Note 9 — Theoderik.
Reading edition
Het Mausoleum van Theoderik, door hemzelf gebouwd, bestaat uit een zwaren tienzijdigen onderbouw met bogen, waarop een ronde bovenbouw zich verheft, vroeger omgeven door een zuilenrij en nog gedekt door den reusachtigen monoliet, die een lagen koepel vormt, zes en dertig voet in diameter, en waarschijnlijk ongeveer tien duizend centenaars weegt. De vreemde uitwassen aan den geweldigen steen hebben misschien gediend voor de touwen, waaraan kolossale kranen hem opgeheschen hebben. De bovenbouw, die oorspronkelijk de kapel van het Mausoleum was, werd als Katholieke Kerk (Sta. Maria delle Rotonda) gewijd na de inneming van Ravenna door Belisarius (540)9. Sommigen gelooven, dat de urn of sarkophaag van Theoderik op vier kleine zuilen op den top van het dak stond; anderen, dat daar een ledige urn of cenotaphium stond, maar dat de sarcophaag met het stoffelijke overschot zich in den onderbouw bevond. Hoe het ook zij, de beenderen van den Ariaanschen Koning schijnen verbrand, verstrooid, of gestolen te zijn en begraven door monniken, die er belang bij hadden het verhaal van den vulkaan op Lipari te bewijzen. Het zonderlingst van alles is, dat hetgeen men beschouwde als het geraamte van Theoderik (vroeger door monniken gestolen) in 1854 weer gevonden is en daarna weder is verdwenen (blijkbaar door vijanden gestolen) tegelijk met een gouden sieraad (Villari zegt een gouden borstharnas) dat, merkwaardig genoeg, de monniken zich niet toegeëigend hadden. Van deze verhalen zegt de Gotische Jordanes niets en hij vertelt ook niet, dat Theoderik eenige wroeging of berouw voelde. Hij beschrijft, hoe hij op zijn sterfbed door zijn familie en Gotische edelen was omringd, hoe hij zijn hand legde op het hoofd van den kleinen Athalarik, dien hij, evenals zijn moeder Amalasuntha, in hun genegenheid aanbeval, terwijl hij hen ook aanspoorde het Romeinsche volk en den Romeinschen Senaat te ontzien en de vriendschap en gunst van den Keizer in het oosten boven alles, behalve de liefde tot God, te stellen.