← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Theoderik.

Reading edition

19. De ijzeren Kroon en de zgn. Kroon van Karel den Groote.
19. De ijzeren Kroon en de zgn. Kroon van Karel den Groote.

19. De ijzeren Kroon en de zgn. Kroon van Karel den Groote.

Zie de lijst der Illustraties.

Er bestaat ook een Germaansche sage over Dietrich’s geheimzinnige verdwijning en dood. Dit is belangrijk in verband met de Italiaansche legende over hetzelfde onderwerp; wij komen daar weldra op terug.

Zooals wij reeds hebben gezien, was het doel van Theoderik’s streven de Goten en Italianen tot één volk te versmelten. Hij trachtte vooral den invloed van de klassieke kunst en litteratuur op zijn Goten te versterken. In Rome werden de scholen, waar kunst, rhetoriek, geneeskunde en recht onderwezen werden ruim door hem gesteund, zooals ook door zijn dochter Amalasuntha, die hem zelfs in geleerdheid en “Romeinsche” voorliefde overtrof.

En het was niet alleen door het beschermen van de monumenten van de vroegere beschaving dat Theoderik de beide volken trachtte op te heffen; hij begunstigde ook den landbouw, richtte een postverkeer in, regelde de visscherij, stichtte ijzerfabrieken in Italië, opende een goudmijn in de Abruzzen en draineerde uitgestrekte gedeelten van de Pontijnsche moerassen.

De munten van Theoderik geven een aanwijzing voor zijn verhouding tot het keizerrijk. Gibbon verzekert, dat zijn beeldenaar op zijn munten is gegraveerd en haalt dit feit aan als een bewijs, dat hij onder den titel van koning zich de volledige rechten van een keizer toekende. Villari daarentegen verklaart, dat slechts de keizer munten kon slaan met zijn eigen beeldenaar en volgens hem moeten wij aannemen, dat Theoderik zich dat voorrecht nooit heeft aangematigd. De waarheid schijnt te zijn, dat Theoderik soms zelfs op gouden munten zijn beeld liet slaan en zich aldus een bijzonder keizerlijk voorrecht aanmatigde, want er is éen zoodanige gouden munt gevonden in 1894 (zie p. 104).

Zijn belangrijkst edict (Edictum Theoderici) bestond uit 154 artikelen. Zij berustten op de Romeinsche wetten, verzacht door het Christelijk gevoel. Schijnbaar behielden de Italianen hun wettige rechten en werden beveiligd tegen onwettige handelingen van de Goten, die onder het militaire bestuur van de graven stonden: maar deze tweeledige wetgeving veroorzaakte natuurlijk sterke wrijving tusschen het militaire en civiele gezag en de overheerschende trotsche barbaren stoorden zich niet aan billijkheid, terwijl bovendien de Italianen het recht niet hadden wapenen te dragen, behalve als huurlingen in het Gotische leger; zij werden beschouwd als geschikte winkeliers, handwerkslieden, kunstenaars en geneesheeren, en werden ook veel gebruikt om belastingen van hun landgenooten te innen. Het land was voor een groot gedeelte aan de Gotische soldaten gegeven, die de veteranen van Odovacar van hun landgoederen verdreven.

Theoderik’s poging om een fusie van de beide volken te bewerken verwekte dus hevige vijandigheid en verbittering. Dit bracht hem langzamerhand meer tot absolute tyrannie. Ten slotte voegde godsdienstig fanatisme zich bij den rassenhaat en bleek hij, geprikkeld door den tegenstand, zijn aangeboren wreedheid niet te kunnen beteugelen. Hiermede komen wij tot de laatste ongelukkige jaren van zijn regeering, tot den dood van Boëthius en Symmachus en tot het einde van Theoderik zelf, dat ongeveer twee jaren later plaats vond.

De paleizen, kerken en andere gebouwen door Theoderik opgericht waren blijkbaar zeer talrijk. Hij bouwde of herbouwde aquaeducten te Rome (de Aqua Claudia en andere), te Terracina, Spoleto, Parma, Trient en Ravenna (de Trajana); amphitheaters en thermae op andere plaatsen; stadsmuren te Rome en Verona; basilieken te Ravenna, Rome, Capua, Napels, Spoleto (waar de prachtige overblijfselen van de oude S. Agostino del Crocifisso zeker Oost-Gotisch zijn) en ook in zijn geliefd Verona en Pavia; paleizen te Rome, waar hij gedeelten van de Domus van de Caesars herbouwde, te Terracina, te Monza, waar later Koningin Theodelinda, volgens Paulus Diaconus, het zomerpaleis van Theoderik liet herstellen; te Pavia, waar Agnellus, de kroniekschrijver van Ravenna, op het gewelf van het Tribunaal in het groote paleis een mozaïek zag, dat Theoderik op zijn strijdros voorstelde; te Verona, waar, op de plaats van de tegenwoordige Castella San Pietro, men misschien overblijfselen kan zien van een paleis van Theoderik, dat is afgebeeld op een oud zegel van Verona; ten slotte bestaat te Ravenna nog een gebouw bekend als Theoderik’s paleis. Het is dicht bij zijn prachtige basiliek, en men zou geneigd zijn te denken, dat het een deel van de koninklijke gebouwen is geweest, maar Ricci en andere deskundigen plaatsen het in een lateren tijd en meenen, dat het groote paleis van Theoderik dichter bij de stadsmuren stond, waar nu de openbare tuinen zijn, bij S. Apollinare Nuovo, omdat daar ook fundamenten zijn opgegraven. Agnellus vertelt, dat het paleis uitzag op zee (die toen echter veel dichter bij de stad was) en omgeven was door mooie tuinen en versierd met prachtige mozaïeken en beelden; en hij beschrijft een mozaïek van Theoderik te paard, eenigzins gelijkend op hetgeen hij te Pavia zag. Dit paleis werd door Belisarius (540) en door de Longobarden geplunderd, maar vele marmeren beelden en andere kunstwerken bleven ongeschonden, totdat Karel de Groote die naar Aken bracht om zijn paleis te versieren en de kathedraal, die hij bouwde naar het voorbeeld van S. Vitale.

Kasteel van Theoderik te Verona. Naar een oud zegel.Op het zegel, niet in de afbeelding, staat in de zinspreuk, die Frederik Barbarossa aan de stad heeft gegeven na de vrede van Constanz. Dus kan het niet ouder zijn dan 1183. Maar het paleis bestond nog lang na Theoderik, en werd door de Longobardische en Karolingische Koningen gebruikt en later, nog in 1400, als vesting. Het werd afgebroken in 1801. Het gebouw op den voorgrond is een zuilengang verbonden aan de stadsmuren. De koepel en torens zijn waarschijnlijk Karolingisch.
Kasteel van Theoderik te Verona. Naar een oud zegel.Op het zegel, niet in de afbeelding, staat in de zinspreuk, die Frederik Barbarossa aan de stad heeft gegeven na de vrede van Constanz. Dus kan het niet ouder zijn dan 1183. Maar het paleis bestond nog lang na Theoderik, en werd door de Longobardische en Karolingische Koningen gebruikt en later, nog in 1400, als vesting. Het werd afgebroken in 1801. Het gebouw op den voorgrond is een zuilengang verbonden aan de stadsmuren. De koepel en torens zijn waarschijnlijk Karolingisch.
Classe, Ravenna. Mozaïek in S. Apollinare Nuovo.
Classe, Ravenna. Mozaïek in S. Apollinare Nuovo.

Classe, Ravenna. Mozaïek in S. Apollinare Nuovo.

Theoderik’s paleis te Ravenna. Mozaïek in S. Apollinare Nuovo.
Theoderik’s paleis te Ravenna. Mozaïek in S. Apollinare Nuovo.

Theoderik’s paleis te Ravenna. Mozaïek in S. Apollinare Nuovo.

Behalve de schoone, Romeinsche marmeren zuilen, met kapiteelen van wit marmer met fijn lofwerk in Byzantijnschen stijl, waarop de Byzantijnsche “pulvino” rust (een soort van tweede kapiteel), bezit de basiliek bijzondere waarde en aantrekkelijkheid door haar schitterende en hoogst belangrijke mozaïeken, waarmede beide zijden van het schip zijn versierd. Boven de vensters aan de eene zijde zijn dertien wonderen van Christus en aan andere zijde dertien voorstellingen van Zijn Lijden afgebeeld; de afwezigheid van de Kruisiging is kenschetsend voor de vroeg-Christelijke kunst, die er voor terugdeinsde den doodstrijd van den Verlosser in beeld te brengen.

20. Theodelinda’s Kip en Kuikens, Monza.
20. Theodelinda’s Kip en Kuikens, Monza.

20. Theodelinda’s Kip en Kuikens, Monza.

Tusschen de vensters zijn figuren van profeten en heiligen, waaronder sommige zeer plechtige. Al deze mozaïeken dateeren uit den tijd van Theoderik, en toonen vooral door hun verschillende houdingen, hun prachtig geteekende en geschaduwde gewaden, hun fijne kleuren, de kenmerken van de Romeinsche, in tegenstelling met de Byzantijnsche school. Nog grootscher zijn de mozaïeken, die aan beide zijden van het schip de ruimte tusschen de toppen van de bogen en de bovenvensters vullen. Aan den eenen kant troont Christus tusschen vier engelen; vijf en twintig martelaren naderen, en aan het einde van deze processie staat het paleis van Theoderik. Aan den anderen kant troont de Maagd met het Kind tusschen vier engelen; de drie Wijzen komen naderbij gevolgd door vier en twintig maagden en iets verder ziet men de stad met haar muren en de haven van Classe. Nu schijnt het wel zeker (zooals later zal blijken), dat de processies van maagden en martelaren van lateren datum zijn dan de overige mozaïeken en dat zij, toen de kerk werd “gereinigd” voor den Katholieken dienst, aangebracht zijn in de plaats van de oorspronkelijke mozaïeken van Theoderik, die waarschijnlijk den koning te paard voorstelden en verschillende optochten van Gotische edelen en krijgslieden. Op de afbeelding van het paleis zijn nu de ruimten van de bogen gevuld door gordijnen, die de figuren van den Koning (in het midden) en van zijn hovelingen moeten verbergen, iets wat niet geheel bereikt is, want hier en daar kan men een menschelijke gedaante gedeeltelijk nog herkennen.

Nog een feit is in dit verband van belang. Op den achtergrond van het paleis en ook van de muren van Classe zijn talrijke gebouwen geschilderd. Waarschijnlijk hebben wij hier ruwe omtrekken van de oude Ursiaansche kathedraal en het aangrenzend baptisterium (dat nog bestaat) en van de oorspronkelijke S. Giovanni Evangelista, gebouwd door Galla Placidia, of van S. Teodoro, herbouwd door Theoderik, en van den Battistero degli Ariani. Merkwaardig genoeg vindt men geen aanwijzing van eenigen campanile, zooals die nu bestaan. Er is ook geen aanduiding van de twee prachtige kerken te Ravenna, de S. Vitale en S. Apollinare in Classe, die opgericht, of voltooid zijn in de latere periode van den Gotischen oorlog of van de Byzantijnsche overheersching (c. 535–550).

Notes in this chapter

Note 1 · De vormen “Theoderik” en “Theodatus” (voor “Theodahad”) zijn ontstaan uit het Grieksche en Latijnsche “Theodorus” en “Deodatus”. Procopius sNote 2 · Amala beteekent, zegt men, “macht”. In het Nibelungenlied (dat op zeer oude sagen berust, ofschoon het gedicht in zijn tegenwoordigen vorm oNote 3 · In andere sagen wordt Dietrich met Siegfried zelf verward. Hij bezit tooverkrachten en verslaat draken.Note 4 · Zulke monogrammen komen voor op munten van Theodosius, Justinianus en andere Keizers, als ook op die van Odovacar (Plaat 9, munt 17), AthalaNote 5 · Ondanks alle plunderingen van Goten en Vandalen was er nog altijd in Rome, zegt Cassiodorus, een talrijk “volk” van standbeelden en “kudden”Note 6 · Procopius echter, hoewel vurig anti-Gotisch, zegt: “Theoderik was zeer rechtvaardig. Hij was in naam een tyran, doch in werkelijkheid een koNote 7 · In het leger waren ook Romeinen, maar zij schenen trotsch te zijn op het privilege “Goten” genoemd te worden.Note 8 · Zijn geheimzinnig verdwijnen—zooals het overlijden van Koning Arthur—waarop in Germaansche sagen wordt gezinspeeld, moet men niet toeschrijvNote 9 · Later was het de kapel van het naburige Benedictijner-klooster; het werd ook langen tijd gebruikt als het Pantheon of S. Croce van Ravenna eNote 10 · Op het zegel, niet in de afbeelding, staat in de zinspreuk, die Frederik Barbarossa aan de stad heeft gegeven na de vrede van Constanz. Dus Note 11 · Teruggegeven aan de Katholieken na 540 en Spirito Santo genoemd. Theoderik’s Baptisterium werd een kerk. Nu is er nog slechts de cupola van Note 12 · Het lijkt op het Maltezer kruis, en men kan het te Ravenna nog zien, ofschoon het later natuurlijk bijna “uitgeroeid” is.Note 13 · Apollinaris, de beschermheilige van Ravenna, was een leerling en vriend van den Heiligen Petrus en door hem uitgezonden om Noord-Italië te bNote 14 · Ondanks de tien jaren, die Theoderik te Constantinopel op den meest ontvankelijken leeftijd heeft doorgebracht, ondanks zijn zeventien nog bNote 15 · Litteraire studie werd mode, gedeeltelijk door de bescherming van de Romeinsch-voelende Goten, gedeeltelijk ook zeer zeker als een protest tNote 16 · Wat zijn wetgeving betrof, was Theoderik misschien niet zoo verstandig als de koning der West-Goten, Athaulf, die verklaard had, dat voor deNote 17 · Het afgrijzen, dat in veler geest door de sombere en wreede persoonlijkheid van den Ketterschen barbaren-koning in zijn laatste jaren werd oNote 18 · Het Mausoleum van Theoderik, door hemzelf gebouwd, bestaat uit een zwaren tienzijdigen onderbouw met bogen, waarop een ronde bovenbouw zich Note 19 · Kasteel van Theoderik te Verona. Naar een oud zegel.10Note 20 · Behalve zijn Mausoleum en de overblijfselen van zijn paleis bezit Ravenna van Theoderik nog in uitstekenden toestand, een zeer schoon gebouw
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings