Gregorius de Groote.
Reading edition
Er was bevolen, dat alle prelaten, priesters, monniken, nonnen, en een groote menigte burgers, met zwarte sluiers en kappen en verdeeld naar de vier wijken van de stad, hun hoofdkerken zouden bezoeken, die alle zwart gedrapeerd waren en dan zouden opgaan naar de basiliek van de Moeder Gods (S. Maria Maggiore). De straten waren vol van eindelooze processies van smeekelingen, die brandende kaarsen en fakkels droegen, treurzangen en Kyrie Eleisons zongen, terwijl nu en dan een zwarte gedaante, getroffen door de doodelijke pest, ter aarde stortte.

29. De Schenking van Constantijn aan Silvester.
Toen nu de grootste processie de St. Pieter naderde en Gregorius zelf juist het midden van de brug bereikt had, verscheen er in de lucht, zwevend boven het mausoleum van Hadrianus, de gedaante van een engel met een vlammend zwaard; en men zag, dat hij het zwaard in de scheede stak, om te beduiden, dat de pest tot stilstand was gebracht. Men hoorde hemelsche stemmen het Regina coeli zingen en Paus Gregorius antwoordde door het Ora pro nobis aan te heffen. Hierom kreeg de Moles Hadriani den naam Engelenburg (Castel Sant’ Angelo). Het is onzeker, wanneer er het eerst een standbeeld van den engel is opgericht. Men zegt, dat Paus Bonifacius IV, de opvolger van Gregorius, een kapel heeft gebouwd boven op de Moles en die genoemd heeft “S. Angelus inter Nubes.” Een marmeren beeld, dat ongeveer 1550 door Montelupo is gemaakt, werd waarschijnlijk in 1740 vervangen door de tegenwoordige bronzen figuur, het werk van een Vlaamschen kunstenaar.
Gedurende het eerste gedeelte van zijn pontificaat was Paus Gregorius een zeer hevige en openlijke vijand van de Longobarden. In zijn brieven worden de Italiaansche steden steeds aangespoord den barbaren en ketters weerstand te bieden en dringt hij er zelfs op aan, dat de geestelijken de wapenen zullen opnemen. Niet minder ijverig was hij in het verdedigen van de Italianen tegen de Byzantijnsche verdrukking, zooals wij kunnen zien in zijn brieven aan Keizerin Constantina, waarin hij den ellendigen toestand van het volk op Sicilië en Sardinië (waar de heidensche beeldendienst blijkbaar nog steeds bestond) en de schaamtelooze afpersingen en onrechtvaardige handelingen van de Byzantijnsche ambtenaren beschrijft. Doch de voornaamste reden tot zorg gaven hem de Longobarden. Men zal zich herinneren, hoe Agilulf, die door Theodelinda in hetzelfde jaar, waarin Gregorius Paus werd, tot haar koninklijken gemaal was gekozen, in 593 naar het Zuiden marcheerde en het Romeinsche gebied verwoestte, hoe Gregorius zijn publieke voordrachten over Ezechiël afbrak en al zijn energie gebruikte om de stadsmuren weer op te bouwen en strijdkrachten te organiseeren, zoodat hij ten slotte niet meer wist “of hij een geestelijke was of een wereldlijk vorst.” Aldus wordt hij door zijn vurig patriotisme en zijn krachtige werkzaamheid erkend als het civiele hoofd van Rome; hij leidt de onderhandelingen en verbreekt of sluit verdragen met Longobardische koningen en hertogen en Byzantijnsche Exarchen.
“De brief, dien gij mij uit de omgeving van Genua stuurt” schrijft Gregorius, “maakt mij deelgenoot in uw vreugde door mij ervan te verwittigen, dat U door de genade van den Almachtigen God een zoontje is geboren en ook, dat hij, hetgeen u tot eer strekt, bij de Katholieke kerk is ingeschreven ... Ik bid, dat God u moge bewaren en mijn kleine Adelwald moge opgroeien in Zijn liefde.” Nadat hij daarna heeft verteld, hoe pijnlijk hij door de jicht geplaagd wordt, voegt hij erbij, dat hij aan den kleinen Adelwald zendt “eenige relieken, nl. een kruis met een stukje hout van het Heilige Kruis van den Heiland, en een afschrift van het Heilige Evangelie in een Perzisch étui. En aan mijn kleine dochter, zijn zuster, stuur ik drie ringen, twee van hyacint en een van onyx ....”

Relief boven het portaal van de Kathedraal te Monza.
Zijn werken zijn talrijk: Epistolae, Dialogi, Homiliae, Libri Morales, Cura pastoralis enz. en ook praktische handboeken, die aanwijzingen geven voor den dienst in de Kerk. De Roomsche Kerk volgt nog steeds bij de mis voornamelijk het voorschrift van Gregorius, dat verschilt van den regel van St. Ambrosius, die te Milaan in gebruik is. Gregorius voegde ook vier toonschalen bij de vier authentieke schalen van St. Ambrosius. De muziek, die gebaseerd is op deze acht toonladders is bekend als het Gregoriaansche koraalgezang. Een van de prachtigste motieven van Wagner’s Parsifal, het Graal-motief is rechtstreeks genomen van een Gregoriaanschen toonschaal.
Als theoloog schijnt hij niet altijd onfeilbaar geweest te zijn, indien wij mogen gelooven, wat Beatrice aan Dante vertelde, toen zij in het Paradijs hem de cirkels en de hierarchiën der engelen verklaarde. Gregorius, zeide zij, durfde op dit punt af te wijken van Dionysius den Areopagiet, maar “zoodra hij zijn oogen in den hemel opende, lachte hij over zichzelf”—
...... sì toste come gli occhi aperse
In questo cielo, di sè medesmo rise.