Note 14 — De Noormannen.
Reading edition
De regeering (1154–1166) van Roger’s zoon en opvolger, Willem I, werd door verschillende opstanden zeer verontrust. Hij had vele machtige vijanden. Tegen den Keizer van het oosten, Manuel Comnenus, handhaafde hij zich krachtig, en veegde de Jonische en Aegaeïsche zee met zijn vloten schoon, zooals zijn voorvaderen, de Vikings, de noordelijke zeeën hadden schoongeveegd; maar gevaarlijker vijand was Barbarossa, die, in bondgenootschap met den Engelschen Paus Hadrianus en vertrouwend op de vloot van de Pisanen, het plan beraamde de “Beide Siciliën” te veroveren, en een ernstigen opstand verwekte onder de edelen van Apulië tegen hun Normandischen vorst. Willem slaagde er evenwel in Paus Hadrianus met zich te verzoenen, en deze waarborgde hem genadiglijk de investituur14. Daarna keerde hij zich woedend tegen de edelen van Apulië en legde hun een verdiende straf op; door zijn wreede wraakneming verwierf hij den naam van Willem den Booze. Ook op Sicilië stonden de feudale edelen op, richtten een bloedbad aan onder de Saraceensche aanhangers van den koning en slaagden er zelfs in hem gevangen te nemen en op te sluiten; maar het volk trad voor hem op en bevrijdde hem; zijn laatste jaren schijnt hij bezoedeld te hebben met verdere wreedheden tegen de oproerige edelen. Zonder twijfel was hij heftig, wraakzuchtig en bloeddorstig van aard; maar zijn biografen behoorden allen tot de feudale en clericale partijen en misschien verdiende hij, van het standpunt van het volk beschouwd, allerminst bij de nakomelingschap bekend te zijn als Willem de Booze.