← Table of contents
Uit den Kunstschat der Bakongos

De Man in den Stampersblok1

Reading edition

De Man in den Stampersblok1

Een jongeling ging om zijn verloofde te bezoeken. Toen hij in zijn verwantschap aankwam, slachtte men hem kiekens. En zij aten.

Den volgenden dag waren er geen kiekens meer. De vrouwen stampten boonen in den stampersblok. Zij legden ze op een schotel. Toen zij hem de schotel droegen hij, de jongeling, hij wilde niet, alzoo: Wij, in onze streek, wij eten dat nooit.

En hij ging, hij stak zijn kop in de opening van den blok; hij lekte en lekte.

Toen hoorde hij iemand, die aankwam en die sprak. Hij wilde er den kop uittrekken; maar de kop, hij kwam er niet uit, hij lag er in vast.

Hij, alzoo: Zie, ik ben er in vastgehecht.

Hij droeg den stampersblok en ging er mee tot op den vuilnishoop, achter de hut; en hij ging daar liggen onder het drooge gras.

De menschen, toen zij terugkwamen in ’t dorp, toen zij rondzagen naar hunnen schoonzoon, hij was er niet.

Zij spraken, alzoo: Wel, onze vader schoonzoon, waar hij gegaan is, waar is ’t? Aan ’t wandelen is hij misschien.

Toen zij ’t huis hadden uitgekeerd, riepen zij een kleine, alzoo: Neem aan, ga dit veegsel op den vuilnishoop werpen.

De kleine, toen hij ging naar den vuilnishoop, zag den stampersblok. Een mensch lag er in vastgehecht. De kleine begon te roepen, terwijl hij op den mond met de handen sloeg: He, la, la, la, la! He, ouden, komt rap! Wie is er in den stampersblok gestorven?

De ouden kwamen toegeloopen, en zij zagen den jongeling. Zij beproefden hem er uit te trekken. Maar om er uit te komen, hij kwam er niet uit. Dan leidden zij hem met den stampersblok tot in ’t midden van het plein, en zij sloegen den blok in stukken.

De jongeling, toen hij er uitkwam, deed zijne oogen wijd open; hij keek naar omhoog vol schaamte.

Toen de avond gevallen was, haastte hij zich weg en trok op. En hij sprak, alzoo: Mijne vrouw is hier, ik zoek mijne vrouw niet meer. Hoe zou ik nog hier komen? En hij trok op voor altijd, vol schaamte.

Indien een jongeling naar ’t dorp van zijn verloofde gaat, als men hem iets te eten geeft, en hij, als hij zegt: Ik, ik eet dat niet, dan vertelt men het spreekwoord: Eet maar, jongen, anders blijft uw kop in den stampersblok.

Kianika.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings