← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Index.

Reading edition

(Voor gebouwen zie men onder “Kerken” en “Paleizen”)

Abbacinamento, 15, 201, 257

Abelard, 327, 330

Acacius, patriarch, 112, 119

Adalbert, zoon van Berengarius, 299–301

St. Adalbert van Praag, 305

Adda, slag bij de, 115, 199

Adelaïda van Monteferrato, 361

Adelchis, 215

Adelheid, gemalin van Otto I, 297, 303

Adelwald, 195, 226

Adige, slag bij de, 114

Adolf, zie Athaulf

Aemona, 114

Aëtius, mededinger van Bonifacius, 11, 12, 76–79; verslaat de Bourgondiërs, 79; verslaat Attila bij Châlons,87–88; sterft 12, 91

Afrika, Midden-, 94 n.

Agapetus I, paus, 174

Agapetus II, 297

Agathias, 161 n.

Agesilaus, 93

Agiltrud, 289, 350

Agilulf, 193–195, 226

Agnellus van Ravenna, 140 n., 150, 151, 154

Agnes, gemalin van Hendrik III, 315, 317

Aistulf, zie Astulf

Alanen, 27, 29, 75, 82

Alarik, 9, 10, 21; verslagen door Stilicho, 66; neemt Rome, 71–72; sterft, 73

Alarik II, 118

St. Albanus, 33, 61

Alberik, 294; zijn zoon, 295–297

Albigenses, 414, 462–64

Albinus, 120, 156

Alboin, 135, 184–187

Albrecht van Habsburg, 445 n.

Alcwin, 218, 342

Alemannen, 43

Alessandria, 337–338

Alexander III, paus, 335; te Venetië, 337

Alexander IV, paus, 427

Alexandrinum, opus, 489 n.

Alfred, koning, verdrijft de Noormannen uit Engeland, 355 n.

Aligern, 136

Altinum, 253, 255 n.

Amala, 143 n.

Amalafrida, 117, 122, 123 n.

Amalarik, 118

Amalasuntha, 120, 121, 145; sterft, 122

Amaler, 114

Amalfi, 369 n.

St. Ambrosius, 8; trotseert Theodosius, 46, 51–54; Ambrosiaansche muziek, 53; kerk van St. Ambrosius, 382

Amidei, 389

Ammianus, 45 n., 154

Ammiraglio = al Emir, 364

Ampullae, 63 n., 246

Anachoreten, 62–64, 164

Anacletus, tegen-paus, 327, 362

Anafesto, Doge, 256

Anagni (Alagna), 441, 446–447

Anastasius, keizer, 112 n., 116, 117

Anecdota, 162, 172

St. Angelo, Castel, 224

Angelen, 225

Angel-Saksen, 27, 61, 225

Anjou, Huis van, 439 n.

Anno, Aartsbisschop van Keulen, 315

Ansprand, 200

Antelami, 495

Anthemius, keizer, 14

Antiochia, 43, 130

Antonina, gemalin van Belisarius, 130, 133 n.

Antonius, van de Thebaïs, 63–64

St. Apollinaris, 80, 151 n.

Aquae Sextiae, 23

Aquileia, 51; verwoest door Attila, 88–89, 253–256

Aquinas, Thomas, 159 n., doctor Angelicus, 168, 468

Aquinum, 168

Arabische geleerdheid, 345

Arbogast, 8, 47, 55–57

Arcadius, 8, 10, 57, 65

Arduin, markgraaf van Ivrea, 307

Arengo, 256

Areopagus, 146

Arianisme, 3, 8, 27, 36–41, 72

Ariaansche kerken gesloten, 119

Ariaansch kruis, 151

Aribert I, 198

Aribert II, 200

Aribert, aartsbisschop van Milaan, 310–311, 381

Ariërs, 27, 28

Ariovistus, 24

Arius, 27, 36; gestorven, 39

Ariwald, 196

Arles, 28, 117

Arminius, 24

Arnold van Brescia, 329–333

Arnulf van Karinthië, 287–288

Arti, 387, 436, 475

Ascetisme, Aziatisch, 42, 63–64

Aspar, 14, 94

Asti, 333

Astulf (Aistulf), 206–208, 271

Athalarik, 121; munt, 104

Athanasius, 5, 6, 39, 42, 44; en de Egyptische asceten, 64

Athaulf, 11, 73–75

Athesis = Adige, zie aldaar

Atrium, 233

Attalus, 72, 75 n.

Attila, 12, 28, 78; Deel I, hfdst. VI; verslagen door Aëtius bij Châlons, 87–88; ontmoet Leo, 90; uiterlijk en karakter, 84; burcht, 85; matigheid, 86; dood, 90–91

Audefleda, gemalin van Theoderik, dochter van Chlodovech (Clovis), 117

Audoin, 135

Augustijner orde, 165 n.

St. Augustinus, 11, 20; zijn geschriften, 155; sterft te Hippo, 94; graftombe, plaat 52

St. Augustinus, de jongere, 61, 225

Augustus, 24

Aurelianus, keizer, 18, 21, 25; muren van, 125, 133

Aurelius, Marcus, keizer, 20, 32, 184; zijn ruiterstandbeeld, 300, 303, 329 n.

Ausonius, dichter, 154

Autharis, 189–193

Avalon, 61, 64

Avaren, 29, 149, 184, 195

Aversa, 314, 356

Avienus, 89

Avignon, 448, 472

Avitus, keizer, 13–14

Babylonische Gevangenschap, 448

Baduila (Baduela), zie Totila

Belearen, 94, 387

Bangor, 61, 62, 64

Bardanes (Philippicus), usurpator, vermoordt Justinianus, 201

St. Bartholomeus, 305

Basel, 43

St. Basilius, 42 n., 44, 46, 64, 154

Basilieken, 262 en vlg.

Basiliscus, 114 n.

Beatrice, moeder van gravin Mathilda, 314, 317; graftombe, 497

Becket, 336 n.

Beda, 223, 341

Beeldendienst in de Roomsche Kerk, 202, 203

Beeldhouwkunst, Toskaansche, 495–99

Belisarius, neemt Carthago in, 97, 99, 124; naam, 123 n.; belegerd in Rome, 125; verhouding van Belisarius tot Narses, 127; neemt Ravenna in, 128; valt in ongenade, 129–130; komt terug in Italië, 131–133; wordt weder teruggeroepen, 134; sterft 134

Benacus = Lago di Garda, 12, 89, 97

St. Benedictus, 32, 164–170; Dante ontmoet hem in de sfeer van Saturnus, 168

Benedictus III, paus, 284

Benedictus VI en VII, 303

Benedictus IX, 306, 311–313

Benedictus X, 317

Benedictus XI, 447–448

Benedictijnen, 166 n., 296 n.

Benevento, 314, 359; hertogdom, 186, 194, 199, 212 n.; slag bij, 430

Berengar I, 288–291

Berengar II, 297

Bernard, koning van Italië, 279

St. Bernard van Clairvaux, 327, 329 n., 330, 362, 461

Berno van Cluny, 296

Bertha, koningin van Engeland, 225

Bertha, dochter van Waldrada, 285, 292

Bertharid (Berthe au grand pied), gemalin van Pepijn, 207, 210

Bertharis, 198

Bessa, 131, 132

Bleda, broeder van Attila, 82

Boccaccio, zijn bezoek aan de librije op den Monte Cassino, 169, 170; Decamerone, 444 n.

Boëthius, 120; Apologia en De consolatione philosophiae, 156 vlg.; op barbaarsche wijze gedood, 157; graftombe, 157; beeltenis, plaat 14

Bohemund, 323, 360, 361

Bologna, 372 n.

Bonifacius, mededinger van Aëtius, roept de Vandalen naar Afrika, 11, 28, 76–77; sterft, 78, 95

St. Bonifacius, Engelsche zendeling in Duitschland, 50; kroont Pepijn 207, 271, 348

Bonifacius van Toskane, vader van gravin Matilda, 311–313

Bonifacius VII, paus, 303

Bonifacius VIII, 436 n., 437–447; zie plaat 50

Borgo, 263 n., 264, 282

Boson van Provence, 290

Boudewijn, koning van Jeruzalem, (Baldwin), 361

Boudewijn van Vlaanderen, keizer, 274, 413 n.

Boudewijn II, 275, 433–434

Bourbon, Connétable van, 73

Bourgondiërs, komen van de Elbe en helpen Radegast, 78; slachting 79, 82; helpen Odovacar, 115; verslagen door Clovis, 117; plunderen met de Franken Milaan, 128

Bourgogne, 79

Brancaleone, Podestà te Rome, 427

Brandea, 63 n., 346

Brittannië, 50; monnikenorden aldaar, 61, 164

Bulgaren, 29

Busentinus (Busento), Alarik’s graf, 73

Byrsa, 95

Byzantium, zie Constantinopel

Byzantijnen, heerschappij in Italië, 137 vlg.; architectuur, 236 vlg.; mozaïeken, 238 vlg.; schilderkunst, 243, 403, 500; latere keizerrijk, 273–275

Cacciaguida, 331, 386

Caesar, C. Julius, 23, 45

Calixtus, tegenpaus, 338

Calixtus II, paus, 325

Caltabellotta, vrede van, 439, 445

Camaldolensers, 165 n., 168 n., 304, 317, 347

Campaldino, slag bij, 477

Campanili, te Ravenna, 70, 80, 153, 251, 395–396; Romeinsche, 343 n., 395

Canossa, 313, 315, 319

Capitool, 329 n.

Carpilio, 78

Carroccio, 334, 381–382, 422, 475

Carthago, ingenomen door de Vandalen, 12, 96; ingenomen door Belisarius, 97, 124; Romeinsch Carthago, door Caesar en Augustus gebouwd, 95 n.

Cassino, Monte, 167–169

Cassiodorus, 68, 84; zijn leven en werken, 159 vlg.

Catalaunische vlakte, 79, zie Châlons

Cato, vijgen, die hij uit Carthago meebracht, 96 n.

Catullus, villa van, 89

Cavallini, 488–90

Celestinus II, paus, 329

Celestinus III, 367, 410

Celestinus IV, 423

Celestinus V, 440–442

Châlons, slag bij, 12, 87–88

Chaucer, zijn Confessio Amantis, 269

Chester, 62

Childebert, 190

Chosroes, Perzisch koning, 128, 130

Christenen, vervolging der, 32

Chronologie in de war, 202 n.

Chrysaphias, 86

St. Chrysostomus, 44, 60, 66, 154

Cicero, geciteerd, 91 n.

Cimabue, 500–02

Classis, Portus, haven van Ravenna, 80; mozaïeken, 152–153

Claudianus, dichter, 9, 66; geschriften, 68, 71

Claudius II, keizer, 25

Clausules, de drie, 176

Clefi (Kleph), 212

Clemens II, paus, 312

Clemens, tegen-paus, 320–322

Clemens III, 410

Clemens IV, 429

Clemens V, 436 n., 448, 475

Clodion, koning der Franken, 86

Clothar (Lothar), koning der Franken, 193

Clovis (Chlodwig, Louis), 117

Clovis II, 196

Cluny, hervormers van, 296, 460–61

Codex Carolinus, (pauselijke brieven), 204, 210

Coelibaat, 313 n.

Colonna, geslacht, 442–447

Comacina, Isola, 189, 194, 246

Comacijnsche meesters, 204, 247, 394

Como en de Longobardische stedenbond, 334 n., 335 n.

Concordaat van Worms, 325

Confessio, venster van de belijdenis, 63 n., 208 n., 219; afbeelding van een Confessio, 266

Conob, 103

Conradino (Konradijn), 426, 431–433, 443 n.

Constance, Costanza, gemalin van Hendrik VI, 338, 366–367, 411

Constance van Arragon, gemalin van Frederik II, 418

Constance, dochter van Manfred, gemalin van Pedro van Arragon, 431, 436, 438

Constans, keizer, 4

Constantijn I, de Groote, 1–4; geboren, 34; verslaat Maxentius, 3, 35 (plaat 2); gedoopt, 36, 269; zijn verhouding tot het Christendom, 35–39; zijn kerken, 40 n.; zijn boog, 230, plaat 2; “Donatie”, 36, 268–270

Constantijn, usurpator, 10, 70

Constantina, 5

Constantinopel, 4; gouden poort, 55; geplunderd door de Kruisvaarders, 73, 95, 274, 413 n.; door de Turken ingenomen, 275, 453

Constantinus II, keizer, 4

Constantinus VI, keizer, 217–218

Constantinus I, paus, 201

Constantinus II, paus, 210

Constantius I (Chlorus), keizer, 1

Constantius II, 4–5, 42–43

Constantius III, gehuwd met Galla Placidia, 76–77

Constanz, verdrag van, 338

Cortenova, slag bij, 422

Cosenza, Consentia, graf van Alarik, 10, 73

Cosmati, de, 488–89

Costanza, zie Constance

Courtenay, Boudewijn van, 433

Crema, 335, 338

Crescentius en de Crescenzi, 303, 328, 352–353

Crispus, z. van Constantijn I, 4, 36

Cumae, 136–137

Cunibert, 199

Cunimund, 184, schedel van, 187 n.

Cybele, magna Mater, 59

Cyrillus, 40 n.

Dacië, 25; Oost-Goten in, 117

Dalmatië, 15, 112, 116, 360

Damasus II, paus, 312

Damiano, Pietro, 317

Dandolo, Doge Enrico, 379–380

Dante, als dichter, 453; verbannen, 445, 451, 479; bij Campaldino, 477; te Verona, 480; de monarchia, 455–56; Divina Commedia, herhaaldelijk geciteerd in het laatste deel, doch niet besproken.

De Aedificiis Justiniani, 162, 177

Decius, keizer, 25, 32

Desiderata, 210, 211

Desiderius, laatste koning der Longobarden, 210–212, 260

Deutsch, 143 n., 304 n.

Dietrich von Bern, 79, 143 n.

Diocletianus, 1, 19; karakter, 32–33; villa, 231, 232

Doge, de eerste, 256

Dominicus, 317 n., 464–68; graftombe, 499 en plaat 52

Donati, 389, 449; en Cerchi, 478

Donaties, 262–263, 267–273

Donkere Eeuwen, deel IV, hfdst. I

Duccio van Siena, 502

Ecclesius van Ravenna, 120, 178

Ecthesis van Heraclius, 197

Edda, 144

Edeco, 15, 16, 85

Eginard (Einhart), biograaf van Karel den Groote, 220, 263, 341

Emilia (Aemilia), 129 en elders

Enzio (Enzo), zoon van Frederik II, 424–425

Ermengard van Toskane en Ivrea, 292

Essaeërs, 63

Ethelbert van Engeland, 225

Etzel, 84 n.

Etzelnburg, 79, 85, 91

Eucherius, zoon van Stilicho, 70

Eudocia (1), gemalin van Theodosius II, 83 n., 99

Eudocia (2), haar kleindochter, gemalin van Hunnerik, 13, 98–99

Eudoxia, d. van Eudocia (1), gemalin van keizer Valentinianus III, 13, 98–99

Eugenius, usurpator, 8, 55, 57

Eugenius III, paus, 329, 331–333

Eusebia, 4

Eusebius van Caesarea, 33, 154

Eusebius, eunuch, 4

Eusebius van Nicodemia, 36, 39, 42

Eutharik, 119, 121

Exarchaat, 129, 186; in opstand tegen den Keizer, 201; einde van het Byzantijnsche Exarchaat, 206

Exarchen, 139; titel, 186 n., 193 n.

Ezzelino, 422, 428, 479

Fakir, indische, 63

Farinata (Uberti), 388, 474–75

Fausta, dochter van Maximianus en gemalin van Constantijn I, 1–4

Felix II, paus, 112

Felix III, 120

Ferrara, 372 n.; zie onder Kerken

Fiesole, 67, 69, 126, 383–384, 387

Flagellum Dei, 82 n.

Flagellanten, 469–70

“Flavius”, 103

Florence, gesticht, 68; belegerd door Radegast, 69; verwoest door Totila, niet door Atilla, zooals Dante zegt, 385; geschiedenis (tot 1200), 383–389; geschiedenis (van 1200–1320), 473–79. Zie onder Kerken.

Formosus, paus, 288, 293; zijn lijk gedagvaard voor een Synode, 349–351

Francesca di Rimini, 480 n.

S. Francesco di Assisi, 317 n., 465–68; beeltenis te Subiaco, 167 n.

Franken, oudste geschiedenis, 86–87; helpen Vitiges bij de plundering van Milaan, 128; overstroomen Italië, maar worden door Narses verslagen, 137–138; verhouding tot de Longobarden, 188 vlg.; zie ook onder Karel Martel, Pepijn, Karel de Groote.

Frankische keizers, 308

Frederik van Staufen, 319, 326

Frederik I, Barbarossa, 331; en Arnold van Brescia, 333; verwoest Milaan, 335; wordt verslagen bij Legnano en ontmoet paus Alexander te Venetië, 337–338; teekent het verdrag van Constanz, 338; verdrinkt in den Salef, 339; zijn beeldenaar, 409

Frederik II, 367, 412; wordt gekroond, 416; bezoekt Rome, 416; trouwt met Jolanthe de Brienne, 418; zijn kruistocht, 419; zijn strijd met paus Gregorius IX, 418–423; zijn dood, 426; karakter, 426 n.; graftombe, plaat 47; munt, 408

Frederik, onderkoning en later koning van Sicilië, 438

Frigidus, rivier, 8; slag bij de, 56

Fritigern, 30

Friuli, 288 n.

Furlo-pas, 127 n., 186

Gaetani, zie Bonifacius VIII

Gainas, 65–66

Gaidulf, 194

Gaiserik (Genserik), 11–13; beleedigt de dochter van Theoderik, 87; verovert Afrika, Sicilië enz. 93–96; neemt Rome 13, 96–97 (Leo); munt en naam, 103

Galbaio, Doge, 257

Galerius, keizer, 1–2, 32–33

Galla, gemalin van Theodosius, 8, 51, 55–56

Galla Placidia, zie Placidia

St. Gallen, 341

Gallische Kerk, 345

Gallus, br. van Julianus, 4

Gelasius, paus, 113

Gelasius II, 325

Gelimer, koning der Vandalen, 99, 124

Genserik, zie Gaiserik en 103

Genua, onder de Longobardische heerschappij, 196; haar macht ter zee, 370; geschiedenis c. 1200–1320, 481–82

Gepiden, 25, 25 n., 26, 82, 88, 184

Germanicus, 24

Ghibellijnen, 323 n.

Ghiberti, 387, 488 n.

Gildo, 66

S. Gimignano, 373, 388 n., 478

Giordano, 329

Giotto, plaat 50, 499–502

Giovanni da Procida, 436

Gisela, keizerin, 310

Gladiatorenspelen, 67 n.

Glycerius, keizer, 15

Godebert, 198

Godfried van Bouillon, 320

Godfried van Lotharingen, gehuwd met Beatrice van Toskane, 315, 317

Goten, oorsprong en geschiedenis, 24–30

Gotische oorlogen, 114–137

Gotische bouwkunst, 393, 403, 491–95; Gotische kerk te Rome, 489 n.; Venetiaansch-Gotisch, 484–85

Grado, 12, 89, 253–256

Gratianus, keizer, 7, 47, 49–51

Gregorius van Nazianzus 42 n., 44, 57, 154

Gregorius van Tours, 265 n.

Gregorius I, paus, 166, 189–190; verhouding tot Theodelinda, 194–195, 225–226; leven en geschriften, 222 vlg.; zijn koraalgezang, 229

Gregorius II, 202

Gregorius III, 203

Gregorius V (Bruno), 304, 352

Gregorius VI, 312

Gregorius VII (Hildebrand), 312, 313, 317; tot paus gekozen, 318; strijd met Hendrik IV, 318–321, 358–360

Gregorius IX, 418–423

Gregorius X, 435, 440 n.

Grieksche bouwkunst, 231

Grimwald, 199

Gruamons, 495

Guaimar van Salerno, 355–356

Guido van Spoleto, keizer, 288

Guido van Toskane, gehuwd met Marozia, 294

Guido Novello, 428, 475

Guido di Como en Guidetto, 495

Gundeberga, gemalin van Rotharis, 196

Gundobald, 14, 15

Hadrianus I, paus, 211, 215, 260

Hadrianus IV (Breakspear), 333–35

Hadrianopolis, slag bij, 7, 19, 24, 30

Hadriani Moles (Engelenburg), 224

Heidendom, deel 1, hfdst. III en IV

Heilige Roomsche Rijk, 23, 291, 298, 452, en elders

Hekserij, 46

Helena, moeder van Constantijn den Groote, 1, 33–34, 59 n.

Helena, gemalin van Julianus, 4

Helmechis, 187

Henotikon, 112, 118, 119

Hendrik II, keizer, 306–8

Hendrik III, 311–15

Hendrik IV, 315–322; te Canossa, 319

Hendrik V, 316, 323–26

Hendrik de Trotsche, 327–28

Hendrik VI, 410–412

Hendrik de Leeuw, 410, 411 n., 415

Hendrik, zoon van Frederik II, 416, 421, 427 n.

Hendrik III van Engeland, 427 n., 429, 435 n.

Hendrik van Cornwall, 434

Hendrik VII (van Luxemburg), 447–57; graftombe, plaat 51; munt, 409

Heraclea, 256

Heraclius, 195 n., 196 vlg.

Heraclius, munt, 407

Heremieten, 63

Hermanric, 26, 30

St. Hermenegild, 40

St. Hieronymus, 57, 74, 154

Hilarion, kluizenaar, 64

St. Hilarius van Poitiers, 47 n., 64

Hildebrandslied, 144

Hildebrand, 55, zie Gregorius VII

Hildebrand, koning der Longobarden, 206

Hippo, 94–95

Honen Staufer, 323 n.

Homo-ousia en homoi-ousia, 38

Hongaren, 29 n., 82 n.

Hongersnood in Noord-Italië, 129–130; in Spanje, 76, 130

Honoria, dochter van Galla Placidia en Constantius, 76; romantische verhouding tot Attila, 83–84, 89

Honorius, keizer, 8–11, 57, 65–76; gestorven, 76

Honorius III, paus, 417, 465

Honorius IV, 439

Horatius, 166, 167

Hormidas, paus, 119

Hugo van Provence, 292–97; trouwt met Marozia, 295

Hugo van Toskane, zie Ugo

Humfried de Noorman, 357–8

Hunnen, oorsprong, 27–31; onder Attila, 82–90; Hunnenrijk verbrokkeld, 91

Hunnerik, 13, 99

Hypatia, 40 n.

Idlico, 91

Idolatrie, zie beeldendienst

IJzeren Kroon, 226 n., 279 n., 285, 288, 290, 450; zie plaat 19

Innocentius II, paus, 327–29

Innocentius III, 413–17, 464–65

Innocentius IV, 424–27

Inquisitie, 49, 467

Interdictie, 202 n.

Institutiones van Justinianus, 174

Investituur, strijd om de, 315–325

Irene, keizerin, moeder van Constantinus VI, 203, 217; heilig verklaard, 203 n.; munt, 407

Isidorische decretalen, 284

Islam, 113

Jan zonder Land, koning van Engeland, 413 n., 416 n.

Jacob, koning van Sicilië en Arragon, 438–39

Jeruzalem, tempels, 34 (zie onder kerken); buit uit J., 97; ingenomen door de Turken (c. 1066), 355; ingenomen door de kruisvaarders (1099) en heroverd door de Turken (1187), 339, 366; weder bezet door Frederik II (1229), 419

Johanna, pausin, 347–49

Johanna, zuster van Richard Leeuwenhart, 365, 402 n.

Johannes, bevelhebber van Belisarius, 126, 131, 135

Johannes, kluizenaar, geraadpleegd door Theodosius, 56

Johannes I, paus, 120

Johannes III, 140

Johannes VIII, 285, 288

Johannes IX, 290

Johannes X, 290, 292–94

Johannes XI, 295

Johannes XII (Octavianus), 298–300

Johannes XII, 300

Johannes XIV, 303

Johannes XV, 303

Johannes XVI (tegen-paus), 305; zijn lot, 352–53

Johannipolis, 286 n.

Jordanes, 29, 68, 84, 88 enz. Zie Cassiodorus

Josephus, 97

Jovianus, keizer, 5, 45

Jubileum van 1300, 443–44

Julianus (Apostata), de Afvallige, keizer, 4, 5, 21, 39, 42–46; geschriften, 44, 45 n.

Jupiter, bespot, 58; standbeeld van Jupiter Capitolinus, 91; tempel van Jupiter op het Capitool, 98

Justina, 7, 8, 47, 50–54

Justinianus, keizer, 118, 123 vlg.; tweede deel, hfdst. IV; zijn verhouding tot den godsdienst, 133; wetgeving, 174–175; Justinianus bij Dante, Parad. 174; munt, 105

Justinianus II, 201, 252

Justinus I, keizer, 118–119

Justinus II, 139–140

Juvenalis, Satirae, 22, 173 n.

Kaiseraugst, 24 n.

Kandelaar, zevenarmige gouden, 97

Karel de Dikke, 286–88

Karel de Groote (Charlemagne), 207, overwint de Longobarden, 211; neemt Desiderius gevangen, 212; zijn rijk, 212; in Spanje, 215; te Rome, 212–216 en 260–73; donaties, 267–73; uiterlijk, 263; sterft, 277; graftombe te Aken, 79 n.; munt, 450

Karel de Kale, 280, 285–86

Karel Martel, 204, 205, 281

Karel Martel van Hongarije, 434, 438–41, 444 n.

Karel (Carlo lo Zoppo), 438–39, 447

Karel van Valois, 445, 448

Karloman, broeder van Pepijn, 207

Karloman, broeder van Karel den Groote, 209

Karolingers, 277–286

Katholieken en Arianen, 38–39, 72

Katharoi, 462

Kelten, 23

Kerkelijke staat, 472

Kerken (zie ook Lijst der Illustraties) Aken, 216, 251, 305 Amalfi, Duomo, 401 Aquila, S. M. di Collemaggio, 400, 441, plaat 49 Assisi, S. Maria degli Angeli, 467 n.; S. Francesco, 494, 501 Bari, 401 Benevento, Duomo, 400 Bethlehem, Kerk van de Geboorte, 34 Bologna, Gotische kerken, 494; S. Domenico, 499; plaat 52 Brescia, S. Salvatore, 248 Canosa, S. Sabino, 401 Monte Cassino, Badia, 169 Cefalù, Duomo, 402, 405 Cividale, S. M. della Valle, 249 Como, S. Abbondio en S. Fedele, 249, 396 Constantinopel, kerken van Constantijn, 40 n.; S. S. Apostoli, 178; S. Sofia, 177–78, 236, 243 n. Ferrara, Duomo, 396 Florence, S. S. Apostoli, 385; Badia, 385; Baptisterium, 69, 385; S. Croce 493; S. Maria del Fiore (Duomo), 492; S. Maria Novella, 492, 494; S. Miniato, 265, 385, 392, 399, 490 S. Gimignano, Collegiata, 400 Grado, Duomo, Zie Lijst der Illustraties, plaat 28 Jeruzalem, Kerk van de Opstanding, 34; Dom van de Rots, 34, 232; Kerk van het Heilige Graf, 34 n., 232; buit uit den tempel van Salomo, 97; Julianus wil den tempel weder oprichten, 44 Lucca, S. Frediano, 248, 398 n., 490; S. Giusto, 249; S. Martino, (Duomo) 240, 398 n., 495, 499; S. Michele, 398 Milaan, S. Ambrogio, 52, 70, 128 n., 258, 381, 397 Basilica Porziana, 54 n. S. Lorenzo, 128 n., 236 n., 381. Romaansche kerken, 381 n. Modena, Duomo, 396 Monreale, Duomo, 402, 405–06 Monza, Duomo, 63 n., 226–27, 246, 248 Murano, Duomo, 391 n. Orvieto, Duomo, 492, 494 Palermo, Cappella Palatina, 403, 405; S. Cataldo, 402; Duomo, zie plaat 36; S. Giovanni degli Eremiti, 402; Martorana, 362, 402, 405; S. Spirito, 402. Parma, Duomo, 396; Baptisterium, 490. Pavia, 165 kerken, 156; S. Giovanni, 196; S. Michele, 396; S. Pietro in Ciel d’oro, 157, 204, 248, 396 Pisa, Baptisterium, 397–98, 496; Campanile, 395, 397, 398 n.; Campo, Santo, 387, 452, 477, 496 n.; Duomo, 397–98, 488 n.; S. Maria della Spina, 492.; Andere Romaansche kerken, 398 Ravenna, (zie ook Campanili en Mozaïeken). S. Agata, 80; S. Apollinare in Classe, 80, 151–2, 242, 251; S. Apollinare Nuovo, 151–2, 241, 251; Baptisterium van de Arianen, 151; Baptisterium van de Orthodoxen, 70 n., 80, 241; Basilica Ursiana, 70, 80, S. Croce, 80, S. Giovanni Battista, 80, S. Giovanni Evangelista, 80, S. Teodoro (Spirito Santo) 80, 151; S. Vitale, 178, 216, 236 Rome, (zie Mozaïeken). Oude basilieken, 95 n., 234 n.; S. Agnese 242; Aracoeli, 489; S. Bartolomeo, 305 n., 347; S. Clemente, 235, 321; SS. Cosma e Damiano, 487; S. Constanza, 231, 232, 239; S. Giorgio, 265, 266; SS. Giovanni e Paolo, 395; S. Gregorio Magno, 222; S. Maria Antiqua, 233; S. M. Aventina, 296; S. M. in Cosmedin, 395; Baptisterium van het Lateraan 234 n., 262; basiliek van het Lateraan, 234 n., 262, 351; S. M. Maggiore, 234, 262, 489; S. M. sopra Minerva, 489, 494; S. M. in Trastevere, 395, 490; S. Paolo fuori, 52, 73, 234; Pantheon, 60 n., 232 n.; S. Pietro (oude basiliek), 59 n., 73, 261–67; S. Pietro in Vincoli, 99; S. Prassede, 346 n., 487; S. Pudenziana, 239, 487; S. Stefano Rotondo, 236 Salerno, Duomo, 401 Siena, Duomo, 492, 494 Spoleto, Duomo, 400 Torcello, 251, 391 n. Toscanella, S. M. Maggiore en S. Pietro, 204, 245 n., 247, 249 Venetië, Frari en S. Giovanni e Paolo, 494; S. Giacomo, 374; S. Marco, 55, 178, 255, 338, 374, 377, 391 n., 484 n.; S. Teodoro, 255, 374; S. Zaccaria, 374, 391 n. Vercelli, S. Andrea, 492, 494 Verona, S. Anastasia, 494; S. S. Siro e libera, 291 n.; S. Zeno, 392, 396 Viterbo, S. Pietro, 206 Volterra, Duomo en Baptisterium, 400

Kerkvrede, 3, 5, 32, 67

Kettingen van den H. Petrus, 99

Kettingen van de Pisaansche haven, 371 n., 387

Kimbren, 27

Koenraad II, 308–311

Koenraad, zoon van Hendrik IV, 316

Koenraad III, 325–32

Koenraad, zoon van Frederik II, 422, 426

Konradijn, zie Conradino.

Kruis, het Ware, 34, 196; visioen van het, 35; spijkers van het, 37, 63

Kruistochten, eerste, (1095–9), 322–23, 378; tweede (1147–9), 330–1, 378; derde (1189–93), 339, 366; vierde (1202–4), 73, 97, 274, 380, 413 n.; vijfde (1217–21), 416; zesde (1228–29), 419; zevende (1248–54); achtste (1270–90)

Labarum, 5, 35

Lactantius, 154

Lago di Garda, 89

Lambert van Spoleto, 288

Lambert, zijn kleinzoon, 288–89, 349

Latifundia, 113, 132 n., 198

Latijn, verbasterd, 228

Legnano, slag bij, 337

Leo I, paus, ontmoeting van Leo en Attila, 89–90, zie plaat 8 en verklaring

Leo I, keizer, de Thraciër, 14, 15

Leo III, keizer, de Isauriër of Iconoclast, 202

Leo III, paus, 217; Mozaïek in Leo’s Triclinium, 216, 217 n.

Leo IV en de Civitas Leonina, 263 n., 282

Leo VIII, 299

Leo IX, 313–14, 357–58

Levanto, 196

Libanius, bewonderaar van keizer Julianus, 44, 60, 154

Liber Pontificalis 140 n., 208 n., 218, 271

Licinius, keizer, 2, 36

Lilybaeum, laatste bezitting der Vandalen op Sicilië, 117 n.

Liudprand, bisschop, 298 n., 301

Liutprand, koning der Longobarden, 200, 203–206

Longobarden (Lombarden), 40, 135, 183–212; bestuur, uiterlijk, karakter, 190–92

Longobardische Stedenbond, 336, 372

Longinus (Ravenna), 140, 185, 187

Loria, admiraal, 438–39

Lotharingen (Lorraine), 280

Lotharius, keizer, 278–84

Lotharius, broeder van Lodewijk II, 285

Lotharius van Saksen, keizer, 326–28

Lodewijk I (de Vrome), 278; munt, 408

Lodewijk II, 283; gevangen genomen door den Hertog van Benevento, 281 n.

Lodewijk III, zoon van Boson, 290

Lodewijk de Duitscher, 280, 286

Lodewijk de Stamelaar, 286

Lodewijk IX van Frankrijk, 429, 433

Lucca, belegerd door de Byzantijnen, 137; munt, 407

St. Lupus van Troyes, 87

Lutetia = Parijs, 43

St. Macarius, 165 n., 168

Magiërs, 45 n.

Magnentius, usurpator, 4

Magyaren, 26, 29 n., 289–290

Malamocco, 257

Manfred, 427–31

Marcellino Conte, 117

Marcellus, 60

Marcianus, keizer, 11, 13; antwoord aan Attila, 86

Marco Polo, 482

St. Marcus, lijk van, 374, 377–78

Maria, gemalin van Honorius, 67, 70 n.

Marius, Gaius, 20, 23, 100

Marjorianus, keizer, 14

Marozia, 293–95

Mars, standbeeld te Florence, 69, 384

Martinus van Tours, 47 n., 60, 64

Martinus I, paus, 199

Martinus IV, 436

Mathilda, Gravin, dochter van Bonifacius en Beatrice; eerst gehuwd met haar stiefbroeder, Godfried van Lotharingen, en daarna met Welf van Beieren, 317, 323–24, 327; afkomst, 385

Mathilda, of Maud, Engelsche prinses, gemalin van Hendrik V, 324

Mauricius, 189, 194, 228

Maxentius, keizer, 1–3, verslagen door Constanten den Groote, 35

Maximianus, keizer, 1, 2, 33

Maximinus, keizer, 1, 2

Maximus, usurpator, 7, 8, 50–51; een andere overweldiger, 74

Maximus, Petronius, keizer, 13, 96

Melo van Bari, 307, 356

Meloria, slag bij, 476, 482

Mentana, 219

Meroveus (Merowig), 87

Merovingers, 207

Metz, geplunderd door Attila, 87

Mezzabarba, 386

Michelangelo, 99, 329 n.

Michieli, Doge, 379

“Middeleeuwen”, beschouwing over den term, 453

Milaan, residentie van den keizer, 3–4, 8; St. Ambrosius en Theodosius, 52–54; plat gebrand door de Franken, 128; komt in opstand tegen Frederik I, 332; verwoest door Frederik I, 335; herbouwd, 337; geschiedenis, 380–83; staat aan het hoofd der Welfsche steden, 422; geschiedenis van 1200–1313; munt, 480 zie ook onder Kerken.

Milton, 215

Milvius, Pons, 3, 35, 219, 261

Misopogon, Julianus’, 45 n.

Mithras, 37, 59

Mohammedanen, 197; Zie Saracenen

Monnikenorden, 46, 165

Monnikwezen, 64, 164 vgl.

Monogrammen van koningen, 145

Monophysieten, 112

Montaperti, 428, 472, 475

Montfort, Simon de, 434, 464

Montfort, Guy de, 434

Monza, zie onder Kerken

Mozaïeken, oud-Romeinsche, 238; Byzantijnsche, 153, 238, 242–43, 403; Christelijk-Romeinsche, 152–53; 238, 404; S. Costanza, 239, 486; S. Pudenziana, 239, 487; S. Paolo fuori, 239, 487; S. Prassede, 487; S. Clemente, 405 n., 487; S. Maria in Trastevere, 405 n., 487, 490; S. Maria Maggiore, 239–40, 488; S. S. Cosma e Damiano, 240, 487; van Otto II (Grotte), 302, 343 n.; Navicella, 488; Siciliaansche, 243, 403–06, 489–91; Ravenna, S. Apollinare Nuovo, 152, 241; S. Apollinare in Classe, 242, S. Vitale, 178–79, 242; S. Vitale, 178–79, 242; Mausoleum van Galla Placidia, 79, 241; triclinium-mozaïek in het Lateraan, 216–17, 240; Venetië, 243

Mozes, standbeeld, 99

Muzelmannen, zie Saracenen

Napels, ingenomen door Belisarius, 124; oudste geschiedenis van, 258–59

Narses, 127; teruggeroepen door Justinianus, 128; weder aangesteld, 135; dictator van Italië, 139; weder teruggeroepen, weigert te gehoorzamen, noodigt de Longobarden uit Italië binnen te dringen en sterft, 140

Neoplatonisme, 41, 42, 63

Nepos, keizer, 15, 17, 111

Nero’s Circus, 264

Nibelungenlied, 31, 79, 84 n., 85, 153 n., 154

Nicaea, 3, 5; concilie, 38; tweede concilie, 244

Niccolò Pisano, 496–99

Nicolaas I, paus, 284–85

Nicolaas II, 317–18

Nicolaas III, 435, 448 n.

Nika-oproer, 173

St. Nilus, 304

Nocera dei Pagani, 417

Noormannen, aankomst, 307; vestigen zich bij Capua, 310, 356; oudste geschiedenis, 313–14, 354; heerschen op Sicilië, 355–67; taal, 355 n., 363 n.; munt, 408

Noormannen, bouwkunst, der, 393–403

Noricum, 101, 113, 116

Notitia urbis, 59

Novellae van Justinianus, 174–175

Obelerio, Doge, 257–58

Octavianus, zoon van Alberik, 296–99

Odovacar (Odoacer), 15, 16; zijn jeugd, 101; bezoek aan den H. Severinus, 102; regeering, 110 enz.; dood, 115–116; munt, 103

Offamilio (Of a Mill), 364–65, 402 n., 410

Olybrius, keizer, 14, 98

Oost-Goten, 25, 26. Zie Theoderik de Groote, Baduela, Theia, enz.

Orestes, 15, 16, 85, 111

Orlando, 215

Orlando Furioso, 270

Orléans, 87

Orosius, geschiedschrijver, 69 n., 74

Orseolo, Pietro, Doge, 304, 374

Orseolo II, 375

Orsini en Colonna, 435, 440, 442–447

Orso, Doge, 256–57

Osimo, 128

Ostrogotha, 117

Otto I, keizer, 298–301

Otto II, 301; graftombe in de St. Pieter, 302

Otto III, 302–07

Otto van Brunswijk, keizer, 415

Pachomius, 64

Paganisme, deel I, hfdst. III en IV.

Palaeologus, Michael, 274–75

Palaeologus, Constantinus, 275

Paleizen en andere gebouwen (zie ook onder Kerken). Apamea, Tempel van Zeus, 60 Bologna, Palazzo Communale, 495 Constantinopel, Gouden Poort, 55 Florence, Palazzo Vecchio, 495 Monza, Paleis van Theoderik, 150, 191, 246 Pavia, Paleis van Theoderik, 150 Pistola, Palazzo Pretorio, 495 Ravenna, Mausoleum van Galla Placidia, 79, 231 (en zie Mozaïeken), Paleis van Theoderik, 150, 216 Mausoleum van Theoderik, 148–49, 231 Rome, Castel S. Angelo, 224; Triumfboog van Constantijn, 230–31 Serapeum, 61 Siena, Palazzo pubblico, plaat 64, 494 Spalato, villa van Diocletianus, bij Salona, 33 Venetië, Paleis van de Doges, 374, 391 n.; Romaansche Paleizen, 391 n. en plaat 56, 495 Verona, Paleis van Theoderik, 150

Palermo, ingenomen door de Noormannen, 359; zie onder Kerken.

Palestrina, verwoest door Bonifacius VIII, 443

Pandecten van Justinianus, 174

Pandulf, Romeinsch senator, 439

Pannonië, 25, 116 en elders.

Parijs, ten tijde van Julianus, Apostata, 43; gered door de H. Genoveva, 87

Partecipazio, Doge, 258, 374

Paschalis I, paus, 278–79

Paschalis II, 323–25

Paschalis, tegen-paus, 336

Patarini, 420, 463

Patricius, titel, 78, 111

St. Patrick, 61 n.

Paulus Diaconus, 140, 183, 342 n. en elders

Paulus I, paus, 268

Pazzi, plechtigheid van de, 386

Pedro van Arragon en Sicilië, 435 n., 436–39; munt, 408

Pelagius I, paus, 132, 176

Pelagius II, 188; sterft aan de pest, 190

Pelgrimstochten, 346 n.

Pendentieven (hangbogen), 237, 390 n.

Pentapolis, 186, 252

Pepijn, de Korte, 207 vlg.; zijn donaties, 208, 267–68, 270–73

Pepijn, bastaard-zoon van Karel den Groote, 217

Pepijn (eerst Karloman geheeten), zoon van Karel den Groote, 218, 258, 277

Perzen, zie Julianus, Belisarius, Sassaniden en 196

Pest, door Procopius beschreven, 162, 163

Petra, pertusa, intercisa, Passo di Furlo, 127 n. 186

Phidias, 60 n.

Philippicus, keizer, 201

Philips, broeder van Hendrik VI, 411

Philips IV, de Schoone, van Frankrijk, 445–48

Philippus, tegenpaus, 210

Phocas, keizer, 60 n., 194, 228

Phocas, Nicephorus, keizer, 300–01

Pier delle Vigne, 422, 423 n., 425

Pisa, haar macht ter zee, 370, 371 n.; en Florence, 387; “schandvlek van Italië”, 411; Pisaansche kansel, plaat 61. Zie onder Kerken

Pisaansch-Romaansche bouwkunst, 397–98

Placidia, Galla, 10–12, 51; gehuwd met Athaulf, 74; gehuwd met Constantijn, 76–80; graftombe te Ravenna, 79–80, 241; munt, 103

Placidia, dochter van Valentinianus III, 98

Plato, 41, 45, 157

Plinius, 113

Plotinus, 41

Poitiers (of Tours), slag bij, 205

Polybius, 126, 161

Porphyrius, 41

Pragmatieke Sanctie, 139

Priscus, schrijver, 84–85

Privilegium Ottonis, 299

Procopius, usurpator, 6

Procopius, geschiedschrijver, met Belisarius 126; leven en werken, 161–163; zijn beschrijving van de pest vergeleken bij die van Thucydides, 162; en elders

Prudentius, dichter, 57, 67

Pulcheria, 10–12, 76–77 gehuwd met Marcianus, 86; munt, 103

Pulvino, 235, 237

Pythagoras, 41

Quaden, 7

Rabenschlacht, 115, n., 144

Radegast, 9, 27, 67, 69

Raffael, 36 n., 90, plaat 8, 264, 268 n., 269, 282 n., 283

Ratchis, 206, 208

Ravello, kansel te, 498–99, plaat 62

Ravenna, wordt hoofdstad, 9; Stilicho vermoord te R., 70; R. en G. Placidia, 79–80; ingenomen door Theoderik, 115; ingenomen door Belisarius, 128–129; geplunderd door Justinianus II, 201; veroverd door Liutprand en heroverd door Venetië, 204; ingenomen door Astulf, 206: zie kerken en mozaïeken

Reims, geplunderd door Attila, 87

Reliquieën, 62–63, zie 63 n., 345–49

Republieken, opkomst van de, 368–89; en Signorie, deel V, hfdst. II

Rialto (Rivo alto), 89, 254, 258, 373

Richard Leeuwenhart, 339, 365; gevangen genomen, 411 n., 415

Richard van Cornwall, 427

Ricimer, 14, 15; verslaat de vloot der Vandalen, 98

Rimini, bezet door de Byzantijnen, 127

Rivoalto, zie Rialto

Robert, Guiscard, 314, 359; plundert Rome, 315, 321

Robert van Calabrië, 438 n., 449–52; munt, 409

Rodwald, 198

Roemenen, 26

Roger I, graaf van Sicilië, 359–61

Roger II, koning van Sicilië, 327, 261–62; zijn mozaïek, 405; munt, 408

Roger Borsa, 361

Rois fainéants, 207

Romaansche bouwkunst, deel III, hfdst. II; deel IV, hfdst. IV; Engelsch-, Fransch-, Duitsch-Romaansche stijl, 293–94; Venetiaansch-Romaansch, 391 n., 484, plaat 56

Rome, ingenomen door Alarik, 10, 73; ingenomen door Gaiserik, 13, 91, 97; geplunderd door Ricimer, 14, 100; belegerd door Vitiges, 125; ingenomen door Baduela (Totila), 132; geheel verlaten, 133; republiek, zie Alberik en Arnold van Brescia en 329–30: geplunderd door Robert Guiscard, 321, 360; latere pogingen om de republiek te herstellen, 371, 420, 428

“Romein”, als scheldnaam, 145

Romeinsche bouwkunst, 231–232

Romeinsch-Longobardische bouwkunst, 244–51

Romeinsche Keizerrijk, zie voorrede, en deel I, hfdst. I.

Romeinsche mozaïeken, 153, 238–239

St. Romualdus, 168, 304, 306, 317, 347, 374

Romulus Augustulus, keizer, 15–17; levenseinde, 100 vgl., 111; munt, 103

Romwald van Benevento, 199

Roncaglia, bijeenkomst in de vlakte bij, 332, 335

Roncesvalles, achterhoede van Karel den Groote verslagen, 215

Rosamunde, 185, 187

Rotharis, regeering, 196–198; zijn Code of Edict, 183, 198

Rubeus, senator, 423

Rucellai, Madonna, 502

Rudolf van Bourgondië, 290

Rudolf van Habsburg, 435, 472

Rudolf van Zwaben, 315, 319–20

Rufinus, 8, 9, 65–66

Rugiërs, 113, 183

Rugilas, koning van de Hunnen, 78, 82

Runen-schrift, 26

Sallustius, prefect, 5, 6

Sapor, Perzische koning, 5, 45

Saracenen, 23; op den Monte Cassino, 169; verwoesten Sicilië, 199, 281–82; te Rome en te Ostia, 282–3, 286; verslaan Otto bij Cotrone, 302; verslagen door de Pisanen en Noormannen, 284

Sarmaten, 4, 28

Sassaniden, 45, 193

Savoye, huis van, 481

Saxa Rubra, slag bij de, 3, 35

Saksische keizers, 299–308

Scaliger (Can Grande), 479–80

Schilderkunst, Byzantijnsche, 243, 403, 500–01; Toskaansche, 499–502; Duitsche, 500 n.

Scholae, te Rome (gilden), 113, 219, 233, 328, 371

St. Scholastica, 168

Scipio, 95, 124, 161

Selvo, Doge, 360, 377

Senaat, de Romeinsche, 110; einde van, 136

Serena, gemalin van Stilicho, 66; gedood, 71

Sergius I, paus, 201, 351 n.

Sergius III, 293–94

Servië, 85

Sestri, 196

St. Severinus, bezoek van Odovacar aan, 101, 102, 113

Severus, keizer, 1

Severus, Libius, keizer, 14

Sibilla, 411

Sibyllijnsche boeken, 36 n.

Sicilië, veroverd door de Vandalen, 94; heroverd door Odovacar, 110; volledig in bezit genomen door de Oost-Goten, 117; veroverd door Belisarius, 124; geplunderd door de Goten onder Totila (Baduela), 134; verwoest door de Saracenen, 199, 281; veroverd door de Noormannen, 357–59. Voor Siciliaansche bouwkunst en mozaïek zie men onder Noormannen en Mozaïeken

Siegfried, 144

Siena, Ghibellijnsch, maar heeft eigen consuls, 372–73, 474–75; wordt Welfsch, 477; wordt een signoria onder Pandulf, 478; plaat 64

Sigismund, 117

Silverius, paus, 125

Silvester I, bisschop van Rome, 3, 36, 268–69

Silvester II, 306

Silvester III, 312

Simplicius, paus, 112

Singerik, 75

Sirmium, 48, 117

Smaragdus, Exarch, 189

Sontius (Isonzo), 114

Sophia, keizerin, 140

S. Sophia, 177–178, en zie onder kerken

Spanje en de orthodoxie, 59

Spanje, veroverd door de Vandalen, 28, door de West-Goten, 75

Speyer (Spiers), kathedraal, 316, 394

Spoleto, hertogdom, 186, 188 n., 194 en elders

Stephanus II, 207

Stephanus III, 210

Stephanus IV, 278

Stephanus V, 288, 349

Stephanus VI, 293, 350

Stephanus IX, 317

Stilicho, 9, 10, 15, 27; verdedigt Italië tegen Alarik en Radegast, 65–70; gedood, 70; graftombe (?), plaat 6

Stoïcisme, van Epictetus en Marcus Aurelius, 21

Subiaco, 166, plaat 15

Sueven, 27, 75, 82, 93

Symmachus, redenaar, 58

Symmachus, senator, schoonvader van Boëthius, 120; ter dood gebracht, 157

Tacitus (Germania), 21

Tagino of Tadino, slag in de vlakte van, 135

Tagliacozzo, slag bij, 432

Tancred d’Hauteville, 314, 357–58

Tancred di Lecce, 410–11

Tartaren, 29

Telemachus, monnik, 68

Tempels, verwoest door fanatieken, 60–61

Theia, tot koning gekozen, 136; sneuvelt, 137; munt, 104

Theodahad, regeering, 122–123; munt, 104

Theodelinda, 63 n.; gehuwd met Autharis, 190; daarna gehuwd met Agilulf, 193; regeering, 193 vgl.; kerken van Th., 195; vriendschap met Gregorius den Groote, 194; zie ook plaat 20; 226

Theodemir, vader van Theoderik den Groote, 143

Theoderik, koning der West-Goten, 13, 79; misschien een zoon van Alarik, 87; sneuvelt in den slag op de Catalaunische vlakte, 88

Theoderik de Groote, 79; verslaat Odovacar bij de Isonzo en daarna bij de Adige, 114; neemt Ravenna in en doodt Odovacar, 115–116; regeering, 116 vgl., Deel II, hfdst. I; naam, 143; wetgeving, 146; legenden van zijn dood, 148; mausoleum, kerken, mozaïeken, 148 vgl.; monogram, 145; munt, 104, 147

Theodora, dochter van Maximianus, 1

Theodora, gemalin van Justinianus, afkomst enz., 172; begunstigt Belisarius, 127; en Antonina, 130; sterft, 133 n.

Theodora, moeder van Marozia, 293

Theodoretus, geschiedschrijver, 67

Theodosius I, keizer, 7, 8, 47; regeering, deel I, hfdst. IV; bezoekt den kluizenaar Johannes, 56; karakter, 57

Theodosius II, keizer, 10–13, 76–77; karakter en hof, 83–84; sterft, 86

Theophano, gemalin van Otto II, 301–02

Theophilus, patriarch, 61

Theophylactus, 293–94

Therapeutae, 63

Thermantia, gemalin van Honorius 70 n.

Thessalonica, 49; bloedbad, 52–54

Theudebald, koning der Franken, 138

Theudebert I, koning der Franken, 128

Theudebert II, 195

Theudegotha, 117

Thibetaansche monnik, 63

Thrasamund, 117, 122

Thrasamund (Spoleto), 204

Thucydides, vergelijking van Procopius met, 161–162

Tiara, pauselijke, plaat 50

Tiberius II, keizer, 188

Ticinum (Pavia), 114

Torcello, 253–54

Torismund, 184

Tortona, 333

Toscanella, 249, 273, en zie onder Kerken

Totila (Baduela), gekozen, 130; ten onrechte beschuldigd van brandstichting enz., 132 n.; neemt Rome in, 132; bezoekt St. Benedictus, 169; sterft, 135; munt, 104

Trajanus, 32; in het leven teruggeroepen, 223 n., 227

Trebizonde, rijk van, 275

Tribonianus, 175

Trier, geboorteplaats van St. Ambrosius, 53; 233, 251 n.

Trinitariërs, 39–48

Troyes, gered door St. Lupus, 87

Turken, Seldsjoeken en Ottomaansche Turken, 29; nemen Constantinopel in, 275, 453

Tusculum, graven van, 306, 317, 328; verwoest, 410 n.

Tzimeskes, 301

Uberti, 388–89, 428, 474–75

Ugo, il gran barone, grootvader van Mathilde van Toskane, 385

Ulfilas (Vulfila), 26, 46

Urbanus II, paus, 321–22

Urbanus IV, 429

St. Ursula, 50

Valens, keizer, 6, 7, 18, 30, 46–47

Valentinianus I, keizer, 6, 7, 46

Valentinianus II, keizer, 7, 8, 47–49, 76; gedood door Arbogast, 55

Valentinianus III, keizer, 11–13, 77; sterft, 91

Vandalen, oorsprong en geschiedenis, 27, 28; zie Gaiserik; rijk der V. in Afrika, 93–99; zij nemen Rome in, 13, 97

Vandalisme, 94, 99

Vandalusia (Andalusia), 28

Varus, 24

Venetië, oorsprong, 12, 89; oudste geschiedenis, 252–59; Barbarossa te Venetië, 337–38, 379; geschiedenis (van 800 tot 1200), 373–80; regeeringsvorm, 376, 379; bezocht door Hendrik IV, 378; Venetië en de kruistochten, 378–79

Vergilius, Ecloga IV, 21, 36 n.; Mantua, geboorteplaats van, 89

Verina, keizerin, 15, 17, 114 n.

Vesper, Siciliaansche, 433–37

Vesuvius, slag bij den, 136

Victor II, paus, 314, 317

Victor, tegen-paus, 335–36

Victoria, beeld van, 57–58

Vigilius, paus, 126, 139 n., 176

Vigne, Pier delle, zie Pier

Villani, Giovanni, 444

Visconti, 450, 481

Vitiges (Witigis), 124 vgl.; belegert Belisarius in Rome, 125; wordt gevangen genomen in Ravenna, 129

Waiblinger, 323 n.

Waldenzen, 462

Waldrada, 285

Wallia, 75, 93

Warnefried (Paulus Diaconus), 183

Welfen en Ghibellijnen, 209, 323 n. en elders

Wenden, 27

West-Goten, 24–26; vestigen zich in Moesië en Thracië, 30, 49–50; dringen Italië binnen onder Alarik, 66; nemen Rome, 71; stichten een koninkrijk in Zuid-Gallië, 75; vallen Spanje aan, 75; helpen Aëtius tegen Attila, 87, 88; staan Theoderik den Groote bij, 115

Willem, de Veroveraar, 326 n., 394

Willem met den IJzeren Arm, 357

Willem, zoon van Roger Borsa, 361

Willem I, de Booze, 364–65

Willem II, de Goede, 365–67

Willem III, 411

Witigis, zie Vitiges

Zacharias, Paus, 205, 207, 271

Zalmoxis, 160

Zeno, keizer, 110–114, 116

St. Zenobius, 385

Zonnevereering, 37

Zosimus, geschiedschrijver, 57, 72 n., 155

Zwarte Woud, 43

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings