← Table of contents
Uit den Kunstschat der Bakongos

De Zot en de Waternimf

Reading edition

In een dorp was er een mensch, die koophandel dreef; hij had veel verstand. Maar op zekeren dag, ging hij naar de markt om zijn zaken te verkoopen.

Toen hij verkocht had, ’t was gedaan. ’t Was zijn vertrekken.

Dien dag ook, ’t was groote hitte en groote dorst naar water; de menschen, hunne kelen verdroogden en deden pijn. Veel pijn zagen zij af, omdat er geen water was. Hij haastte zich naar huis. Op den weg van zijn dorp, was er een rivier. Hij kwam aan de rivier, en hij dronk zijn water.

Toen hij de woorden van Kiwita hoorde, dronk hij nog water. Toen hij wilde boven komen, hoorde hij weer de woorden van Kiwita: Nwa mo, nwa mo; hij ging terug, en hij dronk en hij dronk.

Toen hij gedronken en gedronken had, zijn buik zwol hem op, en hij stierf. In zijn zotheid is hij gestorven.

Kiduma.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings