← Table of contents
De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877

Montenegro.

Reading edition

De woning van een senator te Njégosch.
De woning van een senator te Njégosch.

De woning van een senator te Njégosch.

De strijd in het Oosten is ontbrand. Het geduchte oostersche vraagstuk, waarvoor de europeesche diplomatie in volslagen radeloosheid stilstaat, waaraan zij geene oplossing weet te geven, eensdeels omdat zij in moedwillige verblinding den waren aard van het probleem niet wil zien, anderdeels omdat zij, door bekrompen zelfzucht en nijdigen naijver bezield, de eenig mogelijke oplossing verwerpt en hardnekkig blijft streven naar het onbereikbare, blijft reageeren tegen den onafwendbaren loop der geschiedenis; dat geduchte, zoo veel omvattende oostersche vraagstuk, telkens en telkens uitgesteld en verschoven—als werd het daardoor opgelost!—is op nieuw in vollen ernst aan de orde gesteld. De oorlog is uitgebroken: en dat het zoo ver gekomen is, wijt het in de eerste plaats aan die regeeringen, die de teekenen der tijden, het zoo verpletterend duidelijke Mene Mene, opzettelijk miskennende, iedere afdoende daad, elk krachtig optreden van het beschaafd Europa stelselmatig hebben belet, en voortdurend zich tevreden gesteld met woorden en nog eens woorden, als konden woorden de geduchte, vreeselijke werkelijkheid bezweeren en omscheppen naar willekeur! Zie, er zijn toestanden, zoo hopeloos verward, zoo door en door verdorven door jaren- en eeuwenlang verzuim, dat inderdaad geene andere oplossing dan door het zwaard mogelijk is; dat de oorlog als een weldaad, als eene uitkomst na martelende onzekerheid en vernederende weifelingen en radeloos rondtasten in den duister, moet worden begroet. Voor zulk een toestand staan wij ook hier. Jaren-, ja eeuwenlang heeft het ontwikkeld Europa zijn heiligen plicht tegenover de christelijke bevolkingen van het Balkan-schiereiland, schandelijk verzuimd; het heeft toegelaten dat eene mohammedaansche Tartarenhorde de schoonste en oudste erflanden der westersche beschaving in bezit nam en moedwillig ten verderve doemde; het heeft die schande laten voortbestaan, ook toen het voor ieder duidelijk was geworden, dat de turksche heerschappij veroordeeld was; toen de ruwe macht tot verderven, zich niet meer naar buiten kunnende keeren, toch nog steeds met de oude felheid bleef woeden tegen de weerlooze Christenbevolkingen, zuchtende onder het smadelijkst juk; toen in 't eind de logge massa van het doode Turkendom loodzwaar bleef wegen op de schouders van het nieuw ontwakende, worstelende leven der zoo lang vertrapte en mishandelde grieksche on slavische stammen. Voorwaar, aan dien toestand moet bladzijde 258een einde komen; en onze volle sympathie is verpand aan die groote mogendheid, die, alleen werkelijk wetende wat zij wil, getoond heeft den eisch des tijds te begrijpen, die nu eindelijk het zwaard heeft getrokken tot bevrijding der Christenen, tot het voorbereiden en mogelijk maken althans van eene betere toekomst. Zeker willen wij daarmede niet beweeren, dat ook Rusland, nevens eene grootsche, rechtvaardige, luid uitgesproken gedachte, geen zelfzuchtige nevenbedoelingen zou kunnen hebben:—aan wie der andere machten van het zoo jammerlijk uiteengescheurde Europa komt echter het recht toe, op dien grond vonnis te vellen? Aan Engeland misschien, welks staatkunde door het meest cynieke eigenbelang, door het onbeschaamdste en onedelste egoïsme, dat van den gierigen gouddorst, gedreven en bezield wordt; dat zich zelven alles geoorloofd rekent, maar niemand vergunt zijn voorbeeld te volgen? Doch dit staat vast: van alle europeesche mogendheden plaatst Rusland alleen zich, ten aanzien der oostersche kwestie, op de historische lijn; weigert Rusland alleen logens en huichelachtigen schijn voor waarheid aan te nemen; begrijpt Rusland alleen wat de roeping, de plicht en dus het recht van het beschaafd Europa tegenover Turkije is; handelt Rusland alleen overeenkomstig dien plicht. Daarom ook brengt het, telkens de europeesche diplomatie waar zij eigenlijk niet wezen wil; daarom schrijdt het onophoudelijk voorwaarts naar het eenmaal, met volle bewustheid, met historische noodzakelijkheid gekozen, en nimmer uit het oog verloren doel. En indien eindelijk de vrucht van al dit streven Rusland in den schoot valt; indien het eens verkrijgt wat het in het algemeen belang van Europa niet mag verkrijgen—aan wie zal dan de schuld zijn? Is het niet aan hen, die door tijdige en doeltreffende samenwerking het najagen van louter zelfzuchtige bedoelingen hadden kunnen verijdelen en eene voor allen bevredigende oplossing mogelijk maken; maar die, in laffe vreesachtigheid of kleingeestige jaloezie, er de voorkeur aan hebben gegeven, zich te onttrekken aan den onafwijsbaren plicht, hun door de geschiedenis op de schouders gelegd, en voorts hunne hoogste wijsheid hebben gezocht in het altijd maar op nieuw verschuiven van het ontzaglijk probleem, dat, eenmaal gesteld, zich niet meer verwijderen laat en waarvan de oplossing, door ieder uitstel, moeilijker wordt?

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings