← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

De Noormannen.

Reading edition

De Noormannen, wier voorvaders, zooals van de meeste der vroegste bewoners van Noord- en Midden-Europa, waarschijnlijk uit het verre oosten kwamen en tot den zoogenaamden Indo-Germaanschen stam behoorden, schijnen een ras van buitengewoon schoon-gevormde, moedige en geharde Noren geweest te zijn, nauw verwant aan de Denen, en die evenals deze hartstochtelijk van het zeeleven hielden. Gedreven door lust tot avonturen en door een stem uit het zuiden, die in deze Arische indringers van de sombere en ruwe noordelijke landen dikwijls reeds lang sluimerende herinneringen aan een zonniger klimaat wakker riep, begonnen zij de woeste golven op hun vlugge zwarte schepen te doorklieven, “de vlucht van den zwaan volgend”; en weldra verspreidden deze stoutmoedige Vikings (kreek-mannen, fjordmannen) schrik en angst langs de kusten van Duitschland en Frankrijk en voeren met hun lichte vaartuigen zelfs ver het binnenland in, de bevaarbare rivieren op, en droegen soms hun schepen van de eene rivier naar de andere over.

Dit zijn de gebeurtenissen, die misschien een juiste verklaring geven van de aanwezigheid van verschillende benden van Noorsche krijgslieden in Zuid-Italië, omstreeks 1018. Melo’s poging om wraak te nemen mislukte, niettegenstaande den moed van zijn huursoldaten, de Noormannen, en de Byzantijnen breidden voor eenigen tijd hun macht aanzienlijk uit (zie p. 308). Maar de Hertog van Benevento en andere vorsten streefden er ijverig naar de Noormannen in dienst te nemen en het aantal van deze geweldige krijgers nam zoo snel toe, dat zij weldra in staat waren hun aanspraken op het gebied, dat door hun krachtige hulp veroverd was, te laten gelden; aldus begonnen zij onafhankelijke gemeenten te stichten. Het recht om zoo te handelen was hun omstreeks 1028 door Koenraad II geschonken, die hun had toegestaan zich te vestigen in het gebied van Capua om Pandulf tegen te werken, den oproerigen despoot van die stad; en Pandulf’s vijand, de Hertog van Napels, Sergius, beloonde de Noormannen voor hun hulp door de stad Aversa aan hun aanvoerder, Rainulf te geven. Deze stad Aversa, welke achttien K.M. ten noorden van Napels ligt, was de eerste vaste woonplaats van de Noormannen in Italië en het werd, als het ware, de kern van hun toekomstig koninkrijk.

Robert Guiscard (of Wiscard, “de Wijze”), de zesde zoon van Tancredo d’Hauteville, was toen veertig jaar oud. Hij regeerde, nadat hij door Nicolaas als hertog erkend was, vijf en twintig jaar en breidde de macht van de Noormannen in Italië aanmerkelijk uit. Hij was eerst, evenals Richard van Aversa (of beter gezegd, van Capua, want over deze stad had hij de heerschappij gekregen), op goeden voet met de Pausen, maar toen Hildebrand gekozen werd, ontstonden er moeilijkheden; want de toenemende macht van Robert strookte volstrekt niet met de eerzuchtige plannen van den nieuwen Paus. Maar door de listige politiek van Hildebrand veranderde de stand van zaken geheel en al. Men zal zich herinneren, dat Hildebrand, de monnik, lang voordat hij Paus werd, grooten invloed had uitgeoefend op de besluiten van het pauselijk hof; inderdaad waren Nicolaas II en Alexander II slechts zijn werktuigen. Zijn sluwe politiek was het, waardoor Nicolaas er toe overging om Robert als hertog te erkennen en hijzelf had in zoo hooge mate de vriendschap gewonnen van den anderen Noorschen aanvoerder, Richard van Aversa en Capua, dat deze vorst hem had geholpen om den tegenpaus Benedictus den genadeslag te geven. Toen Hildebrand nu Paus werd en de Investituurstrijd uitbrak was hij verstandig genoeg om te voorzien, dat een verbond met de Noormannen voor hem noodzakelijk was met het oog op zijn conflict met den Keizer; en toen, na de vernedering van Hendrik IV te Canossa, het zich liet aanzien, dat de twist weder met groote bitterheid zou losbarsten, was hij vast besloten zich van de vriendschap met Robert Guiscard te verzekeren, die juist onlangs zijn macht had vergroot door zich meester te maken van Salerno en aldus het laatste steunpunt van de Longobardische heerschappij in Zuid-Italië had doen verdwijnen. Hildebrand’s diplomatische bekwaamheid werd in dit geval met een verrassenden uitslag bekroond.

Hertog Robert (het is niet gemakkelijk te begrijpen, om welke redenen) ging niet alleen op zijn voorstellen in, maar bracht hem zelfs wegens zijn hertogdom hulde als leenman (een hulde, die de koningen van Sicilië 600 jaar gebracht hebben) en bevestigde de aanspraak van den Paus op Benevento, een recht dat tot het jaar 1860 erkend is. Sinds dien tijd waren de Noormannen van Zuid-Italië een sterke steunpilaar van de Kerk van Rome.

Ongeveer tien jaar voor deze gebeurtenis was Robert Guiscard zijn jongsten broeder, Roger, te hulp gekomen, dien hij had uitgezonden tegen de Saracenen op Sicilië. In 1072 had hij deelgenomen aan de inneming van Palermo, dat thans, nadat het 240 jaar in de macht van de Arabische en Afrikaansche Muzelmannen was geweest, de hoofdstad zou worden van Christelijke vorsten, wier naaste voorouders Scandinavische Vikings waren geweest. Roger liet zich tot Graaf van Sicilië uitroepen, maar het duurde bijna twintig jaar, voordat hij het geheele eiland volkomen had onderworpen en de Saracenen in zijn leger en zijn rijk had opgenomen.

46. Castel del Monte. Apulisch Kasteel van Frederik II.
46. Castel del Monte. Apulisch Kasteel van Frederik II.

46. Castel del Monte. Apulisch Kasteel van Frederik II.

De jongste van Robert’s twee zonen, Roger Borsa, was de lieveling van zijn vader geweest en had zich van de opvolging in het hertogdom verzekerd. De oudste, Bohemund, moest zich tevreden stellen met Taranto (Tarente). In 1097 sloot hij zich bij den eersten kruistocht aan met eenige duizenden Normandische krijgslieden. Verhalen, die in verband staan met zijn heldendaden in het oosten—de inneming van Antiochië met de hulp van de Genueezen en Pisanen en door een list, die den zoon van “Guiscard” waardig was (Gibbon noemt hem den Latijnschen Odysseus), de ontdekking van de “heilige speer” en de nederlaag van een geweldig leger der ongeloovigen, de stichting van Christelijk vorstendom in Antiochië—kan men vinden in de Gerusalemne Liberata van Tasso en schilderachtige beschrijvingen kan men lezen in de Decline and Fall of the Roman Empire. Kroniekschrijvers vertellen ook, hoe hij vier jaren in Turksche gevangenis smachtte en eindelijk ontsnapte door de hulp van een Mohammedaansche prinses. Na zijn ontvluchting schijnt hij weder troepen in Italië verzameld te hebben om Antiochië te heroveren, maar zijn aanval op Durazzo was blijkbaar vergeefsch en hij keerde naar Tarente terug, waar hij ongeveer 1112 stierf. Roger Borso was kort tevoren gestorven en het hertogdom van Apulië was overgegaan in de handen van zijn zoon Willem, die, ofschoon zwak van lichaam en geest, toch gedurende de volgende zestien jaren 1111–1127 zijn gezag wist staande te houden.

Ondertusschen had de jongste broeder van Robert Guiscard, Graaf Roger, de Saracenen in Sicilië volkomen overwonnen. Hij bereikte, evenals Robert, den leeftijd van zeventig jaar. Bij zijn dood, in 1101, liet hij slechts twee zonen na, een van acht en een van zes jaar. Hun moeder, de derde vrouw van Graaf Roger, Adelaïda van Monteferrato, was regentes over den oudste, Simon, die in 1105 stierf, en over den jongste, Roger, totdat hij den volwassen leeftijd had bereikt. Zij vertrok naar Palaestina, waar zij trouwde met Boudewijn (den broeder van Godfried), den koning van Jeruzalem.

De krijgsdaden van Koning Roger waren schitterend, maar hadden geen blijvende gevolgen. Hij maakte eenige veroveringen in Noord-Afrika, en deed, evenals Robert Guiscard had gedaan, een aanval op het oostelijke Keizerrijk, veroverde Corfu, nam Thebe en Corinthe in, en genoot zelfs de voldoening, dat de pijlen der Noormannen tegen de vensters van het keizerlijk paleis te Byzantium hadden gekletterd.

Hoe dit ook zij, wij behoeven er niet aan te twijfelen, dat zijn zoon terecht Willem de Goede werd genoemd, want gedurende zijn regeering van twee en twintig jaren (of zeventien, indien wij het regentschap van zijn moeder Margherita er aftrekken), was er geen spoor van oproer of ontevredenheid. Toen zijn vader stierf, was hij een jongen van dertien jaar. Zijn opvoeding werd toevertrouwd aan leermeesters, die door zijn vorstelijke verwanten uit Normandië waren gezonden,—aan Stephanus van Rouaan, Petrus van Blois, en den Engelschman Walter Of a Mill, die als zijn particuliere raadsman en kanselier grooten invloed op hem uitoefende, en door middel van hem op den gang der staatszaken, en in later tijden beroemd is geworden door de prachtige kerken, tot wier bouw hij, als Aartsbisschop van Palermo, zijn steun heeft verleend. Door zijn invloed geschiedde het ongetwijfeld, dat Willem met een Engelsche prinses in het huwelijk trad, Johanna, de dochter van Hendrik II en de zuster van Richard Leeuwenhart. Dat Willem II op een verstandige en onbekrompen wijze optrad, blijkt niet alleen uit den vreedzamen en welvarenden toestand van zijn eigen gebied, maar ook uit zijn buitenlandsche staatkunde. Hij sloot een verbond van twintig jaren met Venetië, en waarschijnlijk werd door zijn toedoen verhinderd, dat die stad door de wraakzuchtige Byzantijnen verwoest werd. Hij ondersteunde ook de Noord-Italiaansche republieken krachtig in haar wanhopigen strijd voor de vrijheid en nam door middel van zijn afgevaardigden deel aan de beroemde bijeenkomst te Venetië in 1177, waar Barbarossa met den Paus en de Lombardische steden vrede sloot.

Notes in this chapter

Note 1 · Vooral voor een volk, dat er aanspraak op maakt van de Noormannen af te stammen.Note 2 · In 897 slaagde Alfred er in de Deensche Noormannen, voor eenigen tijd, uit Engeland te verdrijven.Note 3 · Hun eigen taal, de lingua Danica, zooals kroniekschrijvers die noemen, werd, zegt men, na het jaar 970 ongeveer niet meer begrepen te RouaanNote 4 · Gibbon, die geen melding maakt van het beleg van Salerno, maar een schilderachtige beschrijving geeft van het andere voorval, noemt Melus “eNote 5 · Zie Gibbon, hfdst. LVI.Note 6 · Het schijnt dat hij door den ban was getroffen, omdat hij Monte Cassino had genomen en de monniken had weg gejaagd. Men vertelt, dat hij hetNote 7 · Het schijnt werkelijk, alsof Robert Guiscard het eerzuchtige plan koesterde in zijn persoon het verdeelde Keizerrijk der Romeinen weder te vNote 8 · Zijn lange regeering verdient vermelding wegens de vele prachtige marmeren beelden, waarmede hij de onlangs herbouwde St. Marcus versierde.Note 9 · Hij werd begraven te Venusia, de geboorteplaats van Horatius, waar men zijn graftombe nog kan zien in de abdij-kerk van S. Trinità.Note 10 · Zijn handteekening was soms Siciliae et Italiae Rex. De uitdrukking “de Beide Siciliën” schijnt van later datum te zijn.Note 11 · Het verdient opgemerkt te worden, dat het koningschap over het gebied op het vasteland niet vermeld wordt.Note 12 · Het Normandisch-Fransch bleef ongetwijfeld een tijdlang de moedertaal, misschien de hoftaal, van de vorsten en de veteranen. Maar de NoormanNote 13 · Hedschra, de vlucht van Mohammed, 15 Juli 622.Note 14 · Men moet er zich telkens weer over verbazen, dat deze Noorsche vorsten zich er om bekommerden leenmannen van den Paus te zijn; en hoe de PauNote 15 · Paradiso XX, 62. De op sterren gelijkende zielen van Willem den Goede, van Rhipeus den Trojaan, Hiskia (Ezechias) den koning van Juda, TrajaNote 16 · In verband hiermede verdient het volgende volkslied vermeld te worden:Note 17 · Volgens een oud verhaal werd zij in een klooster gebracht, omdat zij lam en scheel was. [Vertaler].Note 18 · Of, zooals Dante het uitdrukt (Paradiso III, 119), om voor den tweeden stormwind van Zwaben (Hendrik VI) de derde en laatste macht (van die Note 19 · Wat betreft de kerken en paleizen te Palermo tijdens de heerschappij der Noormannen zie men hoofdstuk IV van dit Deel. De edele en voortreffNote 20 · Toen Karel de Groote een vloot van deze Noorsche zeeschuimers in snelle vaart langs de kust van Frankrijk zag zeilen, werd hij door sombere Note 21 · Toen de Noormannen den Christelijken godsdienst hadden aangenomen en als volk door de andere Christelijke volkeren waren erkend, bracht hun Note 22 · Behalve de Noormannen te Aversa waren er vele groepen, die zich nog nergens blijvend gevestigd hadden, maar in dienst traden, waar gestredenNote 23 · Gedurende deze vijftig jaar (c. 1040–1090) nam de macht der Noormannen in Zuid-Italië in hooge mate toe. Willem Bras de fer stierf, maar andNote 24 · Onderwijl had Robert Guiscard, nadat de laatste van de Longobardische staten in zijn gebied was ingelijfd, het plan gevormd zijn veroveringeNote 25 · Dit gebeurde in het begin van den zomer 1084. In den herfst bereikte hij weder Dalmatië, juist op tijd om een tweeden hevigen aanval van de Note 26 · Wij hooren weinig van Graaf Roger den Tweede van Sicilië, totdat het hertogdom van Apulië en Calabrië openvalt door den dood van zijn achterNote 27 · Men zal zich herinneren, dat in dezen tijd Paus Innocentius II naar Frankrijk moest vluchten en Anacletus, de tegenpaus, de macht in handen Note 28 · De honderd jaren (1087–1189), gedurende welke Sicilië onder de heerschappij der Noormannen stond, vormen een van de meest aantrekkelijke perNote 29 · De regeering (1154–1166) van Roger’s zoon en opvolger, Willem I, werd door verschillende opstanden zeer verontrust. Hij had vele machtige viNote 30 · Als een groot en uitstekend regeerder heeft Willem II van Sicilië onsterfelijke eer gekregen door Dante, die zijn ziel, in de gedaante van eNote 31 · Het was evenwel ook naar aanleiding van zijn oorlogen tegen de Muzelmannen en de anti-pauselijke Byzantijnen, dat Willem van de kroniekschriNote 32 · Niet lang voordat Frederik Barbarossa naar het oosten trok (vanwaar hij nimmer zou terugkeeren), vond het huwelijk van zijn zoon Hendrik metNote 33 · Met den dood van Willem den Goede eindigde de dynastie van de Noormannen op Sicilië. Onwettige pretendenten verschenen ten tooneele, maar, zNote 34 · Gedeeltelijk aan de onvolledigheid hunner veroveringen, gedeeltelijk aan de uiteenloopende eigenschappen der rassen moet men het toeschrijveNote 35 · Rex Gulielmus abiit, non obiit, Rex ille magnificus, pacificus. Cuius vita placuit Deo et hominibus, Eius spiritus Deo vivat coelitus.Note 36 · Op zijn graf stond: Hic situs est bonus rex Gulielmus, welke woorden later door minder eenvoudige zijn vervangen. [Vertaler].
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings