← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

c. 1200–1300.

Reading edition

Veel is reeds gezegd over hetgeen men bij gebrek aan een juistere benaming gewoonlijk godsdienst of religie noemt; vele toestanden en invloeden van den godsdienst zijn, zooals wij zagen, in het ingewikkelde web van de middeleeuwsche Italiaansche geschiedenis geweven. Wij zullen niet trachten die draden verder te ontwarren, dan in het verhaal is gedaan, maar hier toch wijzen op de merkwaardige ontwikkeling van het godsdienstig leven in den loop van de dertiende eeuw.

In den tijd van de groote ketterij, toen de menschen hun medemenschen veroordeelden en vermoordden wegens de een of andere ijdele formule, die het onbegrijpelijke moest bepalen, waren er natuurlijk vele sekten van de Christelijke Kerk, die met verontwaardiging de meening verwierpen, dat Rome de eenige bewaarplaats van de orthodoxie was; en aan den anderen kant vinden wij onder hen, die zich den naam “Katholiek” aanmatigden, vele, zelfs Keizers en Patriarchen, die de geestelijke Suprematie van den Paus krachtig verdedigden.

De ontaarding van het geestelijke, wanneer het in aanraking komt met het stoffelijke, wordt ons door alle groote dichters en wijsgeeren in levendige beeldspraak duidelijk gemaakt. De meest treffende illustratie van een dergelijke ontaarding in de geschiedenis der menschheid wordt gegeven door de tegenstelling tusschen het leven en de leer van Christus en het zoogenaamde Christendom van later dagen. Maar in de menschelijke natuur gloeit een onuitbluschbaar deeltje van het goddelijke vuur, of iets, dat als een spiegel de stralen van het hemelsche licht opvangt, en te midden van de grillige maskerade en de afschuwelijke vertooning van een wereld van vleesch en duivel, die ons voorbijtrekt, wanneer wij de kronieken van de middeleeuwsche kerk van Rome lezen, ontdekken wij hier en daar in den eindeloozen en woeligen optocht eenige menschelijke gezichten, waarop het geloof schittert aan Christus’ eigen Evangelie van reinheid en zelfverloochenende liefde. Zonder twijfel werden vele van hen, die den moed bezaten om zoo te handelen als zij voelden, door hun geestdrift en overdrijving op gevaarlijke wegen geleid en dan volgde er dikwijls een grove ontaarding van hun verheven leeringen. Maar dat was onvermijdelijk.

Dat de schaamtelooze losbandigheid en hebzucht van de geestelijken en het pauselijke hof, en ook andere schandelijke ondeugden, reeds in vroege tijden bij een zekere sekte van de Kerk verontwaardiging wekten, blijkt uit vele gegevens. Een van de eerste algemeene protesten tegen deze misbruiken werd geuit door de monniken van de Fransche Abdij van Cluny, die in 910 door Fra Berno gesticht is. Deze poging tot inwendige hervorming was eerst alleen gericht tegen de slechte levenswijze van den clerus, vooral van de ontaarde Benedictijner monniken, en ofschoon het misschien onverstandig was het coelibaat der geestelijkheid als een der voornaamste beginselen aan te nemen, heeft de hervorming van Cluny toch zeer zeker een buitengewoon goeden invloed uitgeoefend, niet alleen in de provincies, maar ook te Rome, waar Odo, de leerling van Berno, begunstigd werd door den republikeinschen leider Alberik en in staat werd gesteld verschillende kloosters te hervormen. Maar de Pausen, die (evenals later het geval was met de Franciskaner Orde) de populairiteit van deze neiging tot hervormen weldra bemerkten, veroverden, om zoo te zeggen, Cluny en gebruikten de hervormers van Cluny als hun zendelingen om de leer van de geestelijke suprematie en de wereldlijke macht van het Pausdom te verbreiden. Zoo was Hildebrand, de latere Paus Gregorius VII (1073–1080), de groote tegenstander van Hendrik IV, een Cluniacenser monnik; en de moreele geestdrift, waarmee de eerste stichters van Cluny waren bezield, ontaardde in sekte-geest en partijhaat, zooals men kan waarnemen bij den beroemden St. Bernard van Clairvaux, die het ascetische kloosterleven weder opwekte, maar die, ofschoon hij zelf een oprecht hervormer van zedelijke misbruiken was, zich fanatiek verzette tegen alle onderwijs in de Heilige Schrift; en hij gaf niet alleen zijn stem ten gunste van den zwakken Innocentius II tegen den Cluniacenser Paus, Anacletus, maar vervolgde ook heftig Abelard, den philosophischen reformator van Parijs en zijn leerling, den ongelukkigen Arnold van Brescia, die te Rome op bevel van den Engelschen Paus Hadrianus werd opgehangen en verbrand.

Een andere sekte werd te Lyon gesticht door Pierre Valdez (Petrus Waldus). Deze Waldenzen, of les pauvres de Lyon, waren van orthodox standpunt beschouwd, kwaadaardiger ketters dan de Albigenzen, want zij ontkenden, dat de Kerk van Rome in den waren zin de Kerk van Christus was, en gingen, evenals de latere hervormers deden, van het gezag van den Paus en de overlevering in hooger beroep bij den Bijbel. Bovendien verwierpen zij, zooals later de dissenters, de apostolische opvolging en sommige van hen gaven de verkiezing der geestelijke herders in handen van de leeken.

In Italië zelf maakte de dogmatische ketterij, d. w. z. het verwerpen van de onfeilbaarheid van Rome in dogmatische aangelegenheden, een tijdlang slechts weinig vorderingen, maar er was een sterke en uitgebreide beweging tegen de wereldlijke macht van de Kerk (niet alleen onder haar staatkundige tegenstanders) en ten gunste van een krachtige hervorming, met het oog op de weelde en onzedelijkheid van de geestelijken, terwijl reinheid en zelfs armoede werden toegejuicht als de eenige middelen, waardoor de Kerk haar geestelijken invloed kon herwinnen.

De opkomst van de Albigenzen is reeds beschreven. Hun vernietiging vond plaats in het jaar 1205. Paus Benedictus III, die, zooals wij gezien hebben, er in slaagde bijna alle vorsten van Europa onder zijn heerschappij te brengen, had besloten geen ketters in het Westersche Christendom te dulden. Eerst, zegt men, hoopte hij zijn doel te bereiken door redeneering en zond daarom predikers naar Languedoc. Bij hen sloot zich de beroemde Dominicus (Domingo van Calahorra in Oud-Castilië) aan, die na zijn terugkeer van een zending in Denemarken, in het Zuiden van Frankrijk was gekomen en zich dadelijk met heilige geestdrift gewijd had aan het werk der bekeering; en toen Paus Innocentius, die inzag dat zijn verklaring van het Christelijke evangelie geenerlei uitwerking had, zijn toevlucht besloot te nemen tot het vuur en het zwaard en zijn Inquisiteurs en gezanten zond, gewapend met de volmacht om het afschuwelijk gespuis uit te roeien, werd uit de edelen van Zuid-Frankrijk, zooals Villari zegt, door deze pauselijke boden een leger van kruisvaarders samengesteld, die, opgehitst door het opruiende prediken van Dominicus en zijn fanatieke metgezellen (waaronder zich de ellendige en meedoogenlooze Bisschop Folquet van Toulouse bevond) en aangevoerd door den bloeddorstigen Simon de Montfort, zich op de weerlooze bevolking wierpen en vele van de bloeiendste streken van Provence en Midden-Frankrijk in een woestijn veranderden.

59. Cosmati-Tombe in S. Maria sopra Minerva, Rome.
59. Cosmati-Tombe in S. Maria sopra Minerva, Rome.

59. Cosmati-Tombe in S. Maria sopra Minerva, Rome.

“In de latere jaren van zijn leven”, zegt Villari, “had Innocentius de krachten wel willen beteugelen, die de bijna volkomen verwoesting van een geheele landstreek hadden bewerkt. Maar het was te laat. Het bloed had gevloeid en het volk was te gronde gericht. De vluchtelingen uit Provence overstroomden Italië. Zij wekten medelijden op door de verhalen van hun ellende, en haat tegen hem, die de eerste oorzaak was geweest van hun wreed lijden. Aldus droegen ze bij tot de scheiding tusschen het Pausdom en die klassen, waarmede de Pausen zich vroeger steeds hadden verbonden in hun strijd tegen de Keizers. Sinds dien tijd begon de verhouding van het Italiaansche volk jegens het Pausdom een zeer belangrijke wijziging te ondergaan”.

In 1215 werd Dominicus te Rome door den Paus gehuldigd wegens zijn ijverige werkzaamheid en de instelling van de predikheeren, en toen kort daarna Innocentius stierf, werd de Dominicaner Orde door Honorius III plechtig bekrachtigd. Drie jaren later (1219) werd het centrum van de Orde gevestigd te Bologna en voordat Dominicus daar in 1221 was gestorven, hadden de predikheeren reeds hard gewerkt om de ketterij in Noord-Italië uit te roeien; maar Italië was bijna even erg met ketterij besmet als met Languedoc het geval was geweest. De Patarini waren in Milaan buitengewoon talrijk. In Ferrara, Verona, Rimini, Florence en andere steden was de vijandige stemming tegen de geestelijkheid zeer sterk. In Viterbo waren de ketters talrijk genoeg om hun Graaf te kiezen. In Assisi werd een ketter tot Podestà benoemd.

In de zangen XI en XII van den Paradiso laat Dante den grooten Dominicaner geleerde, Thomas van Aquino, een schitterende lofrede uitspreken op St. Franciscus, en de Franciscaner Bonaventura beschrijft het strijdvaardige karakter van St. Dominicus,

de heilige athleet,

zacht voor de zijnen en grimmig voor zijn vijanden,

wiens aanval het krachtigst werd

L’un fu tutto serafico in ardore,

L’altro per sapienza in terra fue

Gedurende de laatste helft van de dertiende eeuw verspreidde, zooals wij in een ander hoofdstuk zullen zien, een nieuw licht van wetenschap en kunst zonder ophouden zijn glans, totdat de vrijheid van gedachte en Christelijk gevoel zich zoo ver een weg gebaand had, dat, na den dood van den “driedubbelen tyran”, Paus Bonifacius VIII, het middeleeuwsche Pausdom een tijdlang bijna geheel als staatkundige en religieuze macht verdween en als een gewond wild dier gromde in de sombere holte van het groote pauselijke paleis te Avignon.

Terwijl de oude toestanden veranderen, zien wij vele vreemde verschijnselen; want ofschoon het nest was opgeruimd, bleek het nog niet zoo gemakkelijk te zijn het oude bijgeloof uit te roeien. Een van de zonderlingste verschijnselen van de dertiende eeuw was Keizer Frederik II, de half-Oostersche vrijdenker, dikwijls door den banvloek getroffen, die, ofschoon hij een ongeloovige was en aan zijn Siciliaansch hof niet alleen de wetenschap en de losbandige zeden, maar ook den godsdienst van de Saracenen aanmoedigde, een Christelijken kruistocht ondernam tegen de Saracenen van Palestina, zelfs de kroon van Jeruzalem aanvaardde, en daarna, na zijn terugkeer, ijverig de ketters in zijn rijk vervolgde en vele van hen aan Gregorius uitleverde om verbrand te worden.

De merkwaardige toestand van geestelijke opwinding, waarin Italië gedurende dezen overgangstijd verkeerde, blijkt uit het ontstaan van talrijke sekten, van welke sommige een tijdlang een zeer belangrijken invloed uitoefenden, vooral in de vrijsteden van Noord- en Midden-Italië. Zooals natuurlijk was, kwamen er vele vreemde buitensporigheden voor. Hieronder moeten wij in de eerste plaats het optreden der Flagellanten of geeselbroeders rekenen. Een plotselinge springvloed, als het ware, van religieuze hysterie, verhief zich te Perugia en verspreidde zich snel over en buiten geheel Italië. Duizenden en duizenden van waanzinnige, half-naakte boetelingen, mannen, vrouwen en kinderen, trokken in groote benden door het geheele land, huilend en klagend, biddend en psalmen zingend en elkander meedoogenloos geeselend. In elke stad, waar zij kwamen, spraken zij verwenschingen en smeekbeden uit om te trachten een einde te maken aan de staatkundige en godsdienstige veeten; zij bezochten de gevangenissen en poogden de boosdoeners tot berouw te brengen; zij bevrijdden vele gevangenen. Eindelijk werd het civiele gezag ongerust en kondigde strenge straffen tegen deze buitensporigheden af. “De listige regeerders van Milaan”, zegt een kroniekschrijver, “richtten zes honderd galgen op aan hun grenzen en dreigden iederen Flagellant, die in hun gebied kwam, op te hangen.” Na 1260 ongeveer hooren wij niets meer van hen.

Indien wij zoeken naar de oorzaken, die zulke vreemde gevolgen hadden, vinden wij, dat deze zonder twijfel gelegen zijn in het feit, dat de eindelooze ellende van den oorlog en de binnenlandsche veeten de bevolking tot wanhoop hadden gebracht en zij er bovendien langzamerhand van overtuigd werden, dat de Kerk als draagster van het Evangelie van liefde en vrede volkomen schipbreuk had geleden. De eenige groote prikkel, waardoor de Flagellanten tot dergelijke hysterische buitensporigheden werden aangezet en die ook de oorzaak was van de heilige bezieling van St. Franciscus, was het verlangen naar het rijk van Christelijke liefde op aarde. En hoe algemeen dit verlangen in Italië was, kan men afleiden uit vele andere pogingen om vrede te stichten, welke soms van zeer dramatischen en aandoenlijken aard waren. Eens werden (in 1275) de leiders van de verbitterde partijen in Florence overgehaald om bij elkander te komen op de zandige oevers van den Arno en elkander te omhelzen en een eeuwigen vrede te sluiten, welke maar al te spoedig verbroken is. Bij een andere gelegenheid kwam in de vlakte bij Verona een geweldige menigte (sommige schrijvers zeggen 400.000 menschen) bijeen, uit verschillende steden verzameld door een monnik van Vicenza, en tot tranen toe bewogen door de welsprekende woorden van de predikheeren, sloegen zij zich op de borst, jammerden over hun zonden, smeekten om God’s genade en legden plechtige eeden af (welke helaas spoedig volkomen vergeten werden), dat oorlog en partijtwisten voor altijd zouden worden afgeschaft.

Notes in this chapter

Note 1 · Paradiso XII. 140.Note 2 · Een Joodsche sekte, ontstaan in de tweede eeuw v. Chr.Note 3 · Mani, de stichter van het manichaeïsmus, was afkomstig uit een voorname Perzische familie. Zijn leer berust op die van Zoroaster.Note 4 · De leer van het werkelijke bestaan van het Kwaad als een handelend beginsel, is natuurlijk, evenals de leer van de zielsverhuizing en het vaNote 5 · Het woord paterino is in het Italiaansch synoniem geworden met eretico, kettersch.Note 6 · Domini canes.Note 7 · Marteau des hérétiques. (Sabatier).Note 8 · Zooals ook het geval was met de Dominicanen, werd de bekrachtiging van de Franciscaner Orde door den dood van den Paus uitgesteld. Zij ontviNote 9 · Hij zag een armen man, die met zijn schouders de Kerk van het Lateraan, die dreigde in te storten, ondersteunde. Vgl. het fresco van Giotto Note 10 · Dominicus ging den kruistocht prediken tegen de Albigenzen en hitste de gemoederen op tot een bloedige vervolging van de ketters. FranciscusNote 11 · Vgl. de heerlijke hymne aan de zon, Cantico delle Creature of Cantico del Sole. [Vertaler].Note 12 · De lage kerk te Assisi, waaraan men kort na den dood van Franciscus begonnen is, daar hij zijn volgelingen verzocht geen groote kerken te boNote 13 · Paradiso XII, 56, 57 en 101, 102.Note 14 · Na zijn bekeering bestond de geheele bezitting van St. Franciscus in éen stel monnikskleeren.Note 15 · “De éen was gansch van serafijnen-aard in zijn (weldadigen) gloed, de ander door wijsheid op aarde een glans van het licht der cherubijnen.”Note 16 · Ik kan niet nalaten een paar woorden aan te halen uit het met zooveel gevoel geschreven werk van Paul Sabatier over St. Franciscus. “Son humNote 17 · Na de overwinning van het Roomsche Katholicisme in het Westen moesten de ketters, d. w. z. zij, die een andere dogmatische opvatting huldigdNote 18 · Een treffend bewijs van het verlangen, dat ook bij de geestelijken zelf en in het algemeen bij het volk bestond, om terug te keeren tot den Note 19 · Gelijktijdig met deze pogingen tot inwendige hervorming waren verschillende bewegingen van minder rechtzinnigen aard. Er was een sekte van BNote 20 · Een belangwekkend voorbeeld van deze beweging wordt gegeven door de Pataria (de wijk der voddenrapers) te Milaan. De Patarini of Paterini aaNote 21 · In hoeverre Dominicus zelf deze gruwelen goedkeurde of er toe aanzette, of er zelfs een werkzaam aandeel in had, is onzeker; het staat echteNote 22 · Een paar maanden waarschijnlijk, voordat Dominicus te Rome was aangekomen, had een andere beroemde Orde de goedkeuring van Innocentius verwoNote 23 · Een aanwijzing van dit grondige verschil wordt verstrekt door het feit, dat Franciscus, naar men vertelt, toen hij Dominicus te Rome had ontNote 24 · waar de weerstand het grootst was15.Note 25 · De lofrede van den Franciscaner op St. Dominicus schijnt hier en daar, hoewel deze twaalfde zang overstroomt van heerlijke gedachten, toch eNote 26 · Di cherubica luce uno splendore18.
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings