Note 4 — Gregorius de Groote.
Reading edition
Zijn vaderlandsliefde werd geëvenaard door zijn godsdienstijver. Niet slechts had hij als Christen zulk een afschuw van het heidendom, dat men hem verdacht van de vernietiging van vele oude monumenten en veel literatuur, maar als katholiek had hij misschien nog meer afkeer van alle vormen van ketterij. De bekeering van de heidensche Angel-saksen was een van zijn vroegste idealen en in 596, toen hij nog slechts zes jaren paus was, zond hij zendelingen onder leiding van St. Augustinus den jongere naar koningin Bertha, de Frankische katholieke gemalin van Ethelbert, koning van Kent4. In een brief aan den Bisschop van Alexandrië beschrijft Gregorius deze onderneming aldus: “Daar het volk van de Angelen, dat in den meest afgelegen hoek van de wereld leeft, nog steeds hardnekkig volhardt in de vereering van blokken en steenen, kwam de gedachte bij mij op hun een monnik te sturen om onder hen, als God het zoo wilde, te preeken; en toen met mijn goedkeuring de bisschoppen van Germanië dezen gewijd hadden, hielpen zij hem om dat volk daar aan het einde van de wereld te bereiken.” Dan vertelt hij van mirakelen, die de wonderen van de Apostelen evenaren, en van de bekeering van de 10.000 Angelen. Ofschoon men het uitroeien van de oude Engelsche Kerk moet betreuren, kan men toch niet ontkennen, dat de zending van Gregorius de beschaving van de Romeinsche wereld weder in Brittannië heeft gebracht, hetgeen volgens onze meening een weldaad was.