Note 2 — Venetië en andere steden.
Reading edition
Eeuwen lang voor den tijd van Attila werden de eilanden bij Venetië bezocht door visschersvolk en tijdelijk ook bewoond; op sommige van die eilanden hadden rijke Romeinen hun villa’s gebouwd; want oudtijds hadden de Veneti of Heneti, in het nauw gebracht door de Kelten, zich onder bescherming gesteld van Rome en toen het noorden van Italië (Gallia Cisalpina of Togata) een Romeinsche provincie was geworden, werd het Venetiaansche gebied, met zijn steden Patavium (Padua), Aquileia, en Altinum een deel van het Keizerrijk. In vroegere tijden, voordat Venetië bestond, werden de eilanden, die nu Torcello en S. Giorgio Maggiore heeten, dikwijls door de Romeinsche patriciërs gekozen als geschikte plaatsen voor hun zomerverblijven en het strand (litus) van Gradus (thans de lido van Grado) was reeds, naar het schijnt, aan het vasteland verbonden door een dam en bezat reeds zijn weiden en wijngaarden. Toen Attila op Venetië losstormde en Aquileia plunderde, vonden dus de vluchtelingen, die naar Grado, op de eilanden en lidi van de lagunen samenstroomden, nog iets meer dan verlaten modder. Deze vluchtelingen schijnen twaalf nederzettingen te hebben gesticht. Grado werd als toevluchtsoord gekozen door de bewoners van Aquileia, Heraclea (dat eerst de voornaamste stad was van Venetia maritima, maar later is verwoest) werd bezet door het volk van Belluno, Torcello en Burano door de menschen van Altinum, Malamocco en Rivoalto (de Rialto) door de Paduanen. In 466 kwamen de vertegenwoordigers van de twaalf nederzettingen te Grado bijeen en kozen twaalf Tribunen2.