← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Venetië en andere steden.

Reading edition

Wij hebben gezien hoe in het begin van de 8e eeuw de steden onder de Byzantijnsche suprematie zeer ontevreden werden. Te Rome had de Exarch zich onder het bed van den Paus moeten verbergen om aan een woedende menigte te ontsnappen en de wreedheden te Ravenna door den Oost-Romeinschen Keizer Justinianus II bedreven hadden hevige verontwaardiging en een algemeenen opstand onder de steden van het noordelijk Exarchaat en de Pentapolis verwekt. Deze opstand had de Byzantijnsche macht in Italië zeer geschokt, en wij kunnen nu, omstreeks 730, nadat de twisten over den beeldendienst de kloof tusschen het Oosten en Westen hadden verbreed, Rome en het Exarchaat als feitelijk autonoom beschouwen. Doch de autonomie van het Exarchaat duurde kort. Het viel weldra in de macht van de Longobarden, die Ravenna innamen. In 734 echter heroverden de Venetianen, op verzoek van den Paus, de stad en gaven die weder aan het Keizerrijk, een bewijs, dat Venetië reeds machtig en onafhankelijk was. Een paar jaren later (752) veroverden de Longobarden onder Astulf die geheele streek van Italië en maakten aldus voor altijd een einde aan het Exarchaat, behalve als geografischen naam, waardoor die streek wordt aangeduid in de Donaties van Pepijn en Karel den Groote.

Eenige eeuwen moesten toch nog voorbijgaan, voordat de vreemde overheersching zou plaats maken voor de opkomst van de Republieken, die zulk een belangrijke rol speelden in de geschiedenis van Italië; maar reeds in de 7e eeuw, te midden van de algemeene verbrokkeling, veroorzaakt door de gedeeltelijke verovering van het land door de Longobarden, door de verbittering tusschen Rome en Constantinopel, en door het verdwijnen van de Byzantijnsche macht in Italië, hadden verscheidene groote steden een zekere mate van zelfbestuur verworven. Dit was vooral het geval met Rome en Venetië.

Gedurende en na de herovering van Italië door de Byzantijnen was de verhouding tusschen Venetia maritima en het Oost-Romeinsche Keizerrijk vriendschappelijk, doch men bemerkt niets van onderhoorigheid. Toen in 538 Narses uit het oosten werd gezonden om met Belisarius samen te werken, hielpen de Venetianen hem om zijn troepen over te voeren met hun schepen en er wordt verteld (maar het wordt ook tegengesproken), dat hij hen van zijn kant Byzantijnsche bouwmeesters stuurde, die op den Rivoalto de basiliek van S. Teodoro oprichtten, de oudste kerk van Venetië, die later afgebroken werd om plaats te maken voor de S. Marco, toen het gebeente van den heilige in 828 uit Alexandria werd gebracht.

33. Cappella Palatina, Palermo.
33. Cappella Palatina, Palermo.

33. Cappella Palatina, Palermo.

Onder Astulf (c. 752) veroverden de Longobarden, zooals wij zagen, het geheele Venetiaansche vasteland en maakten een eind aan het Byzantijnsche Exarchaat; maar blijkbaar onderwierpen zij de maritieme Venetianen niet met geweld, want wij vernemen, dat zij een vriendschappelijk en onafhankelijk verbond met hen hadden. Doch toen Pepijn en de Franken kwamen, en vooral toen Karel Pavia veroverde, Koning Desiderius gevangen nam en een einde maakte aan de Longobardische heerschappij, moesten de Venetianen een andere politiek volgen. In die crisis werden zij bestuurd door den wijzen en krachtigen Doge Galbaio en het schijnt (indien wij een oude inscriptie op een looden plaat in het Britsch Museum mogen vertrouwen) dat vier en twintig Venetiaansche galeien de Po en de Ticino opvoeren om Karel bij de belegering van Pavia te helpen en dat de gevangen Longobardische koning een tijdlang door de Venetianen vastgehouden werd.

Doch deze Frankische politiek leidde tot een vernieuwing van de binnenlandsche twisten en ook met de Franken zelf ontstonden er moeielijkheden, daar de Venetianen uit Ravenna en de Pentapolis werden verdreven wegens hun gehechtheid aan den slavenhandel, die Karel door een wet had afgeschaft. De veeten tusschen den Doge en Patriarch, tusschen Heraclea, Jesolo en de andere steden van de Venetiaansche Confederatie eindigden weldra met den moord op den Patriarch, de volkomen verwoesting van Heraclea en Jesolo, de verbanning van den Doge Galbaio en zijn zoon, dien hij reeds als opvolger had aangewezen, en de verkiezing van een Frankischen partijganger, Obelerio. Maar de andere partij, die de Byzantijnsche heerschappij begunstigde en waarbij zich de verdreven bewoners van Heraclea aansloten, kreeg op haar beurt de overhand en bracht een verbond met den Oost-Romeinschen Keizer tot stand. Dit deed den Frankischen monarch besluiten een einde te maken aan de voortdurende moeilijkheden, die de woelige en oproerige eilandbewoners hem veroorzaakten. Hij stuurde zijn zoon Pepijn, den koning van Italië, met een sterk leger en een groote vloot om hun versterkte plaatsen te veroveren. Toen werd Obelerio, die aanried zich te onderwerpen, door de woedende Venetianen afgezet en een bewoner van Heraclea, Agnello Partecipazio werd gekozen, niet als Doge, maar als militaire kommandant. De Franken namen weldra Grado, Brondolo, en Chioggia. Daarna vielen zij de lidi van Pellestrina en Malamocco aan en namen na hevige gevechten Malamocco zelf in; doch onderwijl hadden de eilanders zich teruggetrokken en versterkt op den Rivoalto, en nadat Pepijn zes maanden lang tevergeefs beproefd had hen vandaar te verjagen, gaf hij, ontmoedigd door hun tegenstand, door het labyrint van ondiepe lagunen, en door de gevaarlijke moerasdampen, die door de hitte in den herfst opkwamen, de onderneming op en trok af. Kort daarna stierf hij te Milaan, waar men zijn tombe in de S. Ambrogio kan zien, en Karel achtte het verstandig het maritieme Venetië als een vrijstaat onder het protectoraat van het Oostelijke Keizerrijk te erkennen.

In 811 werd Agnello Partecipazio, dien sommige schrijvers Particiaco noemen, tot Doge gekozen en in 813, of misschien vroeger, bracht hij den zetel der regeering over naar den Rivoalto of Rialto; de stad op de oevers van dezen “Diepen Stroom” heette voortaan Venetia of Venezia en werd erkend als het centrum van de Venetiaansche staat. Hier kreeg Partecipazio, de elfde Doge van den Venetiaanschen confederatie en de eerste Doge, die te Venetië regeerde, een paleis, dat op de plaats stond, waar zich thans het hertogelijke Paleis bevindt.

Over de andere steden, Florence, Pisa, Pavia, Milaan, Monza, Genua enz. vinden wij slechts weinige opmerkingen bij de oudste kroniekschrijvers. Hier en daar is reeds vroeger melding van deze steden gemaakt. Napels evenwel verdient eenige aandacht. Het beroemt er zich op veel ouder te zijn dan Venetië, zelfs ouder dan Rome, want men zegt dat het omstreeks 900 v. Chr. onder den naam Parthenope, door de Grieken van Cymae (Cumae) gesticht is. De oudste geschiedenis van Napels is onbelangrijk, want de eerste gelegenheid, waarbij de stad een rol speelde in de geschiedenis van Italië was in 535 n. Chr. toen de Goten haar hardnekkig tegen Belisarus verdedigden, totdat hij haar eindelijk innam door een list, bijna even vernuftig als die van het houten paard; hij liet n.l. 600 man door de galerijen van de aquaeducten (“voorloopers” van de groote Serino-aquaeducten) kruipen, waardoor zij de stad binnendrongen en de poorten openden. Acht jaren later werd Napels door de Goten onder Baduela hernomen. Na den slag op de helling van den Vesuvius en den dood van Theia (553) viel het natuurlijk in de handen van de Byzantijnen; en men zal zich herinneren, dat Narses zijn residentie daar in 567 vestigde, toen hij zijn ontslag als veldheer had gekregen.

Door de Longobarden werd Napels niet veroverd. Het werd eng ingesloten door den Hertog van Benevento in 581, toen de Longobarden Campanië verwoestten en het klooster van Monte Cassino plunderden; maar het bood met goed gevolg weerstand, voornamelijk door de hulp van de Byzantijnsche vloot en gedurende de 7e en de eerste helft van de 8e eeuw bleef het trouw, ofschoon de Keizers, die werden bezig gehouden door de Saracenen op Sicilië, er zich weinig mee bemoeiden; het werd toen bestuurd door Byzantijnsche Rechters en Kommandanten en later door Byzantijnsche Hertogen en nam geen deel aan den opstand van Ravenna en de Pentapolis tegen de Byzantijnsche heerschappij. Ten slotte verklaarde omstreeks 760 de Hertog van Napels, Stephanus II de stad onafhankelijk. De officieele taal was van Grieksch Latijn geworden; de munten, behalve in sommige gevallen, waarin het oude type werd bewaard, droegen den beeldenaar van St. Januarius in plaats van dien van den Keizer; de zoon van Hertog Stephanus werd als mederegent aangenomen, een daad, waardoor een soort van dynastieke regeering werd ingeleid; en eindelijk nam de Hertog zelf, die weduwnaar was geworden, het prachtige besluit in zijn eigen persoon de hoogste burgerlijke en geestelijke macht te vereenigen; nadat hij de tonsuur had aangenomen werd hij te Rome tot Bisschop van Napels gewijd. Onder de volgende Hertogen verdedigde de stad zich dapper tegen de Saracenen en hield het een tijdlang tegen de Noormannen uit; maar in 1134, na een langen en heldhaftigen tegenstand, werd zij door Roger, den koning van Sicilië, ingenomen en werd aldus aan haar zelfbestuur een einde gemaakt.

Notes in this chapter

Note 1 · In dezen tijd had Rome zijn hertog, die het bevel had over het leger en de burgerlijke macht deelde met de optimates. Het pauselijk gezag weNote 2 · De zgn. stoel van Attila (fig. 27) is misschien de sella curulis van den tribunen van Torcello geweest.Note 3 · Cassiodorus XII. epist. 24.Note 4 · Dit heeft betrekking op Heneti, dat eenigszins lijkt op αἰνετός (geprezen).Note 5 · Toen Longimus, de opvolger van Narses, de eilanden bezocht om van hen als onderdanen van den Keizer hulp te vragen, weigerden zij dien eischNote 6 · Een van deze, Altinum, werd door de inwoners verlaten wegens een voorteeken, dat hen deed denken aan Attila en Aquileia:—duiven en andere voNote 7 · Hiervoor ontving Orso van den Keizer den titel “Hypatos” (Zijne Hoogheid).Note 8 · Het oude Malamocco, thans door de golven verzwolgen, lag ergens aan het tegenwoordige kanaal door den Lido, dat nog Il porto di Malamocco heNote 9 · Te Rome schijnt, niettegenstaande de snel toenemende macht van de Pausen, een republikeinsche geest in dezen tijd de overhand te hebben gehaNote 10 · Eeuwen lang voor den tijd van Attila werden de eilanden bij Venetië bezocht door visschersvolk en tijdelijk ook bewoond; op sommige van die Note 11 · In hoeverre Venetië onder de Gotische heerschappij kwam, is onbekend. Wij vernemen, dat de Goten het tijdens Baduela’s (Totila’s) regeering Note 12 · “Wij hebben orders gegeven, dat Istria wijn en olie, waarvan de oogst dit jaar overvloedig was, naar de koninklijke residentie te Ravenna zaNote 13 · Met de hulp van de Byzantijnen was de Venetiaansche confederatie een tijdlang in staat zich te verdedigen tegen de Longobarden en zij bezat Note 14 · De eerste Doge van het maritieme Venetië was Paoluccio Anafesto. Hij werd gedood bij een burgertwist en opgevolgd door Marcello, zijn MagistNote 15 · Doch binnenlandsche twisten bedreigden wederom de jonge staat. De pro-Byzantijnsche partij vermoordde den Doge, Orso, die aan het hoofd ston
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings