← Table of contents
Uit den Kunstschat der Bakongos

De Pad en de Wouw

Reading edition

Moeder Pad, toen zij ging om ’t geld te vragen, hij, Meester Wouw, vond verstand; hij was er niet. «Overmorgen en overmorgen» deed hij altijd zeggen.

Meester Wouw, toen hij den rook van ’t vuur gezien had, kwam zwieren in de lucht, om te zien of er geen muizen wegliepen op dat land. En hij wandelde, hij wandelde; hij vond iets dat daar blonk op den kleigrond; hij kwam met de vleugels slaan en hij dacht: Dat is een muis!

Meester Wouw viel beneden, greep op wat daar blonk, legde het in zijn weitasch, droeg het naar boven, en hij zag niet dat het de Pad was.

’s Avonds toen hij terugtrok naar zijn dorp, kwam Meester Wouw met zijn muizen te huis, begon te tellen de muizen van ’t jagen. De muizen, toen hij ze uitdeed, ze uitdeed, daar Moeder Pad ’n sprong: He, Meester Wouw, hier ben ik, ik ben gekomen om mijn geld te ontvangen.

Meester Wouw was verwonderd en verwonderd, was beschaamd. Hij ging geld halen in zijn geheimkamer, dat hij telde aan Moeder Pad: He, mijn vriendin, neem uw geld, ’t is gepast! Maar hoe gaat gij terug naar uw dorp? Gij, ik zal u niet voor niet dragen.

Moeder Pad, alzoo: Mijn geld heb ik genomen. Indien ik u geen strikken had gespannen, ’t geld, ik had het zeker niet gehad. Ik weet mijn wegen om langs ’t veld terug te gaan.

Meester Wouw wist ’t verstand van Moeder Pad niet. ’s Nachts, toen hij ging slapen, liet hij zijn weitasch hangen aan de deur van ’t huis dicht bij den grond. Moeder Pad, toen zij de weitasch zag, ’n sprong er in.

’s Morgens, toen de zon opgekomen was, Meester Wouw nam de weitasch, ging wandelen. Maar dien dag, ’t was heel warm en heet. Hij ging de rivier in, om een bad te nemen.

Moeder Pad kwam er uit, terwijl zij zegde: He, mijn vriend, ik ben er voor niet. Waar de voeten te klein zijn, de geest is niet te klein.

Kimpako.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings