aan de Rom. doorstond zij in 75 een zwaar beleg van den pontischen koning Mithradātes, en werd zij tot belooning door L. Lucullus tot eene civitas libera verheven. Onder keizer Nero ging deze vrijheid te loor, wegens mishandeling van rom. burgers. De gouden munten der stad, κυζικηνοί, waren alom in de handelswereld bekend en gangbaar. Ook de cyziceensche balsem, uit het sap der irisplant bereid, unguentum Cyzicenum of irinum, μύρον κυζικηνόν, was beroemd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings