← Table of contents
Italië in de Middeleeuwen

Note 12 — De Noormannen.

Reading edition

De honderd jaren (1087–1189), gedurende welke Sicilië onder de heerschappij der Noormannen stond, vormen een van de meest aantrekkelijke perioden in de lange en merkwaardig afwisselende geschiedenis van het eiland, dat reeds sinds den tijd van de oude Siculi en Sicani (of misschien van de Cyclopen en Laestrygonen) tot de dagen van de Bourbons en Garibaldi het slagveld en het vaderland van vele rassen is geweest. Deze Noorsche vorsten, afstammelingen van de piraten-koningen van Scandinavië, die niet alleen Sicilië, maar ook een groot gedeelte van Zuid-Italië (het oude Magna Graecia) veroverden en een tijdlang belangrijke streken van Dalmatië en Griekenland in hun macht hadden, en wier vloten de kusten van de Adriatische en Aegaeïsche zee en den Levant onveilig maakten en zelfs Constantinopel bedreigden, schijnen de polyglottische menigte van hun Sicilische onderdanen op verstandige en onbekrompen wijze bestuurd te hebben. Zij stonden niet alleen den Muzelmannen vrije uitoefening van hun godsdienst toe, maar namen hen zelfs als soldaten in dienst en ook als ambtenaren; de Noormannen zelf stonden onder den invloed van de Saraceensche wetenschap en kunst. Grieksch en Latijn en Arabisch werden zonder onderscheid in publieke documenten12 gebruikt, en ten aanzien van godsdienst heerschte er blijkbaar een merkwaardige verdraagzaamheid, wanneer men ten minste bedenkt, dat het de tijd van de kruistochten en het fanatisme was. “De Koning”, zegt Villari, “was bij de Katholieke plechtigheden als apostolische afgevaardigde aanwezig, gekleed in een dalmatiek, waarop met gouden Kufische karakters de datum van de Hegira13 geborduurd was. Dicht bij elkander zag men feudale kasteelen, Grieksche steden, Mohammedaansche dorpen, Lombardische kolonies, straten, bevolkt met Pisanen, Genueezen en Amalfitanen. Het geluid van kerkklokken en het gezang van monniken vermengde zich met de stem van den Muezzin, die van zijn minaret de uren van het gebed afriep, en in de menigte zag men naast elkander het Arabische kleed, den Mohammedaanschen tulband, den Noorschen maliënkolder, het lange Grieksche gewaad en het korte Italiaansche wambuis”. Zooals wij zullen zien, draagt hun bouwkunst ook den stempel van deze schilderachtige verscheidenheid. Ofschoon de koningen van de Noormannen in werkelijkheid zeer zeker absolute monarchen waren, droegen zij toch het militaire en burgerlijke gezag op aan hun “Admiraals” (bevelhebbers of ministers, Ammàraglio is het Arabische al Emir), en het schijnt dat zij een soort van Parlement hebben ingesteld, waarin het volk was vertegenwoordigd door aanzienlijke leeken en geestelijken, zoodat wij deze Normandische koningen van Sicilië misschien moeten beschouwen als de eerste constitutioneele vorsten. Aan hun hoven vinden wij vele geleerde en bekwame mannen, b.v. den Engelschman Gualtiero Offamilio (Walter Of a Mill).

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings