← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 1 — c. 1200–1300.

Reading edition

Na de overwinning van het Roomsche Katholicisme in het Westen moesten de ketters, d. w. z. zij, die een andere dogmatische opvatting huldigden dan Rome, zich eenige eeuwen lang verborgen houden; maar weldra hooren wij toch van een steeds toenemende verontwaardiging en vijandigheid, die veroorzaakt wordt door den groei van de wereldlijke macht en de onverzadelijke eerzucht van de Pausen. Deze vijandige stemming was niet het gevolg van ketterij of verschil in godsdienstige opvattingen, maar van staatkundige beweegredenen; dikwijls ging een groote eerbied voor den Paus gepaard met een hevigen haat jegens hem als politieken tegenstander. Zoo klaagt, zelfs in de veertiende eeuw, Dante bitter over de mishandeling en den dood van zijn grooten vijand, Bonifacius VIII; bij wijze van profetie zegt hij, daar de handeling van zijn gedicht drie jaren voor het gebeurde te Anagni plaats grijpt: “Ik zie, in zijn stedehouder, Christus worden gevangen genomen; ik zie hem andermaal bespot worden; ik zie, dat edik en gal vernieuwd worden en dat hij tusschen nieuwe boosdoeners wordt gedood1”. En nog vreemder dan deze vereeniging van eerbied en haat was in vele gevallen de algeheele afwezigheid van de zedelijke waardeering, een volslagen onvermogen om, zelfs bij een verafschuwden staatkundigen vijand, in te zien, dat de begeerte naar wereldlijke macht, om niet te spreken van afzichtelijke ondeugden en misdaden, onvereenigbaar was met het bezit van en de macht over apostolische gaven en met de aanspraken van den Paus om op aarde de Vicarius te zijn van den heiligen en vriendelijken Stichter van het Christendom.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings