← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Lijst en verklaringen der illustraties.

Reading edition

Kaarten.

Bladz.

De vier praefecturae van het Romeinsche Keizerrijk ten tijde van Constantijn I 1

Italië ten tijde van Odovacar 107

Zuid-West-Europa ten tijde van Theoderik 142

De heerschappij van de Longobarden 182

Het rijk van Karel den Groote 213

Italië ten tijde van Dante 454

Illustraties in den tekst.

Bladz.

Kasteel van Theoderik te Verona (zegel) 150

Classe, Ravenna (Mozaïek) 152

Theoderik’s paleis te Ravenna (Mozaïek) 152

Leo’s Triclinium-mozaïek 216

Relief boven het portaal van de Kathedraal te Monza 227

Zuilen en kapiteelen in de S. Costanza fuori, Rome 233

Kapiteelen in de S. Vitale 238

Lombardisch werk in de basiliek van S. Abbondio, bij Como 249

Kapiteel in de S. Pietro, Toscanella 250

Kapiteel in de S. Ambrogio, Milaan 250

De oude basiliek van St. Pieter te Rome 261

Trappen van het Presbyterium en “Confessio” in de S. Giorgo te Valabro 266

“Confessio” in het Oratorium van de catacombe van S. Alessandro, te Rome 266

Munt van Michael Palaeologus 274

Hij knielt voor Christus en wordt gesteund door den Aartsengel Michael. Op de keerzijde ziet men de Heilige Maagd, omgeven door de muren van Constantinopel. Pachymerus, een geschiedschrijver uit dien tijd, zegt, dat Michael Palaeologus valsche gouden munten liet slaan om in de groote aanvraag te voorzien, en dat deze munten op de keerzijde “een beeld van de stad” vertoonden.

Venetiaansche Munt van c. 860 374

Daar Venetië in dien tijd bijna onafhankelijk is, staat op deze munten “God beware het Romeinsche Keizerrijk” en “God beware Venetië” in plaats van den naam van den Keizer. Het gebouw is de “Karolingische Tempel”, die men dikwijls op munten van dit tijdperk vindt. Na 1100 worden alle aanduidingen over het Keizerrijk weggelaten, en na 1155 wordt op de grossi en matapans de naam van den Doge gezet. Giovanni Dandolo liet het eerst gouden dukaten en zecchinen slaan, ongeveer 1285. Zie plaat 45, munt 14 (blz. 409).

Florentijnsche Munt van c. 1200 388

Zilveren grosso. Hetzelfde type werd gebruikt voor den gouden florijn. Zie plaat 45, munt 16 (blz. 409).

Munt van de zonen van Ugolino, c. 1290 476

Ugolino was bailli in Sardinië, waar zijn zonen, Guelfo en Lotto deze gouden munten lieten slaan met het wapen van de familie (Gherardesca).

Munt van Milaan, c. 1260 480

Type van den Milaneeschen gouden florijn, met S. Ambrosius en de twee Milaneesche heiligen, Protasius en Gervasius. Waarschijnlijk heeft een van den Torriani of Visconti dezen laten slaan.

De vier Praefecturae van het Romeinsche Keizerrijk
De vier Praefecturae van het Romeinsche Keizerrijk

De vier Praefecturae van het Romeinsche Keizerrijk

ten tijde van Constantinus I

De diocesen van de Praefectura waren: Praefectura Galliarum: Britannia, Galliae, Viennensis. Praefectura Italiae: Italia, Hispania, Africa. (Spanje wordt soms bij de Praefectura van de Galliae genomen). Praefectura Illyrici: Thracia en geheel Griekenland, Moesiae, Pannoniae. Praefectura Orientis: Asia, Pontus, het Oosten, Egypte. (Asia is Asia Minor en het Oosten is Syrië, Palestina, enz.).

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings