← Table of contents
Uit den Kunstschat der Bakongos

De Zot met het Rolleken

Reading edition

Die echtgenoot was een echte zot.

Op zekeren dag, toen hij wilde naar de markt gaan, nam hij zijn zaksken; hij zag niet of er een gat in was. Hij trok zoo op.

Maar bij ’t terugkomen, ’t rolleken viel er uit.

Hij, aldus: Ik heb een rolleken gekocht, ik raap dit op; nu heb ik er twee.

Maar in zijn zotheid, zag hij naar den zak niet. Zoo telde hij reeds drie keeren. Toen hij nog een rolleken op den grond zag, zegde hij: Ik heb er een gekocht, ik heb er reeds vier opgeraapt; nu zijn er vijf.

Toen hij in zijn dorp kwam, beval hij aan zijne vrouw den pot met water op te zetten, om ’t vleesch te bereiden.

De vrouw zette den pot op ’t vuur; toen de pot aan ’t koken was, vroeg zij ’t vleesch. De man schudde ’t vleesch uit en ’t rolleken was vol kleiaarde.

En hij loog aan zijne vrouw, alzoo: ’t Vleesch is onder weg verloren.

Maar de vrouw, toen zij naar ’t vleesch keek, dat vol kleiaarde was, sprak, alzoo: Mijn man is nu gansch zot geworden.

Zij zag naar den zak, en toonde ’t gat aan haren man.

Hij, alzoo: De zak was niet sterk genoeg en ’t vleesch is er uit gevallen.

Kisantu.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings